JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als hef getij verloopt .....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als hef getij verloopt .....

6 minuten leestijd

Uit enkele brieven, die ik ontving, valt op te maken dat menigeen worstelt met de vraag: wat betekent de Bijbel nu voor mij in 1962?

Zo schrijft b.v. een lezeres:

„maar nu betrap ik me er de laatste tijd nogal eens op, dat ik tegen allerlei dingen, die ik vroeger zonder meer afwees, helemaal geen bezwaar kan inbrengen, als ik erover nadenk. Hooguit eens aanvoelen, maar dat is toch geen argument tegenover anderen. En als ik dan eens hoor zeggen, dat de Bijbel altijd wel een antwoord geeft, dan denk ik altijd: dan zal ik hem wel niet goed lezen want ik zie haast nooit een antwoord. Niet, dat ik het er letterlijk in wil vinden natuurlijk, maar de Bijbel moet toch ook antwoorden op de problemen van deze tijd".

Wel, we kennen allen de uitspraak „Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad".

Het Woord is dus geen lamp of licht, dat we vrijblijvend kunnen bewonderen, zoals b.v. een schemerlamp aan de huiskamermuur. Néén, het is een lamp voor.... mijn voet; een licht voor.... mijn pad! Deze lamp, dit licht wil en moet door ons gebruikt worden, willen we niet struikelen en omkomen in een stikdonkere nacht.

Maar al te vaak gebruiken we de Bijbel alléén als een boek, waarin allerlei waarheden staan die men eventueel uit z'n hoofd kan leren, waarmee we dan elkaar en onze tegenstander(s) kunnen bestrijden.

Weer anderen — ook in onze kring! — hanteren de Bijbel als een boek, dat de onbekeerde eigenlijk niets te zeggen heeft maar dat niettemin toch nog wel enkele interessante en belangrijke verhalen (geschiedenissen) bevat.

Zo vertelde me een legerpredikant eens, dat hij een onkerkelijke jongen een Bijbel had gegeven. Toen hij h'm later vroeg „nu, wat vond je ervan? " antwoordde die jongen: „Nou, die Jacob en David hebben me ook wat uitgestukt, dat zijn me ook mooie jongens, zeg!" Lezer(es), op al deze manieren verlagen we de Bijbel tot een geschiedenisboek, tot een min of meer interessante roman. Zó pogen we cle Bijbel op een afstand te houden van ons persoonlijke leven. Hij mag ons niet té na komen! En dit, terwijl onze zaak hierin aan de orde is!! Wat betekent de Bijbel voor ons? Wel, de HEEBE spreekt door de Bijbel tot ieder van ons persoonlijk. Elk Bijbelboek is een aan ons adres gerichte brief, waarop de Afzender ons antwoord verwacht.

God geeft hierin allereerst niet een antwoord op onze vragen, maar Hij eist een antwoord van ons op Zijn vraag: Wie zegt gij dat Ik ben?

Immers: in Zijn Woord heeft Hij aan ons „de verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomenlijk geopenbaard". Hij heeft voor ons niets, maar dan ook niets achtergehouden. Noch Zijn barmhartig-scherpe diagnose: er is niemand die God zoekt, niet tot één toe. Noch het Geneesmiddel: het bloed van de Heere Jezus. We zijn nu door Hem volledig ingelicht. Hij wil door Zijn Woord en met Zijn Geest ons vijandige hart openen, zodat we Zijn Woord gaan geloven, gaan be-amen.

Hoevelen zijn er niet (die niet slechter zijn dan wij) die nog nooit Zijn Woord gehoord hebben of niet meer (willen) horen? Hij bemoeit Zichzelf dan ook op een bijzondere wijze met ons, als we Zijn Woord lezen of horen.

We zijn dan in Zijn operatiekamer en

Hij strekt door Zijn Woord Zijn handen naar ons uit, niet om ons te verderven maar om ons te redden van de onder-gang-Blijven we onszelf aan Zijn handen onttrekken, dan zal Hij onmiddellijk na ons sterven èn op de jongste dag het zwaard van de Geest (het Woord) er zó diep in gaan zetten, dat we dan reddeloos verloren zijn.

Verkiezen we onze persoonlijke duisternis boven Zijn lamp en licht? Wel, dan móet Hij ons straks wel verwijzen naar de buitenste duisternis .

Het gaat er om, dat we voor Hem capituleren en onze illegale wapens bij Hem inleveren. En dit niet slechts één keer, maar steeds weer opnieuw.

Vaak is het zo, dat we eerst een bepaalde mening hebben over iets en clat we dan nagaan of die klopt met het Woord. Deze handelwijze is goddeloos! Het is niet: , J.k wil Heere, dat Gij dat of dat doen zult", maar.... „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? " We moeten leren luisteren naar het Woord van God, zoals Samuël: Spreek Heere, want uw knecht hoort.

Eerst dan spreekt God — voor ons — duidelijke en verstaanbare taal.

Maar is onze antenne vaak niet afgestemd op verkeerde zenders (wat zeggen de mensen, wat zegt de mode, wat zegt die bekeerde man of vrouw? ), in plaats dat deze afgestemd is op de enig juiste Zender: het Woord van God?

Echter, door Zijn genade kunnen we onze doofheid en geslotenheid voor het Woord van onze God leren kennen en dagelijks ervaren: „De opening van Uw woorden geeft licht, de eenvoudigen verstandig makende".

De persoonlijke omgang met het Woord leidt helaas ook in onze kring een zéér armetierig leven.

Hoevelen gaan er immers naar de kerk, zonder dat zij de preek vanuit hun Bijbel volgen? Hoevelen verlaten hun ouderlijk thuis, zonder een zakbijbel mee te nemen en/of te gebruiken als zij op eigen benen moeten staan? Hoe vaak is het Bijbellezen aan tafel niet ontaard in een snel afgeraffelde en weinig gebiedende sleurhandeling en geeft de krant nog meer praatstof dan het gelezen Bijbelgedeelte? Hoe weinigen lezen voor zichzelf de Bijbel? Hoe vaak wordt mening tegenover mening gesteld, zonder dat de éérste vraag „wat zegt de Bijbel" beantwoord wordt?

En hoe vaak wordt iemand, die spontaan voor zichzelf de Bijbel pakt en gaat lezen, niet versleten voor of bejegend als een „vrome kwezel" óf als iemand, die de bekeerde jongen of het bekeerde meisje wil uithangen?

Welnu: als onze houding ten opzichte van Gods Woord zó is, dan behoeft het ons niet te verbazen dat we in het Woord geen antwoord meer vinden op de problemen van 1962. Dan geldt voor ons, ondanks al onze „vroomheid": Zie, zij hebben des HEEREN woord verworpen; wat wijsheid zouden zij dan hebben?

Lezer(es), in ons leven van alledag zal de Bijbel weer het hoogste, het eerste en het laatste woord moeten gaan krijgen. En dit, doordat u en ik met de Bijbel ootmoedig omgaan als met het geschenk van Hem „Die ons Zijne vriendschap biedt".

Als we ons aan deze heldere en geneeskrachtige Bron niet willen laven, dan resten ons de vergiftigde bronnen van ons gevoel, ons verstand en onze wil. In de Openbaring lezen we: „Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij".

We lezen ook: „Ik zal welhaast bij u komen en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1962

Daniel | 8 Pagina's

Als hef getij verloopt .....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1962

Daniel | 8 Pagina's