JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Voor ik enkele anderen aan het woord laat eerst even een opmerking. De eerste maanden van het jaar zijn voor de meeste K.V.'s de feestmaanden, want dan worden de jaarvergaderingen gehouden. Van veel verenigingen krijg ik een uitnodiging en ik zou best die avonden willen meemaken. Jullie begrijpen wel, dat dit onmogelijk is; daarvoor woon ik veel te ongelegen. Geloof me echter, ik leef wel met jullie mee en ik ben steeds blij als ik een uitnodiging krijg. Jullie moeten voortaan ook een uitnodiging sturen naar het dichtstbijwonende hoofdbestuurslid, dan kan deze misschien wel een avond vrijmaken. De adressen staan in het jaarboekje.

Ananias.

In Jeruzalem woonde een man en hij heette Ananias. Zijn vrouw heette Saffira. Barnabas had een stuk land verkocht en het geld, dat hij er voor had ontvangen, had hij bij de apostelen gebracht. Het volk had het gehoord en zei: „Die Barnabas heeft wat over voor de arme mensen." Ananias en Saffira waren jaloers op Barnabas. Zij wilden ook graag geprezen worden. Ananias zei: „Dat ga ik ook doen." Hij ging de deur uit en verkocht ook een stuk land. Het geld dat hij er voor ontving, ging hij ook bij de apostelen brengen; maar niet alles, nee, een gedeelte nam hij eraf. Hij had niet alles over voor de armen. Saffira wist dit ook en zij stemde er volkomen mee in. Toen Ananias bij de apostelen kwam zei hij: „Ik heb een stuk land verkocht, hier hebt U het geld voor de armen." Petrus zei: „Waarom heeft de Satan uw hart vervuld, dat gij onttrekken zoudt van de prijs des lands? Gij hebt de mensen niet gelogen, maar Gode." Ananias viel dood neer aan de voeten van de apostelen... Saffira kijkt eens door het raam of haar man nog niet terugkomt. Langzaam verstrijkt de tijd. Ze wacht nu al drie uur op Ananias. Wat blijft hij lang weg. Saffira wordt ongerust. Ze zal maar eens bij de apostelen gaan kijken. Misschien is hij daar nog wel. Als ze daar aankomt neemt Petrus direct het woord: „Hebben jullie dat stuk land voor zoveel verkocht, Saffira? " „Ja, voor zoveel, " is haar antwoord. Dan zegt Petrus: „Ik merk, dat jullie samen afgesproken hebben om te liegen en te bedriegen. Ge zult dezelfde straf hebben als je man." En dan valt zij ook dood neer. Dit was een ernstige straf voor hun bedrog.

Koos Zachariasse - Biggekerke.

Bedankt, Koos, voor je opstel en natuurlijk ga je weer gauw aan een nieuw beginnen.

Leiden belegerd en ontzet.

Leiden was nog steeds belegerd. De honger werd zwaarder en zwaarder. Toen werd het beleg plotseling opgebroken. Wat was er gebeurd? Lodewijk, de broer van de Prins, was met een leger uit Duitsland Nederland binnengevallen. Requesens, de landvoogd, had het gehoord. Hij schreef een brief naar Don Valdez, waarin stond, dat hij eerst Lodewijk moest gaan verslaan. Dit deed Valdez. Dicht bij Mook ontmoetten de legers elkaar en er werd hevig gevochten. Er sneuvelden daar duizenden soldaten. Don Valdez won deze slag en ging met zijn leger naar Leiden terug. Hier was er feeststemming, want men dacht dat men vrij was. Toen de Leidenaren het Spaanse leger terugzagen, werden de poorten direct gesloten. Ze hadden er spijt van, dat ze feest gevierd hadden, inplaats van veel voedsel in de stad te brengen. Don Valdez ging met zijn leger om de stad liggen. De mensen in Leiden stuurden postduiven weg met brieven voor de Prins. Deze gaf bevel om de dijken door te steken, zodat de Spanjaarden voor het water zouden moeten vluchten. In de stad klom de nood hoger en hoger. De wind was oost en bleef oost en het verlossende water kwam niet. De mannen van de stad gingen naar de burgemeester, om te zeggen, dat ze het niet langer vol konden houden en de stad over wilden geven. Zij vroegen om de sleutels van de stad. Maar de burgemeester gaf zijn zwaard en zei: „Doodt mij, snijdt me aan stukken en deelt ze uit tot voedsel." Dit wilden de burgers niet en ze zeiden, dat ze het nog zouden volhouden. Op een dag ging Cornelius Joppens, een jongen van een jaar of twaalf, naar een man op de muur. Hij zei, dat hij naar de Spanjolen ging om eten te vragen. Als hij dit niet deed, zou hij van honger sterven. Daar ging hij dan. Hij draafde, zo dacht men, de dood tegemoet. Maar dat hadden ze mis. Hij moest op de tenen lopen om z'n hoofd boven water te houden. De wind was west geworden en het water om Leiden steeg. Toen hij bij het leger kwam was er geen mens te zien, maar wel eten. De Spanjaarden hadden zich van Leiden teruggetrokken. Cornelius riep het naar de mannen op de muur. Zij kwamen ook en aten mee van de hutspot. Kort daarop kwamen de watergeuzen ook bij de muren. Met gulle hand deelden ze haring en wittebrood uit. Jammer genoeg was het voor velen te laat. Groot was de dankbaarheid. Ook van de Prins. Als beloning kreeg Leiden van de Prins een hogeschool. In het park in Leiden kreeg een standbeeld van de dappere burgemeester P. A. van der Werff een plaats; als een dankbare herinnering.

Henk Visscher - Genemuiden.

Fijn Henk, dat je weer eens iets stuurde, want aan opstellen heb ik voortdurend gebrek.

Handen.

Ik heb eerbied voor de sterke handen van de mannen, werkend op het land.

In koude, mist en regen en in de zonnebrand.

Ik heb eerbied voor de ruwe handen van de vrouwen, zwoegend in haar huis.

Die gelaten en blijmoedig dragen 't zware kruis.

Ik heb eerbied voor de zwakke handen van de ouden, rustend na de strijd.

Die vertrouwend blij verwachten 't licht van de eeuwigheid.

Ik heb eerbied voor de stille handen van het kind, dat bidt aan moeders schoot.

Zegen al die handen, Vader, in Uw liefde groot.

Dit gedicht werd me toegestuurd door Jozina Huijser uit H. I. Ambacht. Je weet het zeker nog wel Jozina? 't Is wel een poosje geleden, maar ik bewaar alles zuinig. Jullie moeten wel zoveel mogelijk de naam van de dichter of dichteres er bij vermelden, hoor.

De volgende tien.

Deze tien vragen werden weer opgesteld door onze vriend Boonstoppel uit Rotterdam. Nu, hij maakt ze moeilijk hoor.

41. Wie heeft met drie honderd man de Midianieten verslagen? 42. Hoe heette de priester, die de rode vaars moest verbranden? (Num.) 43. Wie las op het veld aren achter de maaiers van Boaz? 44. Wie trok zich geen van deze dingen aan? 45. Hoe is de naam van een ruig behaard roodachtig jager en landbouwer? 46. In welk dal werden lijmputten gevonden? 47. Wie van de drie vrienden van Job sprak het eerst? 48. Wie was er nooit treurig geweest voor het aangezicht van de koning Arthasasta? 49. Wat is de nieuwe naam van Hadassa? 50. Welke koning veroverde Jeruzalem en bracht het volk in ballingschap?

Dit zijn ze voor dit keer, jongelui; de beginletters van de antwoorden vormen samen de naam van het land waar de twee bezetenen genezen zijn; dat maakt het iets gemakkelijker. Je behoeft de teksten er niet bij te zetten; alleen de namen is voldoende.

En tenslotte, doe ik een dringend beroep op jullie allen mij een stapel opstellen, gedichten en vragen voor te leggen Ik heb nog wel een paar lange gedichten, maar die zijn zo erg bekend, dat ik die niet plaats. De inzenders en inzendsters moeten me dat niet kwalijk nemen. Het is immers de bedoeling, dat jullie deze bladzijde vol maken. Ik vind het het mooiste om op deze bladzijde zoveel mogelijk afwisseling te brengen. Maakt eens een uurtje vrij voor „Daniël"?

In afwachtig, als altijd, je vriend

Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1962

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1962

Daniel | 8 Pagina's