Dorre cijfers spreken van een wonder
Telkens weer zullen we op het gebied van de zending van wonderen kunnen spreken. Hoe zou het ook anders kunnen? De zending is een stuk van de kerk; niet iets bijkomstigs, dat er ook nog bij kan horen, maar een levenselement. En ten opzichte van de kerk heeft de Heere Jezus gezegd: „En ziet, Ik ben met ulieden alle de dagen tot de voleinding der wereld."
Het verwondert ons op te merken, dat de groei van de christelijke kerk het grootst is in die werelddelen, die de kortste geschiedenis hebben. In 925 was het aantal christenen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika ongeveer 6 miljoen; in 1952 was het aantal, de rooms-katholieken niet meegerekend, 36 miljoen. In Azië was de groei tussen 1925 en 1950 vervijfvoudigd. In Afrika was het aantal in die tijd zes maal zoveel geworden, terwijl de cijfers voor Latijns-Amerika het zevenvoudige laten zien! Een zeer snelle groei voorwaar! Nu zullen, bij het lezen hiervan, allerlei vragen gesteld kunnen worden. Zouden die gedoopten de boodschap van het evangelie ook verstaan? Waarom gingen die mensen over tot het christendom? Hoe is de levenspraktijk van die nieuwe christenen?
Laten we met de antwoorden hierop even wachten; laten we die vragen eerst aan onszelf stellen; aan ons, die van kindsbeenaf zijn onderwezen in de Weg die naar de godzaligheid leidt. Bovendien heeft door het werk der zending de Heere Zich vrijgemaakt van vele duizenden, die Zijn Woord hebben gehoord, en dat Woord zal nooit ledig wederkeren, maar doen wat God behaagt.
Nu zouden we ons vergissen als we gingen konkluderen, dat de christelijke kerk in genoemde werelddelen een grote plaats zou innemen. Wanneer we India beschouwen, dan zien we dat protestanten en roomsen samen 9 miljoen zielen! tellen, maar op een totale bevolking van 366 miljoen is dat slechts 2Y2%. In Japan komen we nog niet eens aan de 1 procent, terwijl Indonesië iets gunstiger ligt: ongeveer 4%. Het is een belangwekkend verschijnsel, dat in Afrika ongeveer tien christenen op de honderd inwoners worden gevonden. Toch vormt dit aantal een geringe minderheid, en wie zal zeggen, dat het groeiproces in de komende 25 jaren weer zo snel zal gaan als in het tweede kwartaal van onze eeuw? Pessimisten zullen zeggen, dat de christelijke kerk in de grote wereld toch maar weinig te betekenen heeft. Maar dan moeten we wel opmerken, dat tien rechtvaardigen in Sodom een grote invloed gehad zouden hebben. Het gaat bij de christelijke kerk niet om het aantal, maar om de aanwezigheid in een niet-christelijke wereld. Ineens moeten we dan wel denken aan de christenen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Hoe klein was het hoopje, hoe gering was de kracht! Maar toch veranderde het gelaat van het romeinse rijk door de aanwezigheid. Die groep moest uitgeroeid en verscheidene keizers hebben daar een levenswerk van gemaakt. Het mocht niet baten: de christenen verwierven officiële erkenning in het grote wereldrijk.
We kunnen wel zeggen, dat de steen, zonder handen afgehouwen, bezig is de hele wereld te vervullen, al is het dan in kleine procenten (Daniël 2).
Het wordt een wonder als we nagaan onder welke omstandigheden de kerk van Christus een wereldkerk gaat worden. Van de gevestigde kerken in Europa en Noord-Amerika ging niet zo'n kracht uit. We kunnen gerust zeggen dat de verbreiding van het evangelie vanaf de 17e en 18e eeuw slechts ter hand werd genomen door een klein groepje christenen. De kerk in haar geheel stond er min of meer neutraal tegenover. Er zijn zendelingen geweest, die zelfs van de officiële kerk tegenstand moesten ondervinden. De kerk als geheel verstond haar verantwoordelijkheid maar bijster slecht, zodat zendingsgenootschappen werden opgericht: als de kerk haar opdracht niet vervult, dan zal de Heere zorgen door middel van iets anders, dat Zijn Woord zal komen tot aan de einden der aarde.
In het midden van de vorige eeuw kwam er langzamerhand verandering, al was ook toen de kerk zich de zendingsopdracht nog niet zo klaar bewust.
In onze tekst wordt hoe langer hoe meer ingezien dat zending tot het wezen van de kerk behoort. En de algemene deining over de hele wereld heeft ook de Ger. Gemeenten niet onberoerd gelaten: ook die groep hoopt met de daadwerkelijke zending een aanvang te nemen.
En juist nu in onze tijd, nu allerwege de roep tot zending groter wordt, is het des te onbegrijpelijker, dat de christelijke kerk in haar geheel zo slecht in het verleden heeft beantwoord aan de opdracht: „Gaat dan heen, onderwijst al de volkeren."
Ondanks de traagheid van de kerk (als wij de laksheid van de kerk eens verzachtend willen uitdrukken) moeten bovenstaande cijfers ons getuigen van een wonder. Een wonder van God, omdat Hij met Zijn werk dóórgaat!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1962
Daniel | 8 Pagina's