Een is het die zaait en een ander die maait
„Als we nu Jimmy Button maar eens konden vinden. We zullen dicht langs de kust varen." Zo sprak een van de bemanningsleden van de „Allen Gardiner", het zendingsschip, waarmee geprobeerd zou worden Vuurland te bereiken en het werk van Gardiner voort te zetten.
Wie was Jimmy Button? Het was een inboorling van Vuurland. Jaren vóór Gardiner gepoogd had vaste voet op Vuurland te krijgen, waren al engelse schepen geland. Enkele Vuurlanders waren toen meegenomen naar Engeland en later werden deze weer naar hun vaderland terug gebracht. Onder deze Vuurlanders bevond zich een opgeschoten jongen, die voor een knoop van de inboorlingen was gekocht. Daarom hadden ze deze jongen Button (knoop) genoemd. De stuurman stuurde het schip kort langs de kust waar ze meenden dat Jimmy zich zou bevinden. Na enige tijd kwamen een paar kano's van het eiland en die werden naar het schip gestuurd. De kapitein riep uit alle macht: „Jimmy Button! Jimmy Button!" Plotseling staat een man in de kano recht overeind en roept: „Yes, Jimmy Button!" Wat kijken de mannen op de Allen Gardiner verbaasd op! Het is Jimmy écht! Spoedig is de Vuurlander nu op het grote schip. De bemanning bemerkt dat Jimmy het engels nog aardig goed verstaat. Dat kan hun te pas komen. Ze gaan aan wal en Jimmy is de tolk. Jimmy leert de mannen de taal van de Vuurlanders verstaan en spreken. De inboorlingen zijn vriendelijk en alles gaat naar wens. Nu zal het beter gaan als toentertijd met Gardiner.
Het is zondag. De kapitein, de zendeling en al de manschappen gaan aan wal. Een van de bemanningsleden zal op het schip blijven. Als het gezelschap een eindje het land is ingegaan, gaan ze zitten en beginnen te zingen:
„Er komt van Groenlands bergen"
Nauwelijks is de tweede regel ten einde, of er klinkt een woest geschreeuw. Meer hebben de arme mensen niet gehoord. ... even later liggen ze allemaal dood op de grond. Niemand had ze kunnen redden; ook Jimmy niet, want die was niet in de buurt.
De tweede aanval van de zending op Vuurland was ook in bloed gesmoord.
Nu zouden de vrienden in Engeland, na zo'n droevig bericht, geen moed meer hebben om voort te gaan. Zo zou men denken, nietwaar?
Vier jaren later zette zendeling Stirling voet aan wal op de ongeluksplek. Het was niet ver van de plaats waar Gardiner de dood had gevonden. De inboorlingen dachten, dat het gezelschap was gekomen om wraak te nemen voor de moorden. Maar ze moesten wel tot andere gedachten komen. Stirling sprak vriendelijk met hen en was van plan om in vrede met de inboorlingen te leven.
Na enige tijd had de zendeling een mooie plaats gevonden om van daaruit de zendingsarbeid te beginnen. Stirling kon de taal van de Vuurlanders spreken en dat vonden de inboorlingen buitengewoon. Ze vertrouwden de man en het duurde niet lang of het schip kon vertrekken. Na een maand of zeven zou het terug moeten keren.
Tot zijn grote droefheid merkte Stirling, dat de inboorlingen onder elkaar in een ernstige twist waren gewikkeld. Daar moest zeker een eind aan gemaakt worden. De zendeling begreep dat die twisten veelal voortkwamen, omdat de mensen niets te doen hadden. Ze moesten iets om handen hebben; ze brachten hun tijd in ledigheid door.
Nu zette de zendeling de mannen aan het werk. Alles moest geleerd worden. Ze stonden onhandig aan de bijl en de spa, maar na enige tijd stond er een aardig zendingsgebouw en de bijgebouwen schoten ook aardig op.
Vroeg in de morgen stond men op en ging men aan de slag. Om acht uur kwamen ze bijeen tot gebed, gezang en het lezen van Gods Woord, 's Avonds werd een godsdienstoefening gehouden.
Op deze manier ging Stirling jaren onverstoord verder. Na de woonhuizen verrezen scholen en kerken en het dorpje Ooshooia werd op het hele eiland bekend. De inboorlingen kwamen van ver om te zien wat de zending daar had teweeg gebracht. De invloed van het christendom werd zichtbaar.
Toen een schip strandde, snelden de Vuurlanders naar de plaats van het onheil om de ongelukkigen te helpen. Een ervan liep naar de zendeling om het ongeval mee te delen.
Dat zouden ze voordien niet gedaan hebben. Dan waren de schipbreukelingen zeker beroofd en omgebracht.
Allen Gardiner had gebeden of de Heere knechten zou willen zenden voor de arme heidenen op Vuurland. Gardiners werk was mislukt, maar anderen waren gekomen om Gardiners werk op te nemen en voort te zetten.
„Een is het die zaait en een ander die maait."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1962
Daniel | 8 Pagina's