Het ¥oarlo@zet preses sier zonde
DE VIJANDEN GODS (21)
Indien de mens door alle eeuwen heen de lange levensduur van vele honderden jaren behouden zou hebben, dan waren de gevolgen der zonde niet te overzien geweest. Elk mens, die sterft, laat zijn werk achter aan anderen. Maar die anderen moeten zich eerst inwerken, aleer zij even zoveel kunde en ervaring bezitten als hun voorganger. Er gaat dus van ieders leeftijd een heel stuk af voor opleiding en lering. Dat is reeds zo met het gewone handwerk van een ambachtsman; maar het is nog veel meer met geestelijke arbeid het geval. Hoevele jaren bijv. moet een zendeling zich geven aan de studie van vreemde talen, aleer hij in staat is naar het arbeidsveld te gaan, en ook dan nog heeft hij vele jaren nodig om zich goed verstaanbaar te maken, en om cle zegswijzen en gewoonten van het vreemde volk te leren. En als zulk een zendeling in de kracht van zijn leven komt te sterven, dan moet een ander zijn plaats innemen, en die andere moet weer hetzelfde van meet af aan leren, en ook weer vele jaren studeren, wil hij op de hoogte staan van zijn voorganger.
Want wel is het waar, dat de opvolgers voortbouwen op de grondslagen der voorgangers, maar dit is toch maar zeer betrekkelijk. Eer iemand in zijn werkkring evengoed thuis is als zijn voorganger, gaan er meestentijds vele jaren mee heen.
Pas dit nu eens toe op de doorwerking der zonde uit cle oude tijd, en ge begrijpt, hoe een lange levensduur de mens in staat gesteld zou hebben zich nog veel boosaardiger uit te leven, dan nu het geval is. En daarom is het zulk een zegen, dat de Heere, naar Zijn wijs bestel, de levensduur des mensen verkort heeft, en aldus mogelijk gemaakt, dat het zondige werk van de één afgebroken wordt door diens sterven, aleer de ander in dezelfde mate en met hetzelfde tempo daarmee kan doorgaan.
Dit alles wil echter niet zeggen, clat cle doorwerking der zonde nu niet meer zo erg zou zijn. Integendeel: de wet der zonde gaat steeds voort en verder met haar verderfelijke inwerking. En al is het niet in die mate als het vóór de zondvloed geweest is, toch is de zonde zelf, in haar Gode-vijandig karakter nog evengoed een geduchte macht en een vreselijk wapen in de hand van de vorst der duisternis.
Wie clan ook kennis neemt van wat Israël als volk overkomen is, vanwege de steeds verder gaande doorwerking deinationale zonden, weet wel beter. Het ging met Israël vaak van kwaad tot erger. Ja, eenmaal was het zó vreselijk, dat de Pleere er van getuigen moest: Dat er geen helen meer aan was." 2 Kron. 36 : 16.
En zo was het niet alleen in cle oude tijd met Israël, doch hetzelfde verschijnsel zien we ook nu weer. Ook dit is naar het Woord des Heeren. Er zullen dagen komen — heeft de Heiland gezegd — dat cle ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden. En dit verschijnsel wijst op het naderende einde. Hoe groter de uitgieting der zonde zal worden, hoe meer het geruis van cle voetstappen van de komende Rechter vernomen wordt. Het zal zijn als in de dagen van Noach, toen men at en dronk en feest vierde, en het leven zijn gewone gang ging, tot opeens cle zondvloed kwam en hen allen verdierf. Zo zal het ook zijn in de toekomst van de Zoon des mensen. Men zal roepen: „Vrede! Vrede! en geen gevaar!" en een haastig verderf zal hen overkomen.
De doorwerking der zonde wordt steeds ontzettender. Geloofsvervolgingen, die — naar men zeide — uit de tijd waren, komen weer terug. In sommige landen kan men God niet meer dienen naar Zijn Woord en wil, of men wordt gestraft met ontzetting uit zijn burgerlijke rechten, met verbanning of zelfs met de dood. Wie het teken van het Beest niet draagt, kan niet meer kopen of verkopen. En wel is ons Nederland voor dat oordeel gelukkig nog gespaard tot op heclen, maar niemand kan zeggen, hoe lang dat nog duren zal. Gods volk heeft zich voor te bereiden op verdrukking en martelaarschap. En clat alles is de normale doorwerking van de zonde. Het proces der zonde gaat voort en nadert zijn einde. Straks zal de zonde zover gaan tot ze niet meer verder kan, en dan zal de Heere Christus verschijnen met Zijn duizenden engelen, om gericht te oefenen, en Zijn vijanden te verpletteren. Hoe komt het er dus op aan te weten, of uw plaats is aan de zijde van Christus of aan die zijner tegenstanders! Nog is het de dag der zaligheid. Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem vertrouwen!
Gij zult Uw volh, in bange tegenspoeden, Hoe 't ga, o HEER', bewaren door Uw kracht; Uw arm zal hen in eeuwigheid behoeden Voor dit verdraaid en wrevelig geslacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1962
Daniel | 8 Pagina's