JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Allen bezweken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allen bezweken

4 minuten leestijd

In die barre vuurlandse winter was Gardiner jarig. Onwillekeurig moesten de gedachten van de kapitein wel naar het vaderland gaan. Zou hij zijn huisgenoten ooit terug zien? De dood stond voor ogen. Hoor maar wat hij schreef: „Ik bid U, Heere, dat Gij genadig voor Uw knechten een ingang wilt bereiden tot het hart van de arme heidenen op deze eilanden, en al zouden wij ook bezwijken en sterven, er anderen mogen worden opgewekt om in dit oogstveld te arbeiden."

Zulk soort gebeden werden later onder de papieren van Gardiner gevonden. Vanuit de spelonk schreef hij een plan om geheel Zuid-Amerika tot het evangelie te brengen. Zijn vurige wens was dat het zendingswerk zeker in Vuurland zou worden voortgezet. In zijn laatste brief aan zijn vrouw schreef hij: „Het zendingszaad is hier uitgestrooid en de evangelieboodschap moet er op volgen."

Op de verjaardag van Gardiner bezweek één van de zeven dappere mannen. Dit sterven was een voorbode van hetgeen ze allen zouden wachten. En het schip, dat steeds nog werd verwacht, daagde maar niet op. Eer augustus ten einde was, stierven nog twee mannen. In Gardiners dagboek stond te lezen: „Alzo worden de een na de ander van onze kleine groep door de goede Herder tot een betere erfenis vergaderd, en hoger en heerlijker werk wordt hun aangewezen." Nu bleven nog vier mannen over, maar deze waren zo zwak geworden, dat ze niet langer meer tussen de haven en de spelonk konden lopen, ofschoon de afstand toch maar een mijl was; alleen Maidment hield het lang vol om de zwakke broeders met liefde te verzorgen. Gardiner begreep, dat dit voor de man boven zijn krachten zou gaan, en daarom besloot hij uit de spelonk naar de haven te gaan. Zijn kameraad was ook gegaan, maar bleef weg, zodat hij moest vrezen, dat hij onderweg was bezweken.

Gardiner verzamelde al zijn krachten om bij de schuit te komen. Helaas, hij was zo uitgeput, dat hij niet eens meer kon opstaan. Hij moest in de spelonk blijven. Vijf dagen lag hij daar, zonder eten en drinken. Eén ding kon hij nog, en dat was: schrijven in zijn dagboek! We zouden verwachten, dat de bladzijden in dat boek gevuld zouden worden met klaagzangen en uitingen van wanhoop. Niets van dit alles. Lees maar even: „Wat ben ik dankbaar dat ik geen lichamelijke pijn behoef te lijden. Lof en dank aan God, Die mij daarvoor bewaren wil. Hoe gemakkelijk lig ik hier. Ik gevoel bij de voortduur de zoete vrede van God in mijn ziel."

En lees ook eens een stukje uit zijn laatste brief van 6 september 1851: „Beste Williams, ik vrees dat onze vriend Maidment dood is. Als dat zo is, dan is hij ongetwijfeld in de tegenwoordigheid van die Heiland, Die hij zo trouw heeft gediend. Ik zie het uur blijmoedig tegemoet, waarop ons klein getal heengeroepen zal zijn, om eeuwig met de Heere te zijn, want dat is verreweg het beste."

Waarschijnlijk is Gardiner op die zesde september wel bezweken, want na die datum is niets geen schrijven meer van hem gevonden.

Zes weken later kwam het lang verwachte schip. Door een misverstand was het een heel andere koers gevaren. Eindelijk hadden ze op de rots de letters gezien: „Vertrokken naar Spanjaard Haven". Toen duurde het niet lang, of ze zagen in die haven de boot van de ongelukkige zendelingen. Wat zetten die mannen ogen op, toen ze bij de wal gereedschap, boeken en papieren zagen liggen! En vooral toen ze de lijken vonden van de mannen, die niet meer begraven waren geworden!

De scheepsofficieren stonden als kinderen te schreien toen ze in het dagboek lazen, hoe lang en geduldig de zendelingen hadden uitgezien naar het schip, dat redding zou kunnen brengen. Alles wat maar waarde had werd zorgvuldig opgezocht. De boeken en papieren werden met zorg bewaard, om die aan de familie te overhandigen.

Het bericht van het omkomen van de zeven moedige mannen verwekte in Engeland grote droefheid. Iedereen vond, dat men gehoor moest geven aan de laatste wens van Gardiner: „Indien wij sterven, dan bid ik U, Heere, wek anderen op en zend arbeiders uit tot Uw grote oogst."

Een zendingsschip werd gebouwd op de manier zoals Gardiner het vroeger had gewild. We kunnen wel begrijpen, dat dit schip de naam „Allen Gardiner" kreeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1961

Daniel | 8 Pagina's

Allen bezweken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1961

Daniel | 8 Pagina's