JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De ontwikkeling der zonde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ontwikkeling der zonde

4 minuten leestijd

De Vijanden Gods (20)

We zagen reeds, dat Satan de grote vijand Gods is; hoe zij de mens tot zijn gewillige dienaar en medewerker gemaakt heeft, en hoe de zonde zó in het menselijk bestaan is ingevreten, dat de mens door de drie koorden van onkunde, onmacht en onwil gebonden is, en geheel en al een dienstknecht der zonde geworden is.

We willen er nu op gaan letten, hoe de zonde in de loop der historie steeds groter afmetingen aanneemt, en hoe het alleen de wederhoudende goedheid Gods is, die nog tot op deze dag een menselijke samenleving en een gemeenschap der heiligen mogelijk maakt.

Toen Adam en Eva hun misdaad bedreven hadden, en ongehoorzaam geweest waren aan het gestelde proefgebod, haalden zij daardoor de verdorvenheid in hun hart en in het menselijk geslacht. Er staat dan ook zo naar waarheid in Gen. 5 : 3: En Adam gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld." In dat „zaad" van Adam huisde de zonde in niet minder mate dan in Adam zelf. Ja, de zonde woekerde in zijn geslacht steeds voort. Dat is geen wonder. Immers, als we bedenken, dat de zonde is losmaking van God, dan kan het ook niet anders, of haar gevolgen moeten steeds verder van de levende God afvoeren. De Heere had zijn schepping er op aangelegd, dat ze niet opeens geheel voltooid en compleet zou zijn, maar dat ze zich gedurig al verder zou ontwikkelen. Die ontwikkeling zou, zonder zonde, almeer de grootheid van de Schepper hebben ten toon gesteld, maar nu de zonde intrad, ging het ook met haar „ontwikkeling" naar dezelfde wet, doch in omgekeerde richting. Alles, wat de mens bedacht en uitvoerde, geschiedde op de lijn, die van God af, in plaats van naar Hem toe voerde. En daarom moest noodwendig elke nieuwe uitvinding, en elke nieuwe gebeurtenis in het menselijk leven het stempel der zonde vertonen.

En dat is dan ook metterdaad geschied en dat dit zo is, bewijst de Schrift overduidelijk. In de tijd, dat Noach leefde, was de goddeloosheid der mensen ten top gestegen. In het feit, dat de Heere, na de zondvloed, de doodstraf instelde, ligt wel zeer duidelijk besloten, dat het menselijk leven voortdurend in gevaar was. Als er dan ook staat, dat de aarde vervuld was met wrevel, dan blijkt daaruit dat de mensen elkander het leven niet gunden, en dat moord en doodslag aan de orde van de dag waren. En nooit zou de Heere door een grote vloed de gehele wereld verdelgd hebben, ware het niet, dat de uitgieting der boosheid zó groot was, dat alleen dit middel het kwaad stuiten kon.

Van de zondvloed af dateert dan ook een sterke intoming van de zonde. Niet, dat de mensen beter waren, o neen! Maar de Heere breidelde als het ware de zonde zó, dat men zich niet meer ten volle kon uitleven in zijn boosheid. Daartoe werkte allereerst mede, de reeds genoemde instelling van de doodstraf. God droeg aan Noach en zijn geslacht op, om des mensen bloed te wreken van de hand des doodslagers; en ongelukkig is het land, dat deze ordinantie Gods durft te weerstaan, en alzo aanleiding geeft tot het minder bevreesd zijn voor moord en manslag. De mensen menen nog barmhartiger dan God zelf te zijn, maar elke overtreding van Zijn Wet, en elke terzijdestelling van Zijn hoog gebod is geen barmhartigheid, doch verregaande wreedheid.

Maar vervolgens heeft de Heere de zonde ook beknot door de levensduur der mensen te verkorten. Was het vóór de

zondvloed geen zeldzaamheid als de mens bijna 10 eeuwen te leven had, — na de zondvloed mindert de levensduur zó snel, dat hij tijdens Abraham tussen de 100 en 200 jaar ligt. En in de tijd van Mozes is de normale levensduur reeds teruggebracht tot 70 a 80 jaar, zoals het ook thans nog is. Wel waren er tijdens en kort na Mozes nog enkelen, die tussen de 100 en 150 jaar oud werden, maar dan lag het daaraan, dat de Heere voor dezulken, zoals Mozes, Aaron, Mirjam, Jozua e.a. een bijzondere taak had weggelegd.

Die levensverkorting hield gelijke tred met vermindering van krachten. De sterke reuzen uit de eerste tijd werden al zeldzamer, en de mens ging ondervinden, dat hij slechts een aarden vat was, een bloem des velds, die heden pronkt en morgen verdord is. Die afname van leeftijd en kracht was nodig om de doorwerking der zonde in te tomen. Zoals we nog nader zien zullen.

Wanneer Uw toorn en gramschap ons bezwaren, Dan wenden, dan verdwijnen onze jaren; Wij zien hen, als gedachten, henenvaren; Of, blijft Uw gunst ons in het leven sparen, Dan klimmen wij ten hoogste tot den top Van zeventig of tachtig jaren op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1961

Daniel | 8 Pagina's

De ontwikkeling der zonde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1961

Daniel | 8 Pagina's