Fragmentarische beschouwingen omtrent de biecht
Dr. M. J. Arntzen: „Biecht en vergeving van zonden. Een benadering van het biechtvraagstuk vanuit gereformeerd standpunt." Uitgave van J. H. Kok N.V., Kampen, 1961. 84 blz., ing. f 3.95.
De verschijning van een boekje van gereformeerde zijde over de biecht heeft me goed gedaan. De biecht is een van die dingen waarvan men zeggen kan dat de Reformatie in haar ontwikkeling het kind met het badwater heeft weggegooid. De Reformatie in haar ontwikkeling, want vanaf het begin — dit is bekend — is het zo niet geweest. Luther en Calvijn hebben verzet aangetekend tegen de Roomse biecht, d.w.z. tegen de ontaarding van biecht en boete in de Roomse kerk. Maar beiden hadden beslist waardering voor de biecht als zodanig, óók voor de private biecht. We zijn nu zover dat men in gereformeerde kring — dit gereformeerd dan in zijn ruimste zin genomen — bedenkelijk gaat kijken als er iemand over biecht gaat spreken. Ongetwijfeld is hierbij veel wanbegrip. En daarom is het goed wanneer ook onder ons dit onderwerp weer eens ter sprake komt. Dit feit alleen al is een aanbeveling voor het boekje dat ik hier bespreken wil.
Dr. Arntzen zegt ons in zijn „Woord vooraf" dat zijn geschriftje enkele gedeelten van een groter werk betreffende het biechtvraagstuk bevat. Het fragmentarische karakter van dit boekje is daarmee verklaard. Schrijver had wel graag een hoofdstuk opgenomen over biecht en boete in de oude kerk en in die van de middeleeuwen. Terecht, maar blijkbaar kon dit niet. Een tweede wens kwam bij mij onder 't lezen op. Waarom geen enkel woord over het standpunt van de geestelijke kinderen van de hervormers in de eeuwen die op die van de Hervorming zijn gevolgd? Met name sommige figuren uit de nadere Hervorming hebben mooie dingen over dit probleem gezegd! We moeten deze publikatie echter nemen zoals ze nu eenmaal voor ons ligt.
De inhoud van dit boekje zal voor menigeen zeer leerzaam zijn. Schrijver wijdt een hoofdstuk aan de Reformatie en de biecht, beziet daarna in 't kort de Schriftgegevens, gaat in het derde hoofdstuk over tot dogmatische bezinning en besluit met enkele konklusies van belang voor de praktijk. Ik vraag mij af of het voor een eenvoudig werkje zoals dit niet juister was geweest om met de bijbelse gegevens te beginnen en daarna de biechtpraktijken — zowel positief als negatief — de eeuwen door te schetsen. Beslist onjuist acht ik het om in 't eerste hoofdstuk een aparte paragraaf te wijden aan een op zichzelf wel belangwekkend figuur als Osiander. Schrijver heeft biezondere belangstelling voor deze man: hij promoveerde op een proefschrift over de rechtvaardiging bij Osiander. Maar dat mag geen reden zijn om Osiander hier ook bij te slepen, zelfs al lijkt het schema nóg zo mooi: Luther en Calvijn in 't midden, Zwingli links en Osiander rechts. Dit op zichzelf volkomen juiste schema kan het opnemen van Osiander in dit toch eenvoudige geschrift mijns inziens niet rechtvaardigen. De lezer vraagt zich af wat dè hervormers, de grote dus, ervan gezegd hebben. En daar hoort Osiander echt niet bij. Dat schrijver dit ook zelf heeft aangevoeld, verraadt hij op merkwaardige manier. De paragrafen van zijn eerste hoofdstuk zijn genoemd naar de figuren die er in ter sprake komen, naar Luther, Zwingli en Calvijn en A. Osiander. Dat hier de voorletter er bij moest, zegt genoeg! Schrijver haalt in 't exegetische gedeelte, voorzover het dan de protestantse kijk betreft, vooral gereformeerde schrijvers aan — gereformeerd dan nu in engere betekenis. Men kan hem dat niet kwalijk nemen. Met zijn slotsom dat de biecht, ook de persoonlijke, op grond van de gegevens uit Gods Woord verantwoord is en dat men iemand die dit voorstaat zeker maar niet zonder meer van romanisme mag beschuldigen, zal ieder die zich met de kwestie wel eens bezig heeft gehouden, moeten instemmen. Maar de praktijk is moeilijker. De schrijver wijst ook zelf op de gevaren die daaraan verbonden zijn.
Ik hoop van harte dat het schrijver nog eens mogelijk zal zijn zijn hele studie uit te geven. Wat dit al te fragmentarische geschriftje aangaat, ondanks mijn bezwaren vind ik het voor een meer uitgebreide lezerskring een leerzaam werkje. Men bezinne zich eens op de inhoud!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1961
Daniel | 8 Pagina's