JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze ontmoeting met de vreemde en het vreemde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze ontmoeting met de vreemde en het vreemde

7 minuten leestijd

Het verloop van deze ontmoeting

In ons vorige artikel zagen we, dat geen enkel mens on-bevooroordeeld is. Nu geldt dit ook ten opzichte van de vreemde en het vreemde.

De verstedelijking brengt met zich mee, dat we — naast schilderachtige, verspreid liggende, boerderijtjes — moderne huizenblokken met keurige plantsoentjes en moderne bestrating zien verrijzen.

En deze huizenblokken worden gevuld met mensen afkomstig uit allerlei windstreken en kerken. Deze mensen zijn doorgaans niet geworteld in de plaatselijke traditie en niet gebonden door piëteit t.a.v. wat vroegere geslachten hebben gewrocht. Het vreemde en de vreemde wekken bij ons altijd gemengde gevoelens. Enerzijds veroorzaken zij een onberekenbaarheid, waaruit angst en huiver kunnen voortkomen. Anderzijds worden we er echter door aangetrokken en geboeid.

Doordat de vreemde aanvankelijk buiten de gemeenschap staat, kan hij over verschillende dingen in die gemeenschap objectiever en juister oordelen dan hen, die er in opgegroeid en er a.h.w. mee vergroeid zijn èn daardoor veel dingen niet „zien". Een vreemde kent ons vaak beter dan dat we ons zelf kennen.

Doorgaans verloopt de ontmoeting tussen de oude en nieuwe bevolking op de volgende wijze. Aanvankelijk worden de nieuwe mensen als „vreemden", en dus als „rare" mensen aangegaapt, uitgelachen of gemeden. Van lieverlee vinden „eigen" en „vreemd" elkaar toch wel in een stille overeenkomst. Het vreemde levenspatroon wordt in ieder geval goeddeels — en meestal ook wel als superieur — aanvaard. Na verloop van tijd wordt het al dan niet bewust nagebootst.

De overname van het vreemde

De ontmoeting met het vreemde houdt ook in, dat men zich (meer) bewust wordt van het „eigene". Was dit tot nu toe van-zelf-sprekend, plotseling of langzamerhand wordt het in discussie gesteld.

De oudere generatie zal zich moeilijker aanpassen aan het vreemde, dan de jongere generatie, omdat zij a.h.w. met het eigene volledig vergroeid is. Het is een deel van haar leven geworden. Daarentegen zullen de jongeren zich gemakkelijker aanpassen en met minder strijd het vreemde kunnen overnemen. De waardevolle houding der ouderen kan echter ontaarden in een conservatisme, dat al het vreemde mijdt en verwerpt omdat het nieuw en vreemd is. Het gezegde „wat de boer niet kent, dat eet hij niet" geldt overigens niet alleen de boeren! De, eveneens waardevolle, houding der jongeren kan ontaarden in een kritiekloze aanvaarding van alles wat vreemd en nieuw is. Dit dan vaak ten koste van het „eigene", dat plotseling niet meer schijnt te deugen. In deze geldt: „Beproeft alle dingen en belïoudt het goede". Vooral omdat we in een tijd leven waarin een premie staat op alles wat „nieuw" en „modern" is. Het geeft ons aanzien, prestige, wanneer we „bij de tijd", d.w.z. „modern" zijn.

Zo zien we in vele verstedelijkte (kerkelijke) Gemeenten helaas een luxe in kleding en woninginrichting die vloekt met de ontzaggelijke nood in de ontwikkelingslanden èn met het „bezitten als niet bezittend" van de aardse goederen. Vele mensen in onze kring zeggen: „Het zit h'm niet in 't uiterlijke. Het gaat er maar om dat een mens tot God bekeerd wordt".

Hier ontmoeten we een dualistische levenshouding. D.w.z. het leven wordt hier opgesplitst in twee sectoren, namelijk het „innerlijke" en het „uiterlijke". Deze opsplitsing wortelt niet in de Schrift, ze is van doperse herkomst.

De HEERE onze God eist ons gehele leven op, d.w.z. innerlijk en uiterlijk. En de bekering tot Hem raakt niet alleen ons binnenleven, maar — niet minder — ook ons buitenleven. „Hij wil door ons gediend worden met ons gehele leven" (Calvijn). De HEERE zegt tot Israël, dat zijn leven ook opgesplitst had: „Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle? dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten noemen en een dag den HEERE aangenaam? Is niet dit het vasten dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden en alle juk verscheurt? Is het niet dat gij den hongerige uw brood mededeelt en de arme verdrevenen in huis brengt? als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad " (Jes. 58). Ziet u wel, de bekering heeft zeer zeker betrekking op het sociale leven, het leven van alledag. Daarin moet ze gestalte krijgen èn krijgt ze ook gestalte als ze uit God is.

Vlijmscherp is het woord van Johannes: „Wie zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe".

Het aardse leven is in Zijn oog niet onbelangrijk en het heeft met Zijn Dienst alles te maken. En van deze Dienst is er geen vrijstelling, voor niemand, nooit en nergens.

Voor Calvijn was de levensvraag niet: „hoe wordt ik zalig? ", maar: „hoe komt God aan Zijn eer? ' Is dit ook uw levensvraag geworden?

Het contact met de vreemde

Vele dingen in ons levenspatroon zijn van betrekkelijke betekenis. Het is goed, dat we dit beseffen wanneer de oude bevolking in contact komt met de „import". Dit betekent niet, dat we moeten gaan zeggen: „Alles is maar betrekkelijk". Ook deze uitspraak is betrekkelijk! Maar het betekent wel, dat we niet bij voorbaat de vreemde be-of veroordelen moeten. We moeten voor hem èn zijn noden openstaan. Velen beschouwen' de „import" alléén als winstobject, „je kunt er goeje zaken meedoen, maar verder is 't niks". Het behoeft m.i. geen verder betoog, dat een dergelijke houding elk lid van de Gemeente van Christus onwaardig is. Vanuit een dergelijke houding zijn velen ernstige voorstanders van het aantrekken van mensen, voor recreatie in bos, duin en water. Het huis wordt dan gedeeltelijk of geheel aan deze mensen verhuurd. Het gezinsleven moet zich dan maar voltrekken in een noodverblijf, de oudere kinderen gaan daarom vaak de straat op, en een gesprek met de „huurders" over de dienst des HEEREN blijft vaak achterwege. Dit zijn toch wel ernstige bezwaren tegen zo'n houding, nietwaar?

Wanneer het gedragspatroon van de vreemde van het onze afwijkt op ondergeschikte punten, hebben we dit te respecteren. Of.... hebben wij de wijsheid in pacht? Betreft het belangrijke

zaken, clan zal hierover voortdurend gesproken èn gebeden moeten worden. Echter niet een christelijke levenshouding loslaten, omdat je uit de toon valt! Het aannemen van een hooghartige houding tegenover de vreemde, ook op Godsdienstig terrein, heeft onherstelbare schade aangebracht in het leven van menig buiten-en randkerkelijke. Of spreekt u nooit met deze mensen over de dienst van God? Hij heeft ze op uw weg geplaatst en wat is het erg om dan te moeten zeggen: „Mijn rechter buurman is vannacht gestorven, en ik heb nooit één woord tot zijn behoud gezegd".

Kortom, ons contact met de vreemde is nooit vrijblijvend. We zijn geroepen om te getuigen van Hem, in Wiens Naam we gedoopt zijn. En dit getuigenis zal geen andere inhoud mogen hebben dan: „Dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld gekomen^ is om zondaren zalig te maken, waarvan ik de voornaamste ben."

Lezer(es), wellicht zijn er bij het lezen van het vorige en ook dit artikel bepaalde vragen of opmerkingen bij u gerezen. Aarzelt u niet mij te schrijven over vragen of opmerkingen, die u misschien zoudt hebben. Ik ben zeer belangstellend iets van u te horen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1961

Daniel | 8 Pagina's

Onze ontmoeting met de vreemde en het vreemde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1961

Daniel | 8 Pagina's