JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Tot hef licht gekomen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot hef licht gekomen

5 minuten leestijd

Wij kunnen het ons zo moeilijk indenken wat het is om uit heidense ouders geboren te worden en nooit iets te vernemen van de Enige Naam, die gegeven is tot zaligheid. Wij worden van onze jeugd af geleerd te bidden en te danken; wij horen uit de Bijbel lezen en al vroeg bezoeken we de kerk, waar de woorden des levens worden gehoord.

Maar de heidenen! Zij hebben meestal verscheidene goden, die op een biezondere wijze moeten vereerd; zij beven voor de boze geesten, die zich overal kunnen ophouden, en die in een goede stemming gebracht moeten worden, willen ze ons niet treffen met rampen en tegenheden. Door verschrikkelijk bijgeloof bezet, weten de mensen veelal niet wat ze doen moeten en door ongeloof gaan ze verloren. Zo zijn er miljoenen gestorven zonder tot de ware kennis des Heeren te komen. Hoe vreselijk is dat! Toch zal de Heere uit het heidendom mensen brengen tot het heil, dat in Christus Jezus is. Er is een onrust in hun hart gekomen en die onrust wil niet stillen, totdat de Heere er aan te pas komt en door middel van Zijn Woord het licht in de arme zielen doet opgaan.

Heel duidelijk komt dit uit in het volgende verhaal. Zendeling Wolfe opende, jaren geleden, een zendingskerkje in een groot dorp in Zuid-China. Onder de bevolking was dit nieuwtje spoedig verspreid en toen het kerkje in gebruik zou genomen worden, was de toeloop groot. Men was erg benieuwd wat de witte man in de „Godsdienstzaal", zoals ze het kerkje noemden, te zeggen had.

Een oude, blinde man hoorde cle drukte en vroeg wat er gaande was in het dorp. Er werd geantwoord, dat al die mensen naar de nieuwe Godsdienstzaal gingen.

„Breng mij er ook heen, " vroeg de blinde. Dat gebeurde. Zendeling Wolfe nam die avond als tekst: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." (Joh. 3 : 16).

Toen de oude blinde deze woorden hoorde, klapte hij in zijn handen en zei: „Dank u, meneer, clat is waar ik al jaren naar zoek en jaren om bid."

De mensen, die naast hem zaten, zeiden: „Deze man is gek; hij moet maar vertrekken." „Neen, neen, " antwoordde de oude, „ik ben niet gek, maar ik weet wat ik hebben wil en wat ik al jaren zoek."

Zendeling Wolfe bleef niet in het dorp, maar liet de verdere bearbeiding over aan een onderwijzer. De zendeling moest overal het zaad strooien in het reusachtig uitgestrekt China. Pas na zes jaren kwam Wolfe terug in het dorp. De onderwijzer vertelde, dat hij zeven mensen had, die gedoopt wensten te worden, en dat één ervan een oude blinde man was. Het was diezelfde man, die men zes jaar geleden gek hacl verklaard.

Toen de plechtigheid van de Heilige Doop zou plaats vinden, vroeg cle blinde of hij iets mocht zeggen. Dat werd toegestaan. En de oude begon: „Ik was ongeveer 25 jaar toen ik tot de overtuiging kwam, dat de afgodendienst een nutteloze godsdienst was. Ik wist toen niet waar ik het zoeken moest, maar op een mooie morgen, toen ik achter mijn huis wandelde, zag ik een vuurbol uit het oosten te voorschijn komen. Ik viel neer en aanbad de opkomende zon met deze woorden: „O zon, neem toch de last van mijn hart weg." Toen de zon 's avonds achter die bergen wegzonk, bad ik: „O zon, voordat ge weggaat, laat toch een zegen achter en neem de zware last van mijn hart weg."

Twee volle jaren heb ik dit gedaan, maar de last bleef op mijn hart zwaar wegen. Toen ging ik het proberen met de maan. Ik liep in het open veld en bad de maan aan, een jaar lang. Maar er kwam geen vrede in mijn hart. Vervolgens heb ik de sterren aangeroepen om mij te helpen. Dit deed ik ook een jaar lang, maar ik vond geen troost.

Op zekere clag wierp ik mij op de grond en riep: „Als er een Regeerder is boven de sterren, vertoon u dan aan mij!" Er kwam echter geen stem van cle wereld daarboven, en ik moest mijn weg vervolgen met de zware last op mijn hart. En zo verliepen mijn jaren. Ik werd oud en blind en de last scheen nog zwaarder te zijn geworden.

Een jaar of zes geleden hoorde ik rumoer op straat en vroeg aan enkele mensen wat dit te betekenen had. Ik werd toen naar de plaats gebracht waar de vreemdeling zou spreken. En wat vertelde deze man? Hij ging spreken over de hoge God van hemel en aarde en van de onuitsprekelijke liefde van God. Ik kon het niet langer verdragen, en ik sprong op mijn voeten en riep: „Dat is het juist wat ik nodig heb!" En nu sta ik hier van avond om in de Kerk van de Heere Jezus ontvangen te worden, en ik kan nu met Simeon zeggen: „Heere laat nu uw dienstknecht gaan in vrede, want ik heb de Zaligmaker gevonden, en de last is van mijn hart weggenomen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1961

Daniel | 6 Pagina's

Tot hef licht gekomen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1961

Daniel | 6 Pagina's