JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

8 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Het is weer oktober geworden, de maand waarin alle verenigingen het werk beginnen. De meeste verenigingen hebben in de zomermaanden niet vergaderd, daar er dan toch veel leden moeten verzuimen; maar nu zijn de avonden weer lang en is er gelegenheid om de vriendschapsbanden weer te verstevigen. Ik denk zo, dat alle knapenverenigingen reeds draaien. Wat is het toch gezellig, hè, zo in het vergaderlokaal bij elkaar te zijn. Wat voel je die band dan goed, die er is tussen de jongens en meisjes van je eigen kerk. Het is wel goed als er een tijdje niet vergaderd wordt, maar toch mis je iets. Vinden jullie dat ook niet? De gezellige wintermaanden liggen nu voor ons en we kunnen dus onze jonge krachten aan onze verenigingen ge~ ven. Ik hoop, dat jullie even trouw als de vorige jaren naar je vereniging zullen komen. Het is pas gezellig als alle leden er zijn. Dus nooit verzuimen of het moet niet anders kunnen. Goed luisteren en flink je best doen. Met wat je nu leert, kun je in je latere leven je winst doen. Dit alles geldt natuurlijk ook voor onze bladzijde. Ieder jaar komen er nieuwelingen bij en vallen er ouderen af. Ik ben reuze benieuwd van welke nieuwelingen ik spoedig een mooi opstel zal krijgen. En wat de ouderen betreft; jullie mogen gerust nog mee blijven doen. Een volgende keer hoop ik te beginnen met de nieuwe serie vragen. Doen jullie weer allen mee? Dat kan dan gezellig worden. Reken er maar op, dat het moeilijk zal worden. We gaan nu eerst een opstel lezen, dat handelt over:

„Samuël".

De tabernakel staat in Silo; hier heeft zij na veel omzwervingen een vaste plaats gekregen. Naar deze plaats trekken ieder jaar, op de grote feesten, de gelovige Israëlieten om God te aanbidden, zoals dat in de wetten voorgeschreven was. Voor de ingang van de tabernakel zit de oude hogepriester Eli; hij is te oud om het hogepriesterlijk werk te doen. Hij laat het nu over aan zijn zonen Hofni en Pinehas. Eli is een vroom man, doch zijn zonen zijn erg goddeloos. Eli is ook richter over Israël; hij is veel te goed voor het volk; zelfs zijn eigen kinderen straft hij niet. Wat heeft hij een verdriet van zijn zoons! Wat komen er veel slechte mensen in de tabernakel! Soms zijn ze dronken. Daar is zeker weer zo'n dronken vrouw. Eli kijkt met ergernis naar haar. Haar lippen bewegen, doch spreken geen woord. „Hoe lang zult gij dronken zijn; doe uw wijn van u, " zegt Eli streng. De vrouw ziet hem verwonderd aan en zegt: „Ik ben een vrouw bedroefd van geest; ik heb geen wijn en sterke drank gedronken, maar ik heb de Heere gebeden; ik heb gesproken uit de grootheid van mijn verdriet." Eli bemerkt, dat hij zich vergist heeft en hoe onvoorzichtig zijn woorden waren. Hij is nu veel vriendelijker geworden en zegt tegen de vrouw: „Ga heen in vrede en de God van Israël zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt." Blij gaat ze terug naar huis; bedroefd was zij naar Silo gekomen, maar verheugd gaat ze terug naar haar woonplaats Ramathoïm-Zofim. De vrouw heet Hanna, zij is de vrouw van Elkana. Hoewel ze al jaren getrouwd was, had ze nog geen kinderen van God gekregen. Dit is voor een Oosterse vrouw een groot verdriet. Hanna's verdriet werd echter nog vergroot door de plagerijen van Peninna, de andere vrouw van Elkana. Wat was Peninna trots op haar kinderen en wat bespotte en tergde ze dag aan dag Hanna, omdat zij geen kinderen had. Elkana troostte Hanna met de woorden: „Ben ik U niet beter dan tien zonen? " Hij hield meer van Hanna dan van Peninna. Eli's woorden komen uit, want na enige tijd gaf God aan Hanna een zoon. Blij en dankbaar noemt ze zijn naam Samuel, „want, " zegt ze, „ik heb hem van de Heere gebeden."

Mien Slabbekoorn — Wolf aartsdijk.

Zo Mien, het eerste stuk staat er nu dus in. De volgende keer gaan we verder. Jij kunt mooi vertellen hoor. Je luistert op school en in de kerk zeker erg goed? Een tweede opstel.

Het Twadlf jarig Bestand (1609—1621).

De oorlog had al jaren en jaren geduurd. Velen verlangden naar vrede. Vooral Oldenbarnevelt, de raadpensionaris, was er voor. Maar Prins Maurits was er tegen. Hij vertrouwde de Spanjaard niet. Hij was bang, dat Spanje zich, na de sluiting van de vrede, zich voor een nieuwe oorlog zou versterken en Holland aanvallen. Zijn neef Willem Lodewijk, die stadhouder van Friesland was, was het met hem eens. Oldenbarnevelt zette zijn zin door; doch de vredesonderhandelingen vlotten niet. Spanjes eisen waren te hoog en Maurits zegevierde. Toen de Franse koning Hendrik IV in de bres prong en Oldenbarnevelt steunde, werd tenslotte een wapenstilstand gesloten, het zogenaamde twaalfjarig bestand.

De buitenlandse twisten hadden voorlopig opgehouden, maar toen begonnen de onenigheden in het binnenland. Arminius werd hoogleraar aan de Leidse universiteit, het geschenk van Prins Willem van Oranje om de moed van de Leidenaren. Arminius bracht een verkeerde leer. Toch kreeg hij volgelingen, die werden Arminianen of later ook wel Remonstranten genoemd. Er kwamen steeds meer Remonstranten en Oldenbarnevelt koos ook hun partij. Het begon gevaarlijk te worden, want de Staten waren ook grotendeels Remonstrants. De beroemde hoogleraar Gomarus was een vurig verdediger van de Contra-Remonstranten, zoals de aanhangers van de Gereformeerde leer werden genoemd. Toch stonden dezen er niet best voor, want de Staten hadden grote macht. Willem Lodewijk was een vurig Contra-Remonstrant. Prins Maurits had nog geen partij gekozen en hij was er graag buiten gebleven. Het was vooral Willem Lodewijk, die er aan meegewerkt had zijn neef over te halen partij te kiezen voor de Gereformeerden. In het begin weigerde Prins Maurits zich in de strijd te mengen, maar toen de Remonstranten steeds brutaler werden, gaf hij tenslotte toe. Hij ging in een grote optocht te paard naar de Haagse kloosterkerk. Willem Lodewijk had gezegevierd. Oldenbarnevelt stelde waardgelders aan, die de Remonstranten zouden kunnen beschermen als er gevaar dreigde. Prins Maurits ging naar Utrecht en gebood de Staten de waardgelders af te danken en een nationale synode te houden. Deze eis werd vlakweg afgeslagen. Maurits ging toen met een afdeling soldaten naar de waardgelders en dankte ze zelf af. Tenslotte werd de nationale synode gehouden, maar eerst werden Oldenbarnevelt en een paar medeplichtigen Hugo de Groot, Hoogerbeets en Ledenberg gevangen genomen. De synode werd te Dordrecht gehouden en duurde van 1618—1619. Ds. Johannes Bogerman was voorzitter. De Remonstranten werden veroordeeld en hun predikanten afgezet. Ook werd besloten de Bijbel te vertalen in het Nederlands. Hier heeft men jaren werk aan gehad. (Statenbijbel). Oldenbarnevelt zat nog steeds in de gevangenis. Na afloop van de synode werd zijn vonnis uitgesproken. Hij zou onthoofd worden, tenzij hij om genade vroeg. Zijn familie smeekte hem genade te vragen. Oldenbarnevelt was niet te vermurwen. „Als ik om genade zou vragen, " zei hij, „zou dat een bewijs zijn, dat ik schuldig ben. En ik ben onschuldig". Zo werd hij toch onthoofd. Ledenberg had zich zelf van het leven beroofd in de gevangenis. Hugo de Groot en Hoogerbeets werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf; maar Hugo de Groot ontsnapte in een boekenkist. Intussen naderde het twaalfjarig bestand zijn einde. De strijd zou weer beginnen. Willem Lodewijk maakte de verdere strijd niet meer mee. Hij stierf nog in het bestand en zijn broer Ernst Casimir volgde hem op.

Nico Koning — Tuil.

Prachtig Nico, een keurig opstel.

Een gedicht.

Corrie de Waard uit Biezelinge stuurde me vorig jaar twee gedichten. Eén heb ik er reeds geplaatst. Dit tweede is wel heel bekend, maar toch zo heel mooi. Daarom plaats ik het. Leren jullie het maar uit het hoofd.

Moederken

't En is van U hiernederwaart Geschilderd of geschreven Mijn moederken Geen beeltenis Geen beeld van U gebleven. Geen tekening geen lichtdrukmaal (= foto) Geen beitelwerk van stene Tenzij dat beeld in mij Dat gij gelaten hebt allene.

O moge ik U, onweerdig Nooit die beeltenis bederven. Maar eerzaam laat ze leven in mij, Eerzaam in mij sterven.

Guido Gezelle.

Onze bladzijde is vol. Sturen jullie me veel opstellen en gedichten. Allen de hartelijke groeten.

C. DE BODE

Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland

BOEKBESPREKING (vervolg)

verrassend. De lezing van dit boek verdiept ons inzicht in de toestanden van toen. Wie zich wat diepgaander wil bezig houden met het leven in de Republiek gedurende de tweede helft der zeventiende eeuw, moet deze studie zeker lezen. Er is geen twijfel aan dat dit een aanwinst is!

Het zal wel niet eenvoudig zijn geweest de veelheid van de stof op ideale wijze te verwerken. Toch ziet men haast geen sporen van de worsteling waarvoor de schrijver ongetwijfeld bij de kompositie werd gesteld. Het aantal fouten in de spelling en het aantal zetfouten is zeer gering. Tenslotte is het boek — zoals men trouwens ook verwacht in deze reeks — biezonder netjes uitgegeven en — wat wel afzonderlijk vermeld verdient te worden — voorzien van een register.

J. Kwekkeboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's