JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gestadige groei

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gestadige groei

4 minuten leestijd

•Op het zendingsveld gaat er schier geen dag voorbij zonder zorgen. Telkens weer komen er moeilijkheden, die om een oplossing vragen. Zo ging het ook bij de zending onder de Karens. Mevrouw Mason had alles in het werk gesteld om een school te kunnen openen, en die was er dan ook gekomen, maar nu kwam de moeilijkheid of die school zich zou kunnen bedruipen. De leerlingen, die de school bezochten, waren flinke jongens, die heel wat voedsel nodig hadden. Hoelang zou mevrouw Mason het volhouden om alles te laten reilen en zeilen zoals wenselijk was? Een hele tijd, maar op den duur ging het niet meer. Wat moest ze doen? Een gedeelte van de leerlingen naar huis sturen? Dat kon ze ook niet over haar hart krijgen. Dan de volle waarheid maar zeggen. En dat deed ze dan ook.

Op zekere dag sprak ze met haar jongens over de moeilijkheden waarin de school zich bevond. Zij had geen geld meer. „Zouden jullie iets kunnen doen om de uitgaven te helpen dekken? " vroeg ze.

Er kwam geen antwoord. De leerlingen keken elkander zwijgend aan. Toen zei er één, dat hij een zelfgemaakte mat zou meebrengen. Een ander volgde en beloofde voor een mandje te zorgen. Een derde zou steunen met geld.

„Alles komt van pas, ' had de zendingsvrouw gezegd.

Het duurde niet lang of in de hele omtrek werd bekend gemaakt, dat „moeder", zo werd mevrouw Mason genoemd, geholpen moest worden. Ze drukten dat eigenaardig uit: „Moeder heeft een eetmandje en ieder kan er in doen wat hij wil."

De Karens staan bekend als zeer mild, en dat bleek waarheid te bevatten. Met allerhande dingen kwamen ze aan: kippen, varkens, honing en alle mogelijke eetwaren. Wat niet gebruikt kon worden door de leerlingen, werd verkocht. In korte tijd waren al de zorgen van „moeder" weggenomen! Het was wonderlijk hoe snel het evangelie in die streken verbreid werd.

Dat kwam heel duidelijk uit toen de Masons voor een tijd met verlof waren gegaan en weer naar het zendingsveld waren terug gekeerd. Het zendingswerk was in die tussentijd in handen gegeven van de inboorling-onderwijzers en - predikanten.

Een van de eersten, die de zendelingen bij de terugkomst welkom heette, was de trouwe bediende Shapau. Met vreugde in zijn stem en met lachende ogen, riep hij: „Moeder, in deze bergen en dalen zijn nu 96 kerken en scholen met 2600 gedoopte christenen!"

Wat Shapau zei, was heus niet overdreven, maar echt waar. In vele dorpen was nog nooit een blanke geweest en toch hadden velen het christendom aangenomen. Hoe was dat dan in zijn werk gegaan? Wel, elke oprechte christen had niet kunnen zwijgen van het heil, dat hij deelachtig was geworden. Elke christen werd een zendeling tegenover zijn naaste en zo kon een klein vuur een grote hoop hout aansteken. Vooral de scholen hadden in deze vruchtbaar gewerkt en deze middelen waren door de Heere gezegend geworden.

Tijdens haar verblijf had mevrouw Mason al een ernstige begeerte gehad om in Toungoo een meisjesschool op te richten, en zo gauw ze weer terug gekomen was in het vertrouwde gebied van de Karens, had ze het plan de mensen voorgelegd. In het eerst was ieder er tegen. Wat moesten meisjes nu toch op een school doen? Zoiets had mevrouw Mason wel verwacht te vernemen. De tijd moest er rijp voor zijn. Nog wat geduld en dan kwam het er wel. Steeds maar sprak ze over het grote nut van een meisjesschool. En jawel, toen de voornaamste hoofdmannen hun dochters zonden, kwamen er allengs meer, zodat de school kon beginnen. Een jaar lang woonde mevrouw Mason met haar leerlingen in een eenvoudig Karenhuis, maar op den duur zag men wel in, dat dit niet meer bij de voortduur zou kunnen. Er moest een kosthuis gebouwd worden. Het huis zou groot genoeg moeten zijn om vijftig meisjes te huisvesten.

Toen allen het hiermee eens waren, kon aan cle bouw begonnen worden. Een stuk grond werd uitgezocht waarop het huis zou verrijzen. Het was een stuk land, begroeid met welige doornen en struiken. Het was een zwaar werk en vergde veel tijd. Alle vrijwilligers waren hartelijk welkom. Eindelijk was de grond schoon gemaakt en kon men de bomen, die voor de bouw nodig waren, gaan vellen. Toen kwamen weer nieuwe moeilijkheden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's

Gestadige groei

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's