Diskussiehoek
De wereldraad van kerken.
Een lezeres uit Akkrum schreef mij, dat echt diskussiëren mannenwerk is. Stel u gerust, mevrouw, ik heb wel eens vrouwen bezig gezien, dat de stukken er afvlogen. Toch zou zij graag willen, dat meer vrouwen aan de diskussies gingen deelnemen. Daar kan ik het roerend mee eens zijn. Maar nu ter zake. Schrijfster stelt vast, dat de kerken onderling erg versnipperd zijn en elke richting vindt dat naar en akelig. Maar wie het proberen te lijmen, zijn juist de „lichtsten, " de „zwaarderen" voelen zich bezwaard om mee te gaan doen en verliezen daardoor ontzettend veel. Hun talenten gaan ze begraven, omdat God anders wel eens straffen kon, want ze rekenen op verliezen en niet op winnen en wie verliest, heeft inderdaad straf nodig om beter zijn best te doen. Maar wie in het geloof staat, wint volgens mij altijd, al is het langs onbekende wegen. En het bestaan van de Wereldraad van kerken is, geloof ik wel, Gods werk, aldus het schrijven. Deze brief raakt de mening van onze Venendaalse vriend, die in de vorige „Daniël" zich afvroeg, of er geen argumenten te vinden waren, die ons aan de Wereldraad konden binden. Hij wees er toen op, dat aan „Kerk en Wereld" een Herv. Ger. predikant was verbonden. Zou zo iets ook niet in de Wereldraad kunnen? De lezers hebben hierop geen reakties gegeven. Nu is uw gespreksleider van mening, dat „Kerk en Wereld" de Herv. Ger. predikant benoemd heeft, met bijbedoelingen, hier niet nader te omschrijven. Zou het in de Wereldraad ook die kant niet op kunnen gaan? Verder is het zeer de vraag, of de „zwaarderen" principiëel wel samen kunnen werken met een aantal personen, waarvan ik in de vorige „Daniël" enige ten hemelschreiende stellingen heb neergeschreven. Ik geloof, dat we dergelijke personen beter kunnen bestrijden met Gods Woord in de hand dan er mee samenwerken.
„Wie in het geloof staat, wint volgens mij altijd." Dat is het hem nu juist. Wie in het geloof staat, zal zich afkeren van de Wereldraad met zijn ondeugdelijke grondslag. Immers: het geloof is een vaste grond enz.
Dat komt ook zo uit in een brief van een vriend uit Utrecht, die zich over de „Bijbel op de openbare school" ook zo dapper geweerd heeft. Hij schrijft o.m. dat de Wereldraad van kerken de eenheid van de kerken nastreeft. Hij is echter beducht voor de leer in de tot eenheid komende kerken. „Dan lijkt de ware leer, die er in de kerken gebracht wordt, meer op een nachthutje in de komkommerhof dan op een grote eenheid. Als men echter na al de scheuring en afbraak weer wil gaan bouwen aan eenheid, dan willen we daar graag aan meedoen in z'n uitwendige openbaringsvorm. Maar Gods Woord leert ons duidelijk, dat we voor we gaan bouwen, de grondslag moeten onderzoeken, waarop gebouwd moet worden. En die grondslag is: „Tenzij iemand wederom geboren wordt, hij zal het Koninkrijk Gods niet zien." Dat zal misschien de instemming nog wel hebben, want het woord wedergeboorte is te goed bekend bij de kerkmensen om dat tegen te spreken. Gaan we echter verder onderzoeken, dan blijkt, dat in die wedergeboorte geleerd en ook gekend moet worden, hoe groot onze zonde en ellende zij, dat we ook daardoor en daarin de afstand leren inzien en enigszins beleven, die er tussen God en ons is. En dat die ellendekennis en afstandkennis smart en droefheid werkt. We zijn bang, dat zich er dan al heel wat terugtrekken. En als we dan verder de grondslag gaan onderzoeken, dan blijkt dat in die wedergeboorte het waar zaligmakend geloof geschonken wordt en dat dit waar zaligmakend geloof aan de kenmerken gekend kan worden en dat we ieder persoonlijk moeten onderzoeken of we door ondervinding hier kennis aan hebben. We zijn bang, dat de reaktie tot eenheid hierop dan niet zo groot zal zijn, terwijl we dan toch niets anders gedaan hebben dan een zuivere grondslag leggen." Alzo de mening uit Utrecht.
Uit de diskussie is dus wel gebleken, dat in onze kringen bij lange na geen onverdeelde instemming met de Wereldraad bestaat. En dat is geen wonder. Wij zijn van kindsbeen af gewend geweest, de grondslag te onderzoeken door cle Heilige Schrift te laten spreken en dan moeten we toch volmondig bekennen, dat we aan dit eenheidsstreven niet mee kunnen doen. En het is goed, dat men in onze tijd daarvoor waarschuwt, vooral onze jonge mensen, voor wie een streven naar eenheid altijd een zekere bekoring heeft. Alles roept immers om eenheid. Ik herinner slechts aan de Benelux, de eenwordingsbewegingen in Europa, zoals E.E.G. enz. Deugt het fundament niet, dan kunnen wij niet meegaan. We moeten derhalve ernstig waarschuwen voor de Wereldraad van kerken.
- Toch waren er ook wel enkele briefschrijvers, die meenden, niet altijd negatief te moeten reageren, maar naar iets positiefs te zoeken. Immers op zichzelf kan een eenheidsstreven op kerkelijk gebied geen kwaad. Misschien krijgen déze personen een kans, als ik D.V. in het volgende nummer van „Daniël" een korte inleiding hoop te geven over de I.C.C.C. of de Internationale Raad van Christelijke Kerken. Dat zal dan ons volgende onderwerp zijn, waarover U nu reeds kunt nadenken en lektuur kunt raadplegen.
En hiermede sluiten we dan de diskussie over de Wereldraad van kerken.
Gespreksleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961
Daniel | 8 Pagina's