Als het getij verloopt...
Het verheugt me zeer, dat enkele lezers op het verzoek, om opmerkingen e.d. n.a.v. de rubriek „Bakens verzetten? ", gereageerd hebben. Uit hun brieven blijkt dat deze rubriek, met wisselende titels, in een gevoelde behoefte voorziet. Uiteraard is het niet mogelijk hun brieven of opmerkingen geheel weer te geven; ik beperk me tot de daarin vermelde hoofdzaken.
Mej. N. N. te IJ. schrijft: „dat sommige ambtsdragers niet begrijpen, dat er wel degelijk een nood is onder de jeugd, vooral de iets meer ontwikkelde jeugd, voor wie de traditie volkomen niets betekent. Dit laatste zal u wel te ver gaan".
Niemand, die met hun levenssituatie maar enigszins op de hoogte is, zal kunnen ontkennen, dat deze een jeugd in nood is. We denken aan de enorme moeilijkheden rondom de vorming van een verantwoorde Christelijke levensstijl in een ontkerstende wereld (!), de veelheid van imponerende levensbeschouwingen die ze ontmoet en waarop ze thuis niet voorbereid is of kon worden etc. etc. En dan nog afgezien van de vragen, die er in een jong mensenhart kunnen rijzen en branden, over persoonlijke verhouding tot God.
Er zijn helaas jongeren, die hier ogenschijnlijk geen moeilijkheden mee hebben. Thuis zijn ze aangepast, dus traditioneel; in hun werkomgeving zijn ze echter eveneens en niet minder aangepast, en dus....? Zo de wind waait, zo waait mijn jasje. Over deze dubbelhartigheid velt de Schrift een niet mis te verstaan vonnis. Anderen, die wel met moeilijkheden zitten, voelen zich vaak onbegrepen en miskend, wanneer zij hiervoor geen of onvoldoende begrip vinden in hun naaste omgeving, en het spreken maakt plaats voor zwijgen. Misschien wel verbitterd. En het is dan zeer verleidelijk om een zondebok te gaan zoeken. Maar stel dat we die vinden en deze (onszelf? ) de woestijn in sturen, zijn de moeilijkheden daarmee opgelost? Immers neen!
Het gaat er om dat èn (alle) ouderen èn jongeren méér onderling, liefdevol, begrip voor elkaar gaan tonen. Dit betekent: zelfverloochening, opgeven van een wantrouwen van eikaars goede bedoelingen, elkaars persoonlijke moeilijkheden ernstig nemen etc. Kortom, eerst luisteren en dan — biddend! — spreken.
Er wordt in onze tijd meer gesproken dan gebeden tot en geworsteld met God. Als Hij het niet verhoedt, gaan we er aan ten gronde!
Laten wij — alvorens met elkaar te praten — allereerst met de HEERE over onszelf en over elkaar gaan spreken. Oud en jong zijn in één en dezelfde Naam gedoopt en zij kunnen slechts door deze Naam zalig worden. Of we nu 19 of 70 jaar oud zijn: •we liggen allen midden in de dood en derven de heerlijkheid Gods.
Bij Hem is raad, bij Hem alleen. Die onmisbare raad vinden we niet in ons gevoel, in onze overtuiging of mening maar uitsluitend in Zijn Woord. Dhr. H. te G. merkt op: „dat de huisgodsdienst in onze kring een armetierig leven gaat leiden zowel bij de ouderen als bij de jongeren. Hoe komt dit? "
Tengevolge van diverse sociale veranderingen heeft het gezin verschillende functies ten dele of geheel afgestaan aan de maatschappij. Bijvoorbeeld: ontspaning aan verenigingen; de productie (b.v. de inmaak) aan de industrie; de opvoeding (geheel? ) aan kerk, school en bedrijf.
Vele gezinsleden zijn derhalve meer buitens-dan binnenshuis. In het algemeen is het gezin echter nog niet alleen een „parkeerplaats voor de nacht". De vrije zaterdag, de avonduren en de zondag bieden voldoende ruimte om — als gezin — bezig te zijn met de dingen van Gods Koninkrijk.
Velen in onze kring beschouwen dit, ten onrechte, als een aangelegenheid voor de zondag alleen. De rest van de week, eventueel ook de zondagavond, is dan voor onszelf; dan doen we datgene, waar we zelf zin in hebben.
Toen we gedoopt werden, heeft de HEERE echter tot ons gezegd: „Ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn". En dit „Mijn" geldt 24 uur per etmaal en zeven dagen per week. Zijn dienst kent geen vrijstelling of uitstel, voor niemand onzer en nimmer!
Het is daarom ontzaggelijk jammer, dat er over de gehoorde preek en het gezongen lied in menige huiskamer niet nagepraat wordt; dat het gezamenlijk zingen met of zonder orgelbegeleiding vervangen wordt door een passief luisteren naar het samenzangprogramma der N.C.R.V.; dat de dag besloten wordt met mensenwoorden en niet met het Woord Gods etc. etc.
Daarom is nog voluit actueel het apostolisch vermaan: „Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart". Het niet opvolgen van dit vermaan uit valse schaamte, uit vrees voor eigenwillige godsdienst of met de gedachte, dat dit alleen de bekeerde betaamt, is niets anders dan één stuk verfijnde wereldgelijkvormigheid.
Nogmaals: Godsdienst kent geen vrijstelling of uitstel, ook niet in ons huis. Uit wereldgelijkvormige gezinnen ontstaat een wereldgelijkvormige gemeente. Het huis, waarin Gods dienst de gezinsband niet vormt, is èn voor de gemeente èn voor de buren èn voor de gezinsleden levensgevaarlijk.
Met het oog hierop mogen we wel dagelijks David biddend naspreken: „Leer mij uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God; Uw goede Geest geleide mij in een effen land".
Dhr. Z. te M. konstafeeert: „dat het totale aantal leden en doopleden (der Ger. Gem.) vrijwel gelijk is. Houdt dit verband met een eventueel twee-kinderstelsel, relatief sterke veroudering der Gemeenten, afvloeien van doopleden naar andere kerken, de openbare belijdenispraktijk? "
De Ger. Gem. telden in 1960 31.613 doopleden en 31.794 belijdende leden, dus de aantallen doopleden en belijdende leden zijn vrijwel gelijk. Nu blijkt echter uit de Volkstelling-1947 dat — 49 %> van alle leden — door doop of belijdenis — gevormd wordt door de leeftijdsgroep 0-24 jaar.
Hoewel de Volkstelling-1960 nog niet gepubliceerd is, kunnen we op verschillende gronden aannemen dat genoemd percentage niet in ernstige mate gedaald is.
Wij kunnen m.a.w. op grond van de in het Kerkelijk Jaarboekje genoemde cijfers niet besluiten tot een algemeen aanvaarde gezinsplanning (2 kinder-stelsel) of tot een relatief sterke veroudering van de Gemeenten. Ook niet wanneer we het genoemde percentage jongeren vergelijken met dat in de totale Nederlandse bevolking. Wel mogen we echter vaststellen, dat een groot aantal doopleden vóór het bereiken van de 25-jarige leeftijd belijdenis des geloofs aflegt en derhalve onder de rubriek „belijdende leden" valt. In hoeverre het aantal doopleden verkleind wordt door vertrek van doopleden naar andere kerkformaties, is mij helaas niet bekend. Er zijn hierover geen gegevens beschikbaar, daar onze Gemeenten (nog) geen kerkelijke administratie op landelijk niveau kennen. De Part. Synode-Zuid wordt grotendeels gevormd door Zeeland. Deze provincie is inderdaad onderhevig aan een betrekkelijk sterke veroudering van de bevolking, d.w.z. dat het percentage ouderen daar groter en het percentage jongeren geringer is dan die in de gehele Nederlandse bevolking. Deze veroudering houdt o.a. verband met het wegtrekken van vele jongeren uit deze provincie naar elders. En dit alles vindt uiteraard ook zijn weerspiegeling in de kerkelijke cijfers. Dhr. Z. merkt dan ook terecht op: „En als
hier jongelui weggaan, dan zal het verenigingsleven er niet wèl bij varen en wordt de opvang, wanneer het Deltaplan D.V. wordt uitgevoerd, nog extra bemoeilijkt". Reeds nu worstelt men allerwege met een tekort aan geschikte verenigingsleiders. Daarom komt het mij zeer gewenst voor,
dat onze middelbare scholieren, H.T.S.ers etc. in deze provincie bij de beëindiging van hun studies dit gewest niet verlaten, maar er blijven. Dit, teneinde de andere jongeren en de ouderen bij te kunnen staan wanneer straks een vloedgolf van sociaal-culturele veranderingen zich in dit gewest een weg zal gaan banen. Dit blijven zal voor velen het brengen van een offer inhouden, maar dan in dienst van een schone zaak. We ontvangen onze talenten om ermee te woekeren in dienst van God èn in dienst van onze naasten. „Gelijk de Zoon des mensen niet is ge-
komen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen".
Lezer(es), alles heeft zijn bestemde tijd. Ook het beëindigen van het gesprek tussen de lezers en de schrijver, die ook leest. Ja, die ook graag juist uw reactie leest en beantwoordt. Nog geeft God ons hiertoe de vrijheid en de gelegenheid. Ziende op de zeer ernstige crisis der wereldpolitiek worden we geroepen om te bidden: „Blijf bij ons, want het is bij de avond en de dag is gedaald." En we zijn eerst veilig, wat er ook moge gaan gebeuren!, wanneer we mogen ervaren: „En Hij ging in, om bij hen te blijven".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961
Daniel | 8 Pagina's