JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Godsregering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godsregering

5 minuten leestijd

De Heere regeert. (Ps. 97 : la)

We zijn allen onder de waarheid groot gebracht en worden in de kerk onderwezen in de leer die naar de godzaligheid is, althans, dat mogen we verwachten. Zo ook wordt ons dan geleerd, dat de voorzienigheid Cods bestaat in drie delen, waaronder ook de regering, waarvan Hellenbroek zegt dat het is die almachtige kracht Gods waardoor Hij alle dingen bestuurt tot een zeker bepaald einde. Nu een enkele vraag te dezen opzichte. Geloven we nu metterdaad dat de Heere alle dingen regeert?

Och, wat is het er verre vandaan. Geloof, en ik bedoel daarmee het zaligmakend geloof, hebben we niet. We liggen in een staat van ongeloof en dat weten we niet, wijl we ten enenmale vreemd zijn van de waarachtige kennisse Gods. Waar dat geloof ontbreekt is er geen sprake van wezenlijk God in Zijn hoge regering te beminnen.

En toch gaat die Godsregering door, of we dat geloven of niet geloven, Wie is er die in de huidige verwarring zowel op kerkelijk, huiselijk, maatschappelijk en internationaal gebied gelooft, dat de Heere regeert? We zullen alles met ons verstand klaar maken en begrijpen; maar: Die in de hemel woont, lacht om al het ijdel woelen van de nietige sterveling. Over dat alles gaat die alleraanbiddelijkste regering Gods. Hij bereikt door de bittere vijandschap van de mens Zijn hoog en verheven doel, want alles zal uitlopen tot Zijn eeuwige glorie en heerlijkheid. Onze jonge mensen leven in een uiterst moeilijke tijd, mede door de verwarringen welke er heersen. Vragen worden gesteld bij tien-en honderdtallen. We willen oplossingen, we willen begrijpen. We willen rust en vinden die maar niet. Dat komt omdat we die zoeken in ons werk, bij de mens. Ik kan dat verstaan want we zijn uit één bloede. We dragen allen de erfenis uit het paradijs met ons om, n.1. om als God te willen zijn. De regering Hem uit de handen te nemen. Dat is het wat steeds meer en brutaler openbaar wordt. Ik zei, dat onze jonge mensen met zoveel vragen lopen. Kunnen we dat dan niet meer verstaan, ouderen? Zijn we zo zeer vervreemd van de kennis van onszelf dat we ons niet verplaatsen kunnen in die sfeer, waarin al de jongelui leven.

Het is metterdaad zo en geeft ons het duidelijkste bewijs dat er zulk een groot gebrek is aan waarachtige ontdekking, en waar dat gemist wordt is geen plaats voor genade. We lezen tegenwoordig van alles en grijpen naar literatuur welke ons het meest streelt. Ik zou onze jongelui een raad willen geven: Eerst des Heeren dierbaar Woord en onze belijdenisschriften lezen, maar dan ook eens het kostelijke werk van Boston: Het kromme in het levenslot, of: Temmink, Het Kromme dat in de wereld is, recht gemaakt door het gelovig zien in Gods heiligdom; en niet te vergeten het troostvolle onderwijs in dat mooie boek van Coles: Gods souvereiniteit. Ik zou er meer kunnen noemen. Weet U waar de haper zit; we lopen niet vast. We trachten er steeds uit te komen. Daarom hebben we geen troost en sterkte. Toen Asaf Gods regering aan zijn critiek ging onderwerpen, liep hij met alies vast. Evenwel werd hij in het heiligdom geleid, om verwaardigd te worden rust in God te ontvangen. Daar ligt het grote geheim. De Heere heeft ons de middelen der genade gegeven en we zijn geroepen er naarstig gebruik van te maken. Slaat niet één predikatie over, want de regering Gods gaat er over. In Zijn eeuwige raad zou het het uur der minne kunnen zijn. O, wat ik U bidden mag, vraagt toch gedurig de Heere of Hij U bekeert zoals Hij al Zijn volk bekeert. Zijn prediking gaat niet buiten Zijn regering om, want het zal zijn een reuke des levens ten leven of een reuke des doods ten dode. Zijn regering gaat over het verraad van Judas, het woord van Kajafas, het oordeel van Pilatus, opdat Christus aan het kruis kwam tot de eeuwige verlossing van de beminden des Heeren. Het oordeel voor de een, om eigen schuld, het oordeel voor de ander naar des Heeren aanbiddellijk en dierbaar welbehagen en goddelijke regering.

Een ieders weg is bepaald in druk en leed of voorspoed, en dat te aanvaarden is alleen vrucht van de alles overwinnende genade des Heeren Heeren.

O buigt niet voor de God dezer eeuw, welke in alle humanistische stromingen kenbaar wordt, hoe schoon het gecamoufleerd wordt, maar vraagt naar de Heere en Zijne sterkte. Hij zal alle dingen doen meewerken ten goede voor diegene, welke naar Zijn voornemen geroepen zijn. Dat des Heeren lieve volk bij al wat tot vragen leidt, toch verwaardigd worde onder die Godsregering te buigen. Wij zijn van gister en weten niet, doch één zaak staat onomstotelijk vast, dat onder de regering van onze eeuwige God en Koning Hij Zijn duurgekochte erfenis zal brengen daar waar Hij alle tranen van de ogen zal afwissen.

Bezwijkt dan ooit in bitt're srnart, Of bange nood mijn vlees en hart, Zo zult gij zijn voor mijn gemoed, Mijn Rots, mijn Deel, mijn eeuwig goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's

Godsregering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1961

Daniel | 8 Pagina's