JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bakens verzetten ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bakens verzetten ?

10 minuten leestijd

Wie zijn wij eigenlijk?

In verband met de verstedelijking van het platteland is een schetsmatige beschrijving van ons kerkelijk leven absoluut noodzakelijk.

Het gaat er dus om, dat wij een antwoord geven op de vraag: „Wie zijn wij eigenlijk? " Dit antwoord vormt de achtergrond van de volgende artikelen.

Vergeleken met het kerkelijk leven van de verschillende kerkformaties, kenmerkt o.a. het onze zich door een tamelijk sterke gemoedelijkheid (in gunstige zin!) en een daarmee samenhangend saamhorigheidsbesef.

Deze, door het persoonlijk gevoel gekleurde, gemoedelijkheid heeft onder meer twee sociaal-psychologische achtergronden.

1) Ongeveer 70% van cle gemeenten zijn plattelands-gemeenten. Hier komt nog bij, clat vele stads-gemeenten in sterke mate hun leden betrekken van het platteland.

Welnu: het platteland kenmerkt zich in het algemeen — in onderscheid met de stad — door een betrekkelijk grote mate van gemoedelijkheid. De stad kent zakelijke en dus weinig persoonlijke verhoudingen;

2) Onze gemeenten wortelen (historisch gezien) in vrij sterke mate in de 19eeeuwse gezelschappen of conventikels. Het gezelschapsleven kenmerkt(e) zich door een betrekkelijk grote onderlinge intimiteit op geestelijk terrein. Deze intimiteit kan een ondergrond van een geestelijk saamhorigheidsbesef zijn. Dat is dan de alleszins gunstige zijde. Ze kan echter ook een achtergrond zijn van felle emotionele explosies en persoonlijke ruzies Immers: de felste ruzies komen vaak voor onder die mensen, die elkaar het beste menen te kennen.

Organisatorische consolidatie en uitbouw

Door de socioloog wordt de „beweging" omschreven als een groepering, die zich kenmerkt door: persoonlijke en gevoelsrijke verhoudingen, het besef dat men iets te ^veroveren heeft etc.

De „organisatie" daarentegen door: zakelijke en gevoelsarme verhoudingen, het veroveringsbesef leeft doorgaans alleen (nog) bij de leiders en het spontaan opbloeiende groepsleven wordt in bepaalde vormen gegoten. Menige kerkelijke groepering kenmerkt zich door een ontwikkeling, die genoemd kan worden „de ontwikkeling van beweging naar organisatie".

Welnu: de ontwikkeling van ons kerkelijk leven kan ook op deze wijze godsdienst-sociologisch aangeduid en verhelderd worden.

Het is de verdienste van ds. G. H. Kersten, onder anderen, geweest, dat hij ons kerkelijk leven in vaste(re) banen heeft weten te leiden.

De oprichting van de Theol. School, de uitgave van een dogmatiek, de oprichting van kerkelijke verenigingen en scholen etc. wijzen onmiskenbaar op de ontwikkeling van beweging naar organisatie.

Deze ontwikkeling houdt in, dat de kerkelijke verhoudingen minder persoonlijk en meer zakelijk (moeten) worden. Het verdwijnen van vele gezelschappen hangt nauw met deze ontwikkeling samen, ofschoon de ernstige geestelijke vervlakking van onze kring m.i. de hoofdoorzaak is.

Het gevaar is namelijk niet denkbeeldig, dat de beschouwing over de zuivere leer de verborgen omgang met God gaat overheersen, in plaats van deze te dienen. De kerkgeschiedenis kent helaas maar al te veel gevallen, waarin de eenheid — door het geloof in Jezus Christus — vervangen werd door de eensgezindheid in dogmatisch opzicht. Het is een historisch feit, dat de gezelschappen in de tijd van Smijtegelt een tamelijk sterke band met de Kerk hadden; de Bijbel en/of een preek vormden cle gespreksstof. Langzamerhand werd de Bijbel echter gesloten en werd er alléén over het persoonlijke geestelijke leven gesproken. De band met de — vaak ontaarde — Kerk werd veelvuldig doorgesneden.

De ontwikkeling van beweging naar organisatie deed (en doet? ) velen hogelijk roemen over de bouw van nieuwe kerken, scholen etc. De grondtoon van een dergelijk roemen is vaak: we zijn toch nog niet zó achterlijk, als waarvoor men ons verslijt, wij kunnen toch ook nog wel wat!

In dit roemen klinkt helaas niet door de droefheid over de ernstige verdeeldheid van de Kerk van Christus. Deze droefheid deed ds. Lfedelboer opmerk ken: „De groote kerk is onze kerk; als de waarheid daar weer verkondigd wordt, moet ge daarheen!". Wee ons, als we een kerk — onverschillig welke — gaan vereren in plaats van de Koning der Kerk!

Zeer velen hebben het echt moeilijk met de boven vastgestelde ontwikkeling. Ze huiveren voor „organisatie" en trekken zich liever terug in het gemoedelijke „onder ons." Men dient echter te bedenken, dat bepaalde taken der gemeente (b.v. zending en evangelisatie) in deze hoog georganiseerde samenleving alléén op landelijk niveau ter hand genomen kunnen worden. Het gevaar is er echter, clat de plaatselijke gemeente op deze wijze bepaalde taken van zich afschuift.

Organiseren is een zakelijke en nuchtere bezigheid, waar menig gevoelsmens voor terugdeinst.

Uiteraard kan de organisatie het kerkelijk leven gaan overheersen. Ze bergt, als elk mensenwerk, dodelijke gevaren in zich. En het is goed hierop voortdurend bedacht te zijn. Eerzucht, trots, heerszucht komen in het kerkelijk leven doorgaans nooit op „klompen" aan, maar worden veelvuldig in een theologische verpakking op de markt gebracht. De Bijbel kent hier voldoende voorbeelden van. De kerkelijke organisatie kan als machtsmiddel in dienst van zuiver persoonlijke doeleinden gehanteerd worden. Men dient te bedenken, dat het kwaad niet in de organisatie zit, maar wel in de mens die deze misbruikt èn in de mensen die dit misbruik toelaten of toejuichen.

Mijn groep, het van de wereld. middelpunt

Onderzoekingen hebben aangetoond, clat elke sociale groep de eigenschap bezit zichzelf als het middelpunt van de wereld te beschouwen. Dit wil zeggen: eigen doen en laten aan andere groepen op te leggen, cle andere groepen als minderwaardig te beschouwen etc. Bijvoorbeeld: de Grieken noemden alle niet-Grieken „barbaren", cïlw.z. stotteraars of brabbeltaal-sprekenden.

Dit verschijnsel treedt ook op kerkelijk terrein op. Een kerkformatie kan zijn organisatie als een vestingmuur gaan gebruiken, waardoorheen talloze projectielen in de richting van de vijanden (de andere kerkformaties) gevuurd worden. Een analyse van de Nederlandse kerkelijke pers, in het algemeen, toont aan dat zeer veel berichtgeving, over ande-

re kerkformaties dan de eigene, uitsluitend negatief gericht is.

Sociologisch belicht: elke groep (kerkformatie) kent — bewust of onbewust — het streven naar zelfbehoud, waaraan voldaan wordt door andere groepen (kerkformaties) op negatieve wijze te benaderen.

Bijbels belicht: „Want als de een zegt: Ik ben van Paulus —, en een ander: Ik ben van Apollos —, zijt gij dan niet vleselijk? "

Er zijn stellig ingrijpende theologische verschillen. Deze kunnen in de praktijk echter verscherpt worden tot onoverbrugbare kloven door de genoemde verschijnselen. Groepstrots, groepsegoïsme etc. komen in het kerkelijk leven vaak in een theologische verpakking op de markt.

Lezer(es), de wortels van deze zonden zijn in ons hart te vinden. Laten wij onszelf voor Gods aangezicht biddend onderzoeken, want „wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle."

Het socio-centrisme, d.w.z. het beschouwen van de eigen groep als het middelpunt van de wereld, houdt o.a. in: het niet (willen) zien van de slechte eigenschappen van de eigen groep óf deze tegenover de buitenwereld zoveel mogelijk goedpraten of verbergen.

Dit kan leiden tot een verafgoden van de eigen groep en zijn leiders. Deze verafgoding van de leiders kan betrekkelijk snel omslaan in een vertrappen van hen, die er plotseling meer menselijke trekken op na houden dan men verwachtte. Dit vindt plaats op politiek terrein (de zuiveringen in het Kremlin), maar helaas evenzeer op kerkelijk gebied.

Geografische verspreiding

Het statistisch overzicht in het Kerkelijk Jaarboekje 1961 geeft aanleiding tot de volgende conclusies:

1) De spreiding van onze gemeenten over de verschillende provincies is, procentueel als volgt: Zuid-Holland 33, 3 %> ; Zeeland 25, 3 %> ; Gelderland 12, 7 %> ; Noord-Holland 8 %> ; Overijssel 7, 3 °/o; Utrecht 6 %> ; Noord-Brabant 4, 7 %; Friesland 1, 3 %> ; Drente 0, 7 %; Groningen 0, 7 °/o van alle gemeenten.

Dus zijn de Ger. Gem. het sterkst vertegenwoordigd in: Zuid-Holland, Zeeland en Gelderland. Het zwakst in: Friesland, Groningen en Drente. Aan welke factoren moet dit toegeschreven worden?

2) Circa 50 °/o van alle predikanten dient stads-gemeenten; circa 70 °/o van alle Ger. Gem. is plattelands-gemeente; 3) Met name het gebied van de particuliere Synode-Zuid zal in de zeer nabije toekomst zeer ingrijpende veranderingen op sociaal terrein ondergaan (Deltaplan). Willen deze veranderingen niet tot ontsporingen leiden dan is een begeleidende Woordverkondiging en zielszorg noodzakelijk. In het gebied van deze Synode is er per 5210 zielen, of per 12 gemeenten, gemiddeld één predikant.

In het gebied van de Part. Synode-Oost is er per 2966 zielen, of per 6 gemeenten, één predikant.

In het gebied van de Part. Synode-West (de randstad Holland) is er per 2077 zielen, of per 5 gemeenten, gemiddeld één predikant.

4) De predikanten-dichtheid is dus het grootst in de Randstad Holland en het geringst in de Deltagebieden.

Sociale opbouw

De Volkstelling 1947 verstrekt geen aparte gegevens over de getalssterkte van de verschillende beroepsgroepen in onze gemeenten. Deze zijn namelijk meegeteld met de Ger. Kerk, Chr. Ger. Kerken etc. onder de naam „Gereformeerden".

Nu blijkt, dat onder de „Gereformeerden" de industriearbeiders en de intellectuelen minder voorkomen, dan op grond van de grootte van deze kerkformaties verwacht zou mogen worden. Daarentegen zijn de bedrijfshoofden en de employé's sterker vertegenwoordigd dan verwacht kon worden.

Eén en ander geldt ook voor de Ger. Gem., met dien verstande dat de industriearbeiders en intellectuelen nog sterker ondervertegenwoordigd zijn. Terwijl de agrarische bedrijfshoofden en middenstand waarschijnlijk in getalssterkte de boventoon voeren. Hoewel de Ger. Gem. als kerkformatie, nog steeds tot „de kleine luyden" behoort, wordt het aantal gemeenteleden, dat probeert te stijgen op de maatschappelijke ladder, steeds omvangrijker.

Het bezoek aan L.T.S., H.T.S., U.L.O., H.B.S en Gymnasium neemt toe Een eerste generatie van afgestudeerde akademici is ontstaan, terwijl het aantal studenten steeds omvangrijker wordt In de vorige eeuw zijn zeer vele intellectuelen en industriearbeiders van de Kerk vervreemd, omdat deze als typische middenstands-kerk, geen begrip kon en wilde opbrengen voor de problemen van deze groepen.

Het behoeft geen betoog, dat de groei van het aantal studerenden (op welk terrein dan ook), de zeer speciale aandacht vraagt van onze gemeenten.

In Herv. Ger. kring brengt men de middelbare schooljeugd 1 x per jaar in een zomerkamp bijeen, teneinde allerlei vraagstukken door te spreken. Ter navolging aanbevolen! De studenten uit onze kring zijn voor het merendeel verenigd in de C.S.F.R. Het is een voorrecht, dat zij in deze studievereniging de vele problemen met elkaar kunnen doorspreken. Menigeen, ook uit onze kring, is in het vaak barre klimaat van universiteit en hogeschool geestelijk tenondergegaan, door op zichzelf te blijven staan.

Slotopmerkingen

In bovenstaande heb ik me beperkt tot de zichtbare zijde der Ger. Gem. De sociologie moet zich tot deze zijde beperken, daar de gemeente van Christus is. De gemeente mag dus stellig niet gezien worden als: het publiek, dat 2 x per zondag een gebouw bevolkt waarin, op gezag van enkele mensen (kerkeraad) een spreker het woord voert". Zij is geen optelsom van : zoveel ongelovigen en zoveel gelovigen, en evenmin „kerkgebouwpubliek" of een organisatie van gelijkgezinden. Wanneer men dat zegt, gaat men af op de dingen, die gezien worden. Het geloof is echter een bewijs der zaken, die men niet ziet. En alléén door het geloof kunnen we de H. Schrift beamen, wanneer ze getuigt dat de gemeente „Gemeente des HEEREN" is (1 Kron. 27 : 8).

Naar deze ontzagwekkende titel zal elke gemeente, en dus elk gemeentelid eens geoordeeld worden. Evenals b.v. elke overheid naar de titel van „Gods dienares". Het gaat er om, dat u en ik door het geloof levende leden der Gemeente zijn of worden, want: „Elke rank, die in Mij geen vrucht draagt die neemt Hij weg en werpt ze in het vuur".

De HEERE, de Verbondsgod zal „met vlammend vuur wraak doen over degenen die God niet kennen, en over degenen die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn".


*) Zie „Kruisdominees" door dr. F. L. Bos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1961

Daniel | 8 Pagina's

Bakens verzetten ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1961

Daniel | 8 Pagina's