JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

9 minuten leestijd

Een praatje vooraf. Jullie weten nog wel dat ik de vorige keer gevraagd heb om minstens vijftig opstellen. Weet je hoeveel ik er kreeg. Honderd? Was dat maar waar. Nee hoor, slechts drie. Ik begrijp wel hoe het komt, hoor. Jullie waren het allemaal van plan, maar jullie zijn het alleen maar vergeten te doen. Doen jullie het nu dan eerst. De drie opstellen, die ik kreeg zijn prachtig. Laat ik jullie maar gauw mee laten genieten. Hier komt heteerste:

Op de proef gesteld

Een predikant had in een naburige buitengemeente gepreekt, en keerde, toen de avond begon te vallen, terug naar huis. Al werd het al donker, hij zag er toch niet tegenop om het uur naar zijn huis alleen te lopen, want de weg was goed en het weer toch helder. Maar zie, nauwelijks was hij een half uur gegaan of er viel zo'n dikke nevel, dat hij geen drie schreden voor zich uit kon zien. Dat was natuurlijk erg lastig en ook wel gevaarlijk, daar aan beide kanten van de weg een diepe sloot liep. Wat nu te doen? Staan blijven en wachten tot de nevel opgetrokken was? Maar dan moest hij misschien de hele nacht wel blijven staan en zouden zijn vrouw en kinderen erg ongerust zijn. Teruggaan en een lantaarn halen? Nee, ook dat ging niet, dan kon hij net zo goed maar door stappen. En zag hij nu maar ergens het licht van een boerenwoning, maar door de dikke nevel zag hij ook dat niet. Hij besloot dus stilletjes en uiterst behoedzaam verder te gaan. De Heere kon hem immers behoeden en veilig thuis brengen? Zo liep dus dominee door. Maar, nog geen twintig stappen verder stond hij stil en luisterde! Hoorde hij het goed, waren daar voetstappen? Kwam daar iemand aan? Niets zag hij nog. Maar dan ineens hoorde hij niet ver van zich af een stem, die zei: „Geen te best weer om te wandelen, dominee!" „Och, " zei dominee, , , 't kon toch immers nog erger zijn; als het eens stormde en we niet voort zouden kunnen komen, dan was het veel erger, niet waar? " „Zulk een eenzame weg is erg gevaarlijk, " zei de vreemdeling, „vooral als je elkaar niet kunt zien. Stel je voor dat je in aanraking kwam met iemand, die het bedrijf van afzetter uitoefende; " en vervolgde hij, „dominee heeft zeker wel een gouden horloge op zak? " Dominee was echt wel even erg verbaasd over deze plotselinge vraag en vooral over de toon, die de man aansloeg, dat beviel hem helemaal niet. Hij bleef echter kalm en liet niet blijken, dat deze plotselinge vraag hem verontrust had. „Een gouden horloge? ", zo was zijn wedervraag, terwijl hij bleef doorstappen, „nee, zo rijk ben ik nooit geweest hoor, ik doe het maar met een zilveren." „Wel zo; nu 't is wel een kleine misrekening voor me, maar als 't niet beter kan, dan is het ook al goed. Ik wil dat horloge van U graag hebben" en dit zei de man op een wijze, die geen tegenspraak duldde. Dominee begreep nu, dat hij met een straatrover te doen had en, zo merkte hij tevens op, weigeren zou niet baten, want de stem van de vreemde wandelaar gaf te kennen, dat het hem ernst was en niet zou aarzelen om geweld te gebruiken om het horloge in zijn bezit te krijgen. Wat nu te doen? Hij vermaande zich om bedaard te blijven en zei heel kalm: „Dat kan uw mening niet zijn. U zult wel net zo goed als ik weten, dat we het eigendom van anderen zo min begeren als roven mogen." „Praatjes, praatjes, " zei de ander. „Nee, dat zijn geen praatjes. God zegt het en uw eigen hart bevestigt het, " zo zei de dominee. „Ik heb die vromigheid van u niet nodig, geef me nu dadelijk dat horloge of ik zal mijn handen gebruiken en geloof maar dat het gevaarlijk voor u zal zijn, te meer daar het donker is en niemand ons ziet." „Maar Gods oog ziet u en mij, " zei dominee. „Wat heb ik aan die praatjes, en al was het zo, dan zou het u vanavond bitter weinig helpen, " zo snauwde de man. „Zeker helpt dit mij, " sprak dominee en zijn hart klopte van geloofsmoed, „want niet alleen dat God ons ziet, maar Hij is een Hulp in benauwdheden. De Heere zal mij bijstaan en mij tegen geweld beschermen." „Dus u bent niet bang voor mij? " „Nee", antwoordde dominee, „nee al kwam er ook een hele bende om me te beroven." Lezer(es), weet u wat er toen gebeurde, toen greep de man hem bij de arm en zei: „Daar hebt u mijn hand. U bent een waardig leraar. Ik hoorde U vanmiddag preken over de woorden: Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt bij mij, Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij." Ik wil wel erkennen, dat uw preek mij getroffen heeft. Toen ik u een uur geleden weg zag gaan, dacht ik bij me zelf: zou dominee nu wel zelf geloven en in praktijk brengen, wat hij daar straks zo vurig heeft gepreekt? Toen wilde ik de pi-oef nemen en onder begunstiging van de nevel kon ik u ongezien volgen. U weet het nu, dominee, goeden avond! Ik weet nu dat dominee een man is die gelooft en doet wat hij preekt." Nog voor dominee was bekomen van zijn verbazing was de man al verdwenen. Nooit is hij te weten gekomen, wie hem op die avond zo op de proef heeft gesteld, maar hij was blij een getuigenis van zijn geloof te hebben mogen afleggen.

Cobie van der Slikke, Schoondijke

Keurig naverteld hoor Cobie; ik ben blij dat jij onze bladzijde niet vergeten hebt. Je stuurt me zeker wel weer spoedig iets? Een gedicht:

Zalig, die minnen, zij worden bemind. Liefde is een kracht, die de haat overwint! Zalig die waken, zij worden bewaakt. Zij zien de engel als het kwade genaakt! Zalig, die wachten, zij leren geduld. Is niet de vrucht eerst in bloesem gehuld? Zalig, die werken, hun bloeit de woestijn. Arbeid doet wond'ren, maakt water tot wijn! Zalig, die strijden, zij worden bekroond. Daar is geen deugd, die zichzelf niet beloond! Zalig, die lijden, zij worden verblijd, Lente na winter en 't al op zijn tijd! Zalig, die hopen, al wankelt de voet. Daar is een hemel, die de aarde vergoedt!

Dit is ingezonden door Jan Walhout uit Middelburg. Ook bedankt Jan, je merkt wel dat er niets weggedaan wordt; alles komt er in.

De plaats waar we wonen,

Vijfhuizen

Vijfhuizen ligt in de Haarlemmermeer en is ook gemeente Haarlemmermeer. Deze polder ligt in Noord-Holland, dicht bij Haarlem en Amsterdam. Om de Haarlemmermeer ligt de Ringvaart, die druk bevaren wordt. De naam van deze polder zegt al dat hier vroeger een meer was. Bekend in de Vaderlandse geschiedenis is de strijd op het meer in 1573 toen een geuzenvloot door een Spaanse vloot onder Bossu's leiding verslagen werd. Het meer is in 1852 droog gemalen. In 1955 is het eeuwfeest gevierd, alle schoolkinderen kregen toen als herinnering een tegeltje, waar o.a. opstaat: een beeltenis van J. Adriaansz. Leeghwater, het vroegere raadhuis en twee spreuken: „Aren uit Baren" en „Goud uit Schuim" en nog enkele andere dingen. Jan Adriaansz. Leeghwater had in zijn tijd al plannen gemaakt om het meer droog te malen. De drie stoomgemalen „Lijnden, " „Cruquius" en Leeghwater hebben het drooggemalen. De Lijnden ligt aan de kant van Amsterdam, de Leeghwater aan de kant van Leiden en de Cruquius dicht bij Heemstede en Haarlem. De eerste twee malen nog steeds en houden het water op het juiste peil. De Cruquius maalt niet meer; het is nu een soort museum, dat je kunt bezichtigen. Het raadhuis van de Haarlemmermeer ligt in Hoofddorp, het middelpunt van de polder. In onze polder ligt ook het vliegveld Schiphol met de Fokkerfabrieken. Vijftig jaar geleden ging Fokker met zijn eigen gebouwde vliegtuig hier de lucht in. Er zijn nog meer fabrieken, bijvoorbeeld de landbouwwerktuigenfabriek te „Vicon" in Nieuw-Vennep. De polder had 18.000 ha bouwgrond, maar er is veel afgegaan voor nieuwe startbanen voor Schiphol en voor huizenbouw. In heel de Haarlemmermeer is maar één kerk van de Ger. Gem. en die staat in Hoofddorp. De gemeente is niet zo groot; ruim honderd leden en 121 doopleden. De gemeente is in 1933 geïnstitueerd. We hebben een nogal nieuwe kerk. 19 december a.s. is het 10 jaar geleden, dat de kerk in gebruik genomen werd. We hebben in Hoofddorp geen verenigingen.

Marijke de Wilde.

Jij bent ook een trouw medewerkster, Marijke. Ik behoef slechts een oproep te plaatsen en jij klimt direct in je pen en schrijft een opstel. Op zulke mensen kan ik bouwen. Nu krijg ik zeker weer spoedig wat van Ada?

En tenslotte.

ga ik er voor dit keer weer een eind aan maken. Jullie merken wel dat het weer een mooie bladzijde geworden is. Als we allemaal mee doen is het een kleine moeite en we leren zodoende veel van elkaar.

Allen weer een stevige hand en tot over veertien daag D.V.

C. DE BODE.

VERVOLG BOEKBESPREKING

die daarop volgt, deugt ook al niet. Regel 6 en 7, bladzij 117: „Welk ambt hem ambieerde", is zeer gebrekkig uitgedrukt. Onjuiste samentrekking vindt men regel 12—14, bladzij 178: „Simson kost het beide ogen, en moet malen." Ook gebruikt de schrijver woorden die hij blijkbaar zelf niet kent. Op bladzij 126 van deel II, op regel 12 van onderen, wordt van Goethe met betrekking tot het kwaad dat eigen aan zijn tijd was meegedeeld, niet dat hij er mee was geïnfekteerd, wat men verwachten zou, maar dat hij er „geïncorporeerd" mee was. Konklusie: geen biografie, maar een in blind entoesiasme opgesteld verdedigingsgeschrift, dat men in alle opzichten wel uiterst kritisch en voorzichtig lezen mag.

Goes. J. Kwekkeboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1961

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1961

Daniel | 8 Pagina's