JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Volk eren ron dom Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volk eren ron dom Israël

3 minuten leestijd

5.

Hef economische leven in Mesopotamië

De basis voor de Babylonische cultuur werd gelegd door de landbouw. Babylonië was namelijk een zeer vruchtbaar land en de opbrengsten waren zeer rijk. Volgens Griekse geschiedschrijvers bracht de landbouw 200-tot 300 voud op, maar dergelijke getallen zijn natuurlijk verschrikkelijk overdreven. In de vruchtbaarste jaren bracht het koren 70 voud op, maar dat was altijd nog veel meer dan in Griekenland. Ook de Romeinse geschiedschrijvers schreven met enthousiasme over de vruchtbaarheid van Babylonië. Dat ook de veeteelt van grote omvang moet zijn geweest, kunnen we concluderen uit de opgravingen, waarbij wetboeken, literatuur en brieven gevonden zijn. Voor de economie van de koningen was de veeteelt van grote betekenis. De wetten van Hammurabi spreken reeds over gespecialiseerde dierenartsen, die verantwoordelijk waren voor de behandeling van de zieke dieren.

Ook de visserij was van belang. De Eufraat en de Tigris leverden ongekende visrijkdommen op. Vooral paling en karper werd veel gevangen.

Assyrië was veel onvruchtbaarder dan Babylonië. Hier echter was de jacht het belangrijkste middel van bestaan. In het algemeen kunnen we zeggen dat zowel de Babyloniërs als de Assyriërs de jacht zeer druk beoefenden. Van Nimrod is het bekend dat hij een geweldig jager

voor het aangezicht des Heeren was. Uit een gedeelte van de wetten van Hammurabi, dat over de jacht gaat, weten we dat nog omstreeks 2000 voor Christus leeuwen veelvuldig in Mesopotamië voorkwamen. Zeer geliefd was de jacht op wilde ezels.

In Hammurabi's tijd (nog even ter herinnering: hij was een tijdgenoot van Abraham) waren paarden nog onbekend. Deze zijn later door andere volksstammen ingevoerd.

We hebben gezegd dat de landbouw de basis voor de Babylonische cultuur was. De handel zorgde echter voor de verfijning ervan. Als handelsvolk waren de Babyloniërs zeer ontwikkeld. Toen men in Egypte nog slechts ruilhandel kende, betaalden de Babyloniërs reeds met gewichten van goud en zilver. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Abraham, die toch ook een Babyloniër was, en de spelonk van Machpéla. Hier is sprake van de prijs van de spelonk, en in Genesis 23 : 16 staat: En Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had, voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar." Uit de gewichtseenheden ontwikkelden zich de munteenheden.

Bij iedere belangrijke koop werd een schriftelijk contract opgesteld. In Babel zijn hele archieven van deze contracten gevonden. Uit deze documenten blijkt hoe hoog het zakenleven ontwikkeld was. Reeds in Babylonië kon men vennootschappen oprichten, borg staan en failliet gaan. Men kon een bankrekening openen en met chèques betalen.

Uit gerechtelijke stukken blijkt, dat men reeds in die tijd wist hoe men met lang en omstandig geschrijf een korte en eenvoudige zaak weer moest geven.

Reeds in de oudste tijden werden handelsexpedities ondernomen van Babel naar de Middellandse Zeekust, waar men cederhout van de Libanon kocht, en naar Egypte, waar men koper en goud haalde.

In de vijftiende eeuw voor Christus bestond een handelsovereenkomst met Cyprus.

Ook met Indië dreven de Babyloniërs handel.

Onder de Assyriërs Sanherib begon men hiervandaan katoen te betrekken.

In ruil voor de produkten van andere landen gaf men graan, dadels, wol en aardewerk.

Bij de diplomatieke betrekkingen speelde de zorg voor de handelskaravanen een grote rol. Zo beklaagt een Noord-Mesopotamisch koning zich in een gevonden brief er tegen een Egyptische Farao over dat zijn karavaan overvallen en geplunderd is.

Reizigers van 3500 jaar geleden konden dus in het buitenland al op de steun van hun koning rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1961

Daniel | 8 Pagina's

Volk eren ron dom Israël

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1961

Daniel | 8 Pagina's