JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Is de mens geheel onmachtig ten goede?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is de mens geheel onmachtig ten goede?

DE VIJANDEN GODS (18)

4 minuten leestijd

, , Maar", zo hoor ik zeggen, „is het wel waér, dat de mens onmachtig is om iets goeds te doen? Er zijn toch immers zoveel dingen, die door de mensen gedaan en uitgevoerd worden, en die we toch niet mogen rangschikken onder de kwade zaken, of onder de zondige bezigheden? "

Deze tegenwerping is niet nieuw. Ze is alle tijden door reeds gemaakt, van de zijde van hen, die toch nog gaarne iets goeds in de mens zien. En het is daarom gepast hier over dit punt te spreken. En dan zij allereerst opgemerkt, dat er werkelijk dingen geschieden, die we niet onder de kwade, maar wel waarlijk onder de goede mogen rekenen. Maar die goede dingen noemen wij zo, omdat wij mensen niet verder kunnen zien dan het uiterlijke, dan hetgeen voor ogen is. Het maakt namelijk een groot verschil of de woorden en daden des mensen gemeten en gewogen worden door een mens, die zelf zondaar is, dan wel door de heilige God, die verre is van goddeloosheid.

De daden kunnen, op zichzelf beschouwd, heel goed zijn, bijv. armoede en leed verzachten, of een medemens uit het water redden, enz., maar de innerlijke beweegredenen zijn niet verdienstelijk in de ogen des Heeren. Zelfs als medelijden met de medemens de drijfveer is, dan ontbreekt er nog de waardegevende faktor aan, dat het al geschieden moet tot ere Gods. Er zijn burgerlijk goede dingen, zoals: beleefd, bescheiden, eerlijk en rechtvaardig handelen.

Er zijn natuurlijk goede dingen, zoals: eten, drinken, slapen, werken, enz. Er zijn zedelijk goede dingen, zoals: reine zeden, kerkgaan, bidden, hulp verlenen, enz.

Maar al die goede dingen zijn toch bevlekt door de inwonende verdorvenheid des mensen, en hebben geen waarde voor een rechtvaardig en heilig God, althans geen verdienstelijke waarde, waardoor we één stap nader tot de zaligheid zouden kunnen komen.

Bovendien zijn al die dingen, wat hun goede elementen betreft, nog een gave van Gods algemene goedheid, die de zonde in de mens zó gebreideld heeft, dat hij nog deelnemen kan aan een geordende samenleving, en zich kan gedragen zoals het naar het uiterlijk behoort.

Doch, als God de Alwetende, Zijn heilige maatstaf aanlegt aan de daden en gedragingen der mensen, dan smelten hun verdienstelijkheden als sneeuw voor de zon weg. Immers, al het bedenken des vlezes is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich der Wet Gods niet, want het kan ook niet. Rom. 8 : 7. Er is tenslotte slechts één goede zaak, die voor het heilig oog des Heeren bestaan kan, en dat is het genadewerk, dat Hij zelf in de harten der Zijnen werkt. Elke ademtocht der ziel, die naar God in oprechtheid uitgaat, is niet ons, maar Zijn werk. Elke begeerte om de Heere te dienen, overeenkomstig Zijn wil en Woord, is niet door ons, maar door de Heere in ons gelegd.

En zelfs de wedergeborene is uit zichzelf nog niet in staat iets verdienstelijks voort te brengen; het is de gedurige voeding met en toestroming van de Geest van Christus, die het de gelovige mogelijk maakt daden te verrichten, die de Heere aangenaam en welbehagelijk zijn. En ook dan nog moet, naar luid van Openbaringen 8 : 1—4 de wierook van Christus' gerechtigheid er aan te pas komen, om de gebeden en daden der gelovigen te ontzondigen, want anders zouden ze nog een walg voor de Heere zijn.

We hebben dan ook, op grond van de Heilige Schrift, vast te houden aan de waarheid, dat de mens van nature onmachtig is, om iets goeds tot stand te brengen, en dat de gelovige zulks alleen kan, als de genade des Heiligen Geestes hem daartoe in staat stelt. Tot het ware goede wordt vereist een goede grond, een goede regel en een goed doel; of zoals onze Heidelbergse Catechismus het zo treffend zegt in antwoord op vraag 91: „Goede werken zijn deze, die geschieden uit een waar geloof; naar de Wet Gods en Hem ter eer. „En dat kan niet één wedergeborene doen. Het is daarom zoals de dichter van Ps. 145 zingt, dat alleen wat God zelf wrocht, dat zal juichen tot Zijn eer! Dat de bede van de Morgenzang de onze zij:

Dat wij ons ambt en plicht, o Heer! Getrouw verrichten tot Uw eer, Dat Uwe gunst ons werk bekroon Uw geest ons leid' en in ons woon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1961

Daniel | 8 Pagina's

Is de mens geheel onmachtig ten goede?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1961

Daniel | 8 Pagina's