Diskussiehoek
Subsidie voor godsdienstonderwijs openbare school. op de
Als laatste op het ogenblik in mijn bezit zijnde brief over het onderhavige onderwerp de mening van een dame uit het hoge noorden, uit Akkrum.
Allereerst spreekt zij haar blijdschap uit over deze nieuwe rubriek. Het doet ons als medewerkers altijd goed waardering voor ons werk te vinden. Een mens blijft toch altijd maar een mens. Doch ter zake. Briefschrijfster vindt, dat men altijd voor zou moeten stemmen, want schrijft zei: „het geld, dat gebruikt wordt voor dit onderwijs, kan men niet ergens anders voor besteden." Ook deze briefschrijfster zit wel even met het probleem van de leer, die gebracht wordt. Zij komt echter tot de conclusie, dat het nooit geen kwaad kan om de kinderen in aanraking te brengen met de Bijbel „en als het daarin zelf gaat lezen, dat merkt het wel, dat het van veel kanten begrepen kan worden, verstandelijk dan. Het is te hopen, dat ook van onze kant pogingen worden gedaan om ze op te vangen, wanneer ze vol vragen rondlopen."
De brief eindigt dan met waardevolle opvoedkundige opmerkingen, die niet direct verband houden met ons onderwerp en die we derhalve niet kunnen weergeven. Hartelijk dank voor uw brief en ik hoop, dat meerdere dames uw voorbeeld zullen volgen. De vrouw behoeft in , , Daniël" niet te zwijgen.
Onze vriend uit Utrecht heeft na zijn eerste brief nog twee brieven geschreven. In één van de artikelen over dit onderwerp heb ik op een gegeven mo-
ment gevraagd naar het verlossende woord. Daar haakt onze vriend op in: „ dat ook Gods Woord het verlossende woord hierin wel geeft. Want dat leert ons maar één ware Godsdienst, die we dan ook verplicht zijn te stemmen, voor te staan en te bevorderen, die ook alleen de naam van Christelijk maar waard is."
Ook is hij het niet eens met uw gespreksleider, die geschreven heeft, dat de zaak 2 kanten heeft: een godsdienstige en een politieke. „Het ging, " zo schrijft de Utrechtenaar „over steun aan godsdienstonderwijs, maar niet over steun aan politiek." Maar mijn beste vriend, dat heb ik ook niet beweerd. Ik heb het niet gehad over steun aan politiek. Ik heb het gehad over de politieke zijde van ons onderwerp. Het al of niet verlenen van subsidie wordt beslist in de gemeenteraad en is dat politiek of niet!
Verder is de Utrechtenaar van mening, dat godsdienstonderwijs niet neutraal kan zijn. Met deze stelling zal iedereen het wel eens kunnen zijn, dunkt mij. Hier is echter sprake van enige begripsverwarring. Schrijver staat niet helder voor de geest, wat de openbare school eigenlijk is. Het beste is, dat hij de schoolstrijd gaat bestuderen.
Dit komt ook tot uiting in een tweede brief van hem, waarin vooral het schoolhoofd uit het vorige artikel op z'n dak krijgt. Letterlijk schrijft hij: , , En dan zouden we, naar onze bescheiden mening, van dat hoofd der school enkele dingen recht willen zetten. Want onze woorden moeten niet verdraaid worden, want we hebben niet gezegd, dat de openbare school een instelling van de duivel en diens aanhang is, maar al het christelijk onderwijs, wat eigenlijk die naam niet waard is, dat daar de duivel achter zit met al z'n aanhang. En onze mening is, dat als op de openbare school beslist goed christelijk onderwijs gegeven wordt, dat dan toch de naam van openbare school vervalt. Dus hiermede
ziet U, dat ook de Voorburgse schrijver mijn woorden en bedoelingen verdraait. En naar Gods Woord is dat, dat we eerst zullen moeten weten, hoe groot onze zonden en ellende zijn, en dan hoe we er van verlost moeten worden en dan hoe we Gode daarvoor dankbaar zullen zijn. En als dan onze onderwijzer weer heel in de verte de openbare school met de Bijbel ziet als het ideaal, dan zouden wij ook dat wel recht willen zetten, want daar heeft hij schijnbaar wel wat al te grote verwachtingen van. Want Gods Woord zegt ons: Als Christus wederkomt, zal Hij dan nog geloof vinden op de aarde? En ook als onze onderwijzer schrijft, dat de verschillen, welke tussen de kerken bestaan, ondergeschikte punten zijn. De hoofdzaak is, zegt hij, dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonde. Nu ons dunkt, dat daar ook wel wat van recht gezet mag worden. Want daar zit juist de knoop. Dan geloven wij, dat het verschil tussen de kerken van heel groot gewicht is." En dan volgt er een uiteenzetting over historisch geloof, tijd — en waar zaligmakend geloof. Dat is echter niet in diskussie, dus dat laten we thans buiten beschouwing.
Ik heb zo het idee, dat het bewuste schoolhoofd het met de stellingen van de Utrechtenaar wel eens zal zijn. Het moet me echter van het hart, dat de laatste de brief van het hoofd der school niet heeft begrepen, omdat hij de schoolstrijd niet kent uit de vorige eeuw. Verder wil ik me niet mengen in de diskussie tussen beide heren.
Ik geloof, dat we dit onderwerp zo langzamerhand moeten beëindigen. De diskussie is erg prettig en oriënterend geweest. Er viel veel uit te leren. We zijn niet tot een vergelijk gekomen. De meningen waren te zeer verdeeld.
Zoals ik al enkele malen heb opgemerkt, kunnen we dit onderwerp moeilijk recht doen, als de beruchte schoolstrijd niet gekend wordt. Nu is het mij de laatste jaren herhaaldelijk opgevallen, dat ons opkomend geslacht bitter weinig, om niet te zeggen: helemaal niets van de schoolstrijd afweet. Ik zou al onze J.V.'s met klem willen aanraden, de schoolstrijd in het a.s. winterseizoen uitputtend te behandelen. Het zou ook erg goed zijn, in , , Daniël" het ook nog eens weer te bespreken, hoewel dat een jaar of twaalf geleden al eens is gebeurd. Wij kerkmensen behoren toch te weten, hoe onze vaderen gevochten hebben voor christelijk onderwijs. De „bovenmeester" die deel genomen heeft aan de diskussie, heeft met enkele zinnen de kern reeds aangegeven. Nog altijd is het oude gezegde waar: „Een volk, dat zijn geschiedenis niet meer kent, is tot ondergang gedoemd."
Wanneer er niemand meer iets te zeggen heeft over het in diskussie zijnde onderwerp, dan sluiten we hierbij de bespreking en hopen we D.V. met een ander onderwerp te beginnen, dat weer op een ander vlak ligt.
Allen, die aan de bespreking hebben deelgenomen, hartelijk dank voor uw medewerking en de genomen moeite.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1961
Daniel | 8 Pagina's