JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods Woord keert niet  leeg weder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods Woord keert niet leeg weder

4 minuten leestijd

Het viel niet mee om met de Karens, wild en vreesachtig, in kontakt te komen. Vanuit de bergen kwamen ze geregeld naar het dorp om verschillende dingen te kopen, maar niemand waagde zich bij het zendingshuis. En het was er om te doen bij het zendingshuis om de Karens bij zich te krijgen. Op zekere dag zei Mason, de zendeling, tegen zijn bediende Shapau: „Nu moet je op de weg gaan staan, en alle Karens, die voorbij komen, nodig je uit om naar het huis van de zendeling te komen."

Shapau ging en deed zijn plicht, maar in twee dagen kwam niemand opdagen; het leek wel of de Karens wisten waar het om te doen was. De derde dag zag de knecht een troepje mannen naderen. Gewapend met spiesen, kwamen de wilden voorzichtig de weg op. Naar alle kanten keken ze of er geen onraad was. De knecht van zendeling Mason liep de mannen tegemoet en sprak: , , Goeie morgen, vrienden! De witte onderwijzer is aangekomen en zou jullie graag willen zien. Gaat maar met me mee."

De mannen verschrokken en vroegen verwonderd: „Ons zien? Hij wil ons gevangen nemen en ver wegvoeren. Neen, we komen niet."

„Jullie moet niet vrezen, " sprak Shapau, „gaat maar gerust mee. Er is ook een witte dame en die zou nooit toelaten, dat haar man jullie gevangen zou nemen. Vreest niet broeders. Het zal best meevallen. Jullie zult de onderwijzers spoedig liefhebben."

Er kwam aarzeling bij de mannen wat ze doen zouden. Eindelijk trokken drie van hen de stoute schoenen aan en volgden Shapau tot het hek van het huis. Daar gingen ze op de grond zitten en waren zeer nieuwsgierig wat er zou gebeuren. Zie, daar kwam de witte dame. Ze groette vriendelijk en gaf aan elk van hen een beetje zout. Mevrouw Mason wist wel, dat de Karens zout op zeer hoge prijs stelden. De mannen waren dan ook meteen hun vrees kwijt en wisselden enkele woorden met de vrouw van de zendeling. Ze waren erg dankbaar voor zoveel vriendelijkheid.

De zendeling kwam er ook bij en sprak met de Karens. Toen hij zag dat ze vertrekken wilden, gaf hij een Bijbelgedeelte aan één van hen en zei: „Neem dit mee en laat het maar aan al jullie vrienden zien."

Toen gingen ze weg.

Er verliepen drie weken en niet één Karen werd gezien of gehoord. Zou niemand terug keren? En wat zou de uitwerking zijn van het Bijbeltje? Met deze vragen hielden de Masons zich bezig, toen er op een morgen weer enige mannen verschenen, die door het raam van het zendingshuis naar binnen gluurden.

Zendeling Mason hield huisgodsdienst met zijn gezin. Dat zagen ze blijkbaar, want niemand deed een poging om het huis in te komen. Toen het gebed gedaan was, stond Mason op en tegelijkertijd kwam de leider van het troepje het huis binnen en legde een pakje, in bladeren gewikkeld, op tafel. De zendeling maakte het pakje open en daar zag hij het Bijbelgedeelte, dat over drie weken door de mannen was meegenomen. Verwonderd keek Mason op en vragend zag hij de Karenleider aan. Deze raakte het boek aan en sprak: „De witte man moet het verklaren."

Er kwam blijdschap in het hart van de zendeling. Hij las enkele verzen voor en gaf een eenvoudige toelichting op het gelezene. Vooral de leider luisterde met grote aandacht en blijdschap. Toen de zendeling ophield, nam de leider het boek en drukte dat aan zijn hart. Met schittering in zijn ogen riep hij uit: „Het spreekt Karen! Het spreekt Karen! Het is een geest!"

Vanaf deze ontmoeting kwam de hoofdman geregeld naar het zendingshuis en luisterde met grote aandacht naar de zendeling en zijn vrouw. Al meer en meer werd hij ingewonnen door de kracht van het Woord des Heeren en na verloop van tijd kon hij vragen als eertijds de kamerling: „Wat verhindert mij gedoopt te worden? "

Hij en zijn gezin werden gedoopt en waren de eerste vruchten van de arbeid van Mason in die streek. Het dorp van de hoofdman was het eerste in de omtrek, dat het christendom aannam.

Hoe wonderlijk had de Heere Zijn Woord weer vervuld, dat Hij eenmaal gesproken heeft: „Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1961

Daniel | 8 Pagina's

Gods Woord keert niet  leeg weder

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1961

Daniel | 8 Pagina's