JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als dood aan Zijn voeien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als dood aan Zijn voeien

4 minuten leestijd

„En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: rees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest en zie: k ben levend in alle eeuwigheid. Amen." (Openb. 1 : 17, 18.)

III.

In onze vorige overdenking hebben wij erover gemediteerd hoe Johannes, toen de verheerlijkte Levensvorst Zich aan hem openbaarde, als dood neerviel aan Zijn voeten.

Doch dan is het ook geestelijk waar, dat zij, die in tollenaarsverbrijzeling en Maria Magdalena's droefheid aan Jezus' voeten neervallen, niet weggeslagen zullen worden, maar zalig vertroost.

We lezen immers in onze tekst: „En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: „Vrees niet".

Ziet ge wel, lezer, dat het aan Jezus' voeten meevalt? Aan zulken wordt de hand der vertroosting opgelegd, die hand, die de vijanden eenmaal hebben doorboord met spijkers, toen Christus Zich uit eeuwige liefde overgaf om Zijn kerk van onder het oordeel te verlossen en haar in de Vaderlijke gunst en gemeenschap terug te brengen.

„Hij legde Zijn rechterhand op mij". Het is de hand van genade, van liefde, van Goddelijke bescherming. Wie onder die hand is, is volkomen veilig. Heel de macht der hel en des doods kan de Zij-nen niet van onder die hand wegrukken.

Hoe dikwijls had de Heere Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde Zijn hand gelegd op zieken, om hen te genezen, doch ook nu, na Zijn opstanding en hemelvaart, legt Hij in dit visioen de hand op Johannes. Christus is nu immers wel verhoogd maar niet van aiard veranderd. Ook in Zijn verhoging blijft Hij Ontfermer, Die Zijn hand der vertroosting oplegt aan een vrezend mensenkind. „Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in der eeuwigheid".

Wij weten niet in letterlijke zin, zoals Johannes, wat het inhoudt, dat Christus die hand oplegt, maar geestelijk mogen al Gods kinderen dit ervaren.

Immers als zij in hun verslagenheid worden gesterkt en getroost door de Heilige Geest, als zij worden vervuld met het levende besef van de liefde van Christus, van het meedogende hart, dat Hij hun toedraagt, ja wanneer de kracht Zijner beloften ervaren wordt, dan legt Hij Zijn rechterhand op hun hart en richt Hij hen op uit het stof.

Dit opleggen van Zijn rechterhand op de Zijnen schenkt aan een schreiend hart nieuw leven, ja zo kunnen wij weer verder op het vaak doornige pad des levens.

Ja, welk een voorrecht om in die hand, in de tekenen der nagelen onze naam ge graveerd te zien en te mogen inleven door de toepassing des Geestes: „Niemand zal ze uit Mijn hand, noch uit de hand Mijns Vaders rukken.

„Vrees niet", zegt de Heere in onze tekst tot Johannes. De kerk des Heeren kan evenals Johannes zo vrezen voor de heilige Majesteit Gods, als ze zien op eigen onreinheid en bederf.

Doch degenen, die in oprechtheid vrezen, behoeven dit niet te doen, maar degenen, die God niet vrezen met een kinderlijke vreze, zal eeuwige vreze straks overvallen, als ze in grote angst zullen bidden: Bergen, valt op ons en heuvelen, bedekt ons, voor het aangezicht van Hem, Die op de troon zit.

Maar even dikwijls als we in Gods Woord lezen van het vrezen van Gods kinderen in allerlei omstandigheden, waarin ze kunnen verkeren, zegt de Heere: Vrees niet, Ik ben met u.

We lezen, dat Christus in onze tekst tot Johannes spreekt: „Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste". Christus openbaart zich in deze woorden als waarachtig Gods. Vóór Hem was er niets en na Hem komt er niets. Hij ontsluit alles. Alles ligt in Zijn macht. De opgestane Levensvorst bedoelt hier Johannes in diens neergebogenheid op te richten en te troosten, als Hij als het ware tot hem zegt: „Vrees niet Johannes, want al lijkt het dat de vijand alles machtig is en hij de gemeente kan verwoesten en

in bloed doen ondergaan en U in zoveel leed in de eenzaamheid der verbanning doen verkeren, toch vermag die vijand niets buiten Mijn wil, want Ik ben de Eerste en de Laatste. De vijand kan woeden, maar slechts in zoverre, als Ik dat om wijze redenen toesta".

Hij is ook de Eerste, Die de zondaar roept uit het graf der zonden en de Laatste, Die hem binnenleidt achter de paarlen poorten van het nieuwe Jeruzalem.

Hij is de Eerste in de vertroosting en de Laatste in de schenking der zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1961

Daniel | 8 Pagina's

Als dood aan Zijn voeien

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1961

Daniel | 8 Pagina's