lakens verzetten ?
(5).
Een jeugdonderzoek
In dit artikel wil ik uw aandacht vragen voor een sociologisch onderzoek onder de jeugd (15—20 jaar) in een plattelandsgemeente in het Noordoosten des lands.
In deze gemeente — waarin de Gereformeerde Gezindte (van Ger. Bond tot
vrijgemaakt-Gereformeerden toe) de boventoon voert — zijn onvoldoende mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding i). Enkele tientallen jaren geleden was deze gemeente nog hoofdzakelijk agrarisch. Thans voltrekt zich echter een langzame overgang van landbouw naar industrie, door de aanwezigheid van enkele fabrieken.
De jeugd gaat daarom steeds meer technische scholen, scholen voor V.G.L.O. en U.L.O. etc. bezoeken en blijft niet langer thuis op de boerderij.
Deze verschijnselen doen zich ook voor in andere plattelandsstreken. Zij zullen in de nabije toekomst ook in de Deltagebieden — in verhevigde vonn — gaan optreden. Daarom lijkt het me zinvol aan u enige indrukken uit de, met deze jeugd gevoerde, vraaggesprekken door te geven.
De traditie
Als onderzoeksteam werden we getroffen door de grote betekenis, die de traditie schijnt te bezitten voor de oudere generatie. Deze traditie is bij de ouderen, in deze gemeente, doorgaans ver-
ankerd in het gevoelsleven. Dit blijkt uit het volgende voorbeeld.
Eén van de ouderen (19 jaar) wilde gaan dansen, maar — naar zijn zeggen — hadden zijn ouders principiële bezwaren. Op de vraag, wat de inhoud van deze bezwaren was, antwoordde hij: „Ze vinden, dat dit niet bij het naar de kerk gaan hoort, dat ze dit vroeger ook niet gewend waren en er niet bij opgevoed waren". U merkt, dat in dit antwoord niet zozeer de H. Schrift maar meer de traditie en de opvoeding gezaghebbend zijn. Ondanks het feit, dat er vanuit de Schrift voldoende steekhoudende bezwaren tegen de dans zijn aan te voeren!
Vele jongeren, die zich nauwelijks nog door de traditie, maar wel door de Schrift aangesproken weten, staan voor hun besef op deze wijze in een geestelijke kou. Zij voelen zich alleen staan en moeten het dan zelf maar uitzoeken. Dit wordt echter nog ernstiger voor die categorie jongeren, wier ouders principiële bezwaren hebben, en die menen dat het niet-mogen-dansen een gebrek aan hun opvoeding is. Eén van deze jongeren zei: „Op een feestje moet je kunnen dansen; anders voel je jezelf achteruitgezet".
Zal het verwachte respect van de zijde der andere feestgangers het winnen van het ontzag voor de godsdienstige traditie?
Omdat in deze gemeente geen dansgelegenheden, bioscopen etc. zijn, trekken vele jongeren in hun vrije tijd naar omliggende dorpen en steden. Daar slenteren ze op straat, schieten een cafetaria binnen, „pikken een bioscoopje" etc. De thuisblijvende jongeren ontkomen in vele gevallen niet aan minder oirbare praktijken op seksueel gebied in de naaste omgeving.
Vrijetijdsbesteding
De ontstane trek naar omliggende dorpen en steden, om daar de vrije tijd te besteden, hangt zeer nauw samen met de afwezigheid van voor deze jeugd geschikte ontspanningsruimte.
Van de kerkelijke verenigingen is een élite-groep lid. Deze kunnen — in hun huidige vorm — de school-en industriejeugd maar matig boeien; zoals overal in den lande.
De scholier en de industriearbeider hebben, elk voor zich, een mentaliteit die aanzienlijk verschilt van die der middenstandsjeugd. Wil men dus ook deze groepen meer in het verenigingswerk gaan betrekken, dan zal men dit anders moeten gaan opzetten. Een geringere klemtoon op luisteren, een sterker accent op het zelf-doen; desnoods door kringen van gelijkgezinden, wat betreft mentaliteit, te vormen. Deze jeugd deinst terug voor vaste bindingen; daarom zal de vereniging een open karakter moeten bezitten.
De vereniging, als zodanig, is niet — zoals men wel eens denkt — een Goddelijke instelling. Ze is ontleend aan de moderne samenleving en ze is bovendien slechts één van de vele denkbare samenbundelingsvormen van en voor mensen.
Dit geldt uiteraard niet wanneer men de niet-middenstander in het vakje „ongein teresseer den" onderbrengt en op deze wijze eigen optreden poogt te rechtvaardigen!
Op vele meisjesverenigingen kombineert men het luisteren (b.v. naar een Bijbelverhaal) met het zelf-doen (naaien, stoppen enz.). Waarom dit ook niet op de jongelingsvereniging, uiteraard in andere vorm?
De samenleving kent geen ruimtelijke scheiding tussen de sexen, evenmin de Kerk. Waarom zijn er dan tóch aparte verenigingen voor jongens en meisjes? Lezer(es), begrijpt U me echter goed! Deze vragen en opmerkingen willen geen patent-oplossing voor de vele problemen aanbieden. Zij vragen Uw aandacht, nadenken en.... Uw antwoord. Wij hebben niet het recht ons aan alle veranderingen zonder meer aan te passen. Maar evenzeer hebben we de heilige plicht onze handelingen af te stemmen op de verschillende veranderingen. U hebt misschien gedacht, dat de jeugd in deze gemeente — na het verlies van de zogenaamde „wilde haren" — wel weer zal terugkeren op de oude paden. Deze gedachte houdt echter geen rekening met de werkelijkheid. Telkens moesten we naast een veranderende levensstijl, ook veranderde opvattingen over het Christen-zijn in de wereld constateren 2 ).
Gezien bovenstaande, lijkt het me enorm belangrijk, dat kerkeraden en andere kerkelijke organen — ook in de Deltagebieden! — de verschillende veranderingen nauwlettend (gaan) volgen en .. begeleiden. Bijvoorbeeld door het organiseren van de jongeren in verenigingen, Bijbelkringen, gespreksgroepen e.d.
Het afremmen of verlammen van initiatieven van de zijde der Gemeenteleden, heeft zeer ernstige consequenties.
Nóg is het niet tè laat!
De verhouding tot de Kerk
Wie meent, dat de jeugd in deze gemeente van alles is losgeslagen, vergist zich deerlijk.
Zeer zeker zijn er jongeren, die thuis de traditionele paden bewandelen en in hun werk en ontspanning zich als gedoopte heidenen gedragen.
Maar anderzijds mochten we toch ook jongeren ontmoeten, die een beschamende levensernst toonden. En — merkwaardig genoeg — juist déze jongeren hebben vaak de grootste moeilijkheden bij het in overeenstemming brengen van de eisen van Gods Woord met die van het moderne leven. Temeer, omdat de traditie der ouderen vaak volledig uitgehold is en hun daarom geen afdoend antwoord kan geven. Velen van déze jongeren, in de genoemde gemeente, hebben de indruk dat hun dominee nauwelijks weet met welke geweldige moeilijkheden zij zitten. Eén van hen merkte op: „De dominee praat nooit eens gewoon met je; ik bedoel op vertrouwelijke voet. En wat heb je er dan aan, wanneer hij in elke preek met enkele woorden laat merken dat hij ook de jeugd niet wil vergeten? "
Het is de jeugd, waaruit de Kerk der toekomst gebouwd moet worden. Daarom is het zo jammer, dat in deze plattelandsgemeente, in bijna alle kerken de preken en de catechisatie voor de jongeren in sterke mate onbegrijpelijk en ingewikkeld zijn. Zeer stellig wordt het goed bedoeld, maar een snelle voordracht, verouderde uitdrukkingen enz. spreken de jongeren van nu niet óf nauwelijks meer aan. Deze tijd is immers wat betreft taalgebruik, wijze van zeggen etc. anders dan vroeger. En helaas wordt dan niet opgemerkt, wat we zeer vaak moesten vaststellen, dat deze jongeren de preek en de catechisatie over zich heen laten gaan en zo de (valse) indruk wekken, dat er bij hen geen problemen zijn. Het is m.i. toch echt niet nodig om het aantal weerstanden tegen het Evangelie, die er in elk mensenhart zijn, te vergroten door dit Evangelie onverstaanbaar te maken.
Deze (of de) jongeren kunnen geen genoegen nemen met traditionele stichtelijkheid. Hun werkomgeving is vaak ontkerstend en keihard, waarin zij zich met gemeenplaatsen niet meer redden kan. Zij vragen oprechtheid en geen camouflage, begrip en geen neerbuigende houding.
Slotopmerkingen
Slechts enige belangrijke indrukken heb ik weer kunnen geven. De met aanhalingstekens geplaatste zinnen, zijn met toestemming van de desbetreffende jongeren genoteerd en nu gepubliceerd. Helaas kunnen aan het eindrapport van dit onderzoek geen gegevens ontleend worden, gezien de vertrouwelijke aard daarvan. Ik heb u in bovenstaande voor een aantal feiten geplaatst, die m.i. niet alleen in genoemde gemeente voorkomen. Geve God, dat wij deze niet naast ons neerleggen, maar dat wij de nood van jongeren en ouderen voorleggen aan Hem, Die tot oudere mensen — de discipelen — zei: „Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet "
Laten wij doen wat onze hand vindt omte doen!
In een volgend artikel hoop ik de belofte, in te zullen gaan op de verstedelijking van het platteland, te mogen vervullen.
Tenzij u mij niet steeds alléén aan het woord laat! Zijn er misschien bepaalde vraagstukken, die u behandeld wilt zien? Schrijft U mij even?
1 ) Hier ontbreekt een Geref. Gemeente.
2 ) Ook in verschillende rapporten van het G.S.I. worden deze veranderingen gekonstateerd.
Rectificaties van onnauwkeurigheden in enkele vorige artikelen „Bakens verzetten? "
nr. 23, pag. 181, 8e regel van onder, 2e kol.: „religieuse" moet zijn „religieus"
nr. 24, pag. 187, 3e regel van boven, le kol.: „samenwerking" moet zijn „samenleving"
nr. 24, pag. 187, 20e regel van onder, le kolom: „gana" moet zijn „gaan"
nr. 26, pag. 201, 2e regel van onder, 2e kol.: „onafhankelijkheid" moet zijn „afhankelijkheid"
nr. 26, pag. 203, 29e regel van boven, le kol.: „groepegoïsme" moet zijn „groepsegoïsme"
nr. 26, pag. 203, 19e regel van onder, le kol.: „dan" moet zijn „dat"
nr. 26, pag. 203, 5e regel van boven, 3e kol.: „tentbouwer" moet zijn „tentbewoner".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1961
Daniel | 8 Pagina's