Diskussiehoek
Subsidie godsdienstonderwijs op de openbare school
Het gaat gelukkig goed met deze nieuwe rubriek. En dat nog wel in de zomermaanden. Wat zal dat nog worden als het D.V. winter is. Nog steeds komen er brieven binnen. Het wordt vooral
interessant, als men „elkaar" in de haren vliegt. Ook verheugt het me zeer, dat onderwijsmensen aan de diskussie gaan deelnemen. Zo kreeg ik een zeer goede brief van een hoofd van één onzer mij zeer goed bekend zijnde school der Ger. Gein. Ik wil dat schoolhoofd hartelijk daarvoor dankzeggen. Hier volgt zijn mening:
„Zoals Gesprekleider terecht opmerkte, heeft dit onderwerp verschillende kanten, die echter volstrekt niet geheel van elkander mogen worden gescheiden: een politieke kant en een godsdienstige kant. Ik wil trachten, deze beide enigszins te belichten.
A. De politieke zijde.
Het is, geloof ik, vooral onze vriend uit Utrecht, die zich met dit facet heeft beziggehouden. Hij komt op voor de christelijke school en distantieert zich volledig van de openbare school, welke hij aanduidt als een instelling van de duivel of diens aanhang. Naar mijn bescheiden mening dienen hier enkele dingen recht gezet te worden.
We mogen niet vergeten, dat de bijzondere school is ontstaan als noodoplossing, toen de overheid neutraal werd, deze de Bijbel van de scholen weerde en 'besliste, dat het onderwijs slechts moest opvoeden tot „alle christelijke en maatschappelijke deugden"! Ons ideaal dient echter te zijn: de openbare school met de Bijbel, d.w.z. een openbare school, waar de leerlingen onderwijs ontvangen, dat in alle opzichten doortrokken is van een bijbelse geest. Het is ons toch niet alleen te doen om de kinderen der christenen? Het gaat erom, dat de gehele Nederlandse jeugd onderwezen wordt volgens de Heilige Schrift, christenen en niet-christenen, gelovigen en ongelovigen. Het is God te doen om heel het volk en de overheid dient ook hierin haar taak als Gods dienaresse te verstaan. Ik zou bijna zeggen, dat, evenals Ds. Ledeboer in een houten kerkgebouwtje predikte, alle bijzondere scholen van hout zouden moeten zijn, alleen om ons er voortdurend aan te herinneren, dat het noodwoningen zijn.
Wanneer men nu tracht de Bijbel weer terug te brengen naar de openbare school, betekent dit de eerste stap op de weg naar een kerstening van het openbare onderwijs. Nu wordt daar Gods naam weer genoemd. Ik besef zeer goed, dat dit ene uurtje godsdienstonderwijs helaas de humanistische geest, waarin de overige lessen worden gegeven, niet
zal doen verdwijnen. Daarom noem ik het een eerste stap, waarop een tweede kan volgen; het is een teken van Gods (komende) Koninkrijk, waaraan we zeker niet achteloos mogen voorbijgaan. Heel in de verte zie ik weer de openbare school met de Bijbel, het ideaal. Als die er is, kunnen we onze bijzondere scholen afbreken, dan zal onze ganse Nederlandse natie weer onderwijs ontvangen, dat staat in het teken van Gods Heilig Woord.
B. De godsdienstige zijde.
Uit datgene, wat totnogtoe in deze rubriek naar voren is gekomen, blijkt dat dit facet de meeste moeilijkheden heeft opgeleverd! En geen wonder! De verschillen in belijdenis en de verdeeldheid der kerk geven er alle aanleiding toe.
Toch is m.i. het voornaamste, dat we het er over eens zijn, dat godsdienstonderwijs op de lagere school in ieder geval geboden is. Dit gebod mag men zeker niet ontwijken door te wijzen op de moeilijkheden — ik geef toe: deze zijn bijna onoverkomelijk —, welke veroorzaakt worden door de tweede vraag: Wie (eventueel welke kerk) zal dit godsdienstonderwijs geven? Ik beken eerlijk, deze moeilijkheden kan ik niet geheel oplossen. Ik kan echter wel enkele opmerkingen maken.
De verschillen, welke tussen de kerken bestaan, betreffen meestal ondergeschikte punten. Over het voornaamste, het Apostolicum, zijn bijna alle kerken in Nederland het eens. Zal het godsdienstonderwijs in vele gevallen niet met onze opvattingen stroken, de hoofdzaak kan men niet verzwijgen: dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ons reinigt van alle zonden.
Als ik juist ben ingelicht, heeft de regering de verzorging van dit godsdienstonderwijs opgedragen aan de Nederlands Hervormde kerk. Dit is verkeerd. Een weg, om althans enigszins uit de moeilijkheden te geraken zou deze kunnen zijn: dat alle Nederlandse kerkformaties van gereformeerde signatuur gezamenlijk voor dit werk een predikant of godsdienstonderwijzer benoemen. Zo kan men in ieder geval al te grote eenzijdigheid weren.
Het gebrekkige van deze oplossing wijst ons allen op onze plicht God te smeken Zijn verscheurde kerk weer bijeen te brengen, opdat de openbare school weer een christelijke school zal zijn en opdat Zijn naam door ons volk weer geëerd en geprezen worde."
Tot zover deze briefschrijver.
Een brief uit Voorburg is aan deze verwant. Daarin lees ik o.a., dat deze heer nogal wat bedenkingen heeft tegen de reacties van andere briefschrijvers, met name tegen de Boskoopse en Utrechtse vrienden. Onze Utrechtse vriend schijnt zich helemaal geen openbare school te kunnen voorstellen, schrijft hij, waar Bijb. Gesch. wordt gegeven. Immers is hij „tegen de openbare school, want de openbare school is een school zonder Bijbel." Moeten we dan ook tegen de zending zijn, omdat het heidendom niet in het bezit is van de Bijbel? Een bestudering van Groen van Prinsterer, die toch de openbare christelijke school propageerde, zou aan deze wat negatieve redenering heel wat wijzigen.
Onze vrienden uit Boskoop propageren sterk de verantwoordelijkheid voor het brengen van een zuivere leer. Inderdaad is het belangrijk, doch ik vraag me af, of we van hieruit kunnen gaan redeneren. Immers zouden we dan niet 80— 90% van de subsidie, verstrekt aan het Christelijk onderwijs moeten gaan intrekken wegens onrechtzinnigheid?
Sympathieker komt mij de redenering van de Zwijndrechtenaren voor, die hun toestemming voor subsidie geven op grond van art. 10 van het S.G.P.-program. Het is echter jammer, dat dit program niet nader voor de praktische toepassing is uitgewerkt, zoals dat bij andere politieke partijen gebeurt.
We mogen geen middelen onbenut laten cm „de openbaren" in contact te brengen met de Bijbel. In de practijk zal het toch neerkomen op het louter vertellen van het verhaal, gezien het artikel uit de L.O.-wet, dat vrijvertaald, verbiedt de religieuze gevoelens van anderen te kwetsen.
Wat ik echter in verband met deze subsidietoekenning zeer belangrijk vindt, is een hernieuwde bezinning in brede kring op het christelijk onderwijs, zodat men niet gaat redeneren: ons kind krijgt op de openb. school ook Bijbelles, dus het kan daar best heen. Immers, christelijk onderwijs moet geheel doordrenkt zijn van het reformatorische beginsel. Al is dit een oud cliché, het bevat een grote waarheid. De hele pedagogiek en didactiek berust immers op onze levensbeschouwing: het kind is niet zonder zonde, zoals Rousseau het leerde; in de geschiedenis zien we Gods vinger en geen wetmatigheden; bij de aardrijkskunde is de aarde in zes dagen geschapen; bij de biologie zien we Gods grootheid. Nogmaals, een hernieuwde bezinning op deze gedachte in brede kring is wat we nodig hebben, omdat dit het verschil uitmaakt tussen de openbare school met de Bijbelles en Christelijk onderwijs. Ook hebben we dit nodig om een tegenwicht te vormen tegen de opvoedkunde van prof. Hommelbeek, die, op de theologie van Karl Barth berustend, thans ons land binnendringt en waarbij opvoedkunde en de Bijbel gescheiden worden.
Tot zover deze mening. Mijn plaatsruimte is helaas weer vol. Enkele brieven moeten weer blijven liggen tot een volgende keer. Zijn er nog meer liefhebbers, om aan de diskussie deel te nemen?
Graag. Schrijven aan: Administratie „Daniël", Ridder van Catsweg 244a te Gouda en in de linkerbovenhoek van de enveloppen het woord „Diskussie hoek".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1961
Daniel | 8 Pagina's