Een vurige wens vervuld
Het kan zijn dat onze jonge kinderen zich al aangetrokken gevoelen tot het zendingswerk. Hoe het komt, kunnen wij geen naam geven: het is een besturing van God, om mensen te bereiden tot een grootse taak op het zendingsveld. In de Verenigde Staten van Noord-Amerika woonde een meisje, dat geregeld de brieven las van Ann Judson, de vrouw van Adoniram Judson, de bekende zendeling in Burma. De gebundelde brieven van [udsons vrouw werden gelezen en herlezen, en Ellen, zo heette het meisje, voelde zich tenslotte zó aangetrokken tot de Judsons, clat het wel leek of ze er familie van was. Ellen vond het wel dwaasheid, maar wat zou ze graag naar Burma gaan! Er zou wel niets van komen, maar ze zou er alles voor over gehad hebben, om die zendeling en zijn vrouw te mogen ontmoeten. Als ze erover sprak, lachten vader en moeder maar eens, als of ze zeggen wilden: och kind, hoe kan dat nou?
Ellen begreep wel, dat er heel wat geleerd zou moeten worden om behulpzaam te kunnen zijn bij de Judsons. En naar een goede school zou ze nooit kunnen, want daar had haar vader geen geld voor. Ze besloot dan ook maar zichzelf zoveel mogelijk te leren. Ze leende boeken over aardrijkskunde en alle mogelijke dingen onderzocht ze. Ze spaarde elk geldstukje dat ze kreeg of verdiende, om voor het geld boeken te kopen en schoolgeld te kunnen betalen. Wat ouder geworden, mocht ze enige maanden met een rijke dame mee als gezelschapsjuffrouw. Dat was wat voor Ellen. Nu leerde ze eens adere landstreken kennen en nu kwam ze met verscheidene mensen in kontakt.
Tijdens die reis vond ze op haar kamer een tijdschrift. Ze keek er in en al dadelijk werd haar aandacht geboeid door een gedeelte van een dagboek van Francis Mason, een zendeling in Burma, dus in het land waar ook Judson werkte. Dat was iets voor Ellen! In één ruk las ze het stuk door en vanaf dat ogenblik kwam weer het grote verlangen in haar hart om naar Burma te gaan. Nu moest het ervan komen. „Vader, ik moet naar Burma, " sprak ze toen ze thuis kwam. Vader merkte nu wel, dat het ernst was en dat hij zijn dochter niet mocht weerhouden. Nu werden ook plannen gemaakt om tot de vervulling van die wens te komen. Er was nu geld genoeg om Ellen naar een kostschool te zenden. Hier leerde ze met grote ijver en gaf tussen de bedrijven door ook les. Dat laatste zou ze in Burma ook wel moeten doen. In haar kostschooltijd was Burma nooit uit haar gedachten weg; steeds had ze het zendingsgebied daar voor ogen. Het werd echter de vraag, hoe ze er zou komen. Maar ze wachtte. Zij wist wel, dat de Heere alles bestuurt naar Zijn wijze Raad.
In die tijd kreeg ze kennis aan een zekere meneer Bullard, die met vakantie uit Burma in Amerika was gekomen. Het kon niet mooier treffen. Bullard wou getrouwd terug naar Burma gaan. Het moet ons dan ook niet verwonderen, dat Jiij Ellen vroeg om met hem te gaan als zijn echtgenote. Dat verzoek werd niet afgeslagen en zo zag Ellen de wonderlijke besturing des Heeren, clat zij haar vurige wens in vervulling zou zien gaan.
Bullards vakantie was nog niet om, en zo konden ze allebei goed uitrusten en zich voorbereiden op de grote reis naar het heidenland.
Ze zouden echter niet met z'n heiden vertrekken, want eerst werd in Amerika nog een baby geboren.
De zeereis naar Burma was lang en vermoeiend. Wel vier maanden moesten de reizigers op een veel te klein schip doorbrengen. Het drinkwater was slecht en mevrouw Bullard werd ziek. Wat was het nu en dan vreselijk warm in de kleine kajuit. De dagen kropen voorbij en de ene week volgde traag op de andere. Het was voorwaar geen plezierreis, maar er was geen andere mogelijkheid om in Burma te geraken. Het moest!
Het werd een dag van vreugde, toen eindelijk het schip behouden aankwam aan de kusten van Burma. Voor Ellen was het of ze droomde. Alles wat ze gelezen had over dat verre land, zag ze nu voor zich. Op de heuvel stond een pagode (tempel), zoals ze op afbeeldingen in de boeken had gezien. Ze zag nu de donkere mannen en vrouwen in de kleurige kledij. Maar waar ze het meest naar keek, dat was naar zendeling Judson, die de helpers kwam begroeten. Daar stond de zendeling, waarover ze zoveel had gelezen. Hij verwelkomde de Amerikanen allerhartelijkst.
Wat had Judson veel te vertellen. Hij raakte niet uitgepraat. Hij wist ook te zeggen waar Bullard het beste zijn werk zou kunnen beginnen. Dat was onder de Karens, een volk, clat meer in het binnenland woonde, maar waaronder hij tekenen van geestelijk leven had bespeurd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1961
Daniel | 8 Pagina's