Als dood aan Zijn voeien
„En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: rees niet, Ik hen de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest en zie: k ben levend in alle eeuwigheid. Amen." (Openb. 1 : 17, 18)
In het testament, dat Christus Zijn kerk op deze aarde heeft nagelaten, staat geschreven: „In de wereld zult gij verdrukking hebben".
Hoe heeft ook Johannes, de discipel, dien Jezus lief gehad, dit moeten ervaren. Als al de andere apostelen reeds zijn overgegaan uit de strijdende naar de triumferende kerk, vertoeft hij als balling op het eenzame eiland Patmos.
En dan, terwijl Johannes daar in de eenzaamheid verkeert, wordt het zondag, de dag van de opstanding des Heeren. Op die dag staat Johannes op het strand aan de oever der zee. Wat zal het in zijn ziel gestormd hebben. Anders ging hij nu Gods Woord verkondigen in zijn gemeente en nu is hij gedwongen hier zo doelloos te verkeren.
Geen ander geluid treft zijn oor dan het bruisen der branding, die breekt aan zijn voeten.
Echter, daar plotseling hoort hij een stem uit de hemel en als hij zich omkeert ziet hij Jezus in het midden der hemelse heerlijkheid.
Lezers, welk een voorrecht om Jezus te mogen zien. Als Gods kinderen Hem maar in het oog mogen krijgen in hun nachten van strijd en bekommering, nood en smart, dan verandert de donkere nacht in heldere dag.
Johannes herkent Hem, Zijn Jezus, Zijn Koning, Zijn Zaligmaker. Hij herkent Hem, Wien te kennen het eeuwige leven is. Het is zijn Meester, maar nu niet meer in Zijn vernedering, zoals Johannes Hem gekend had tijdens Zijn omwandeling op aarde, maar nu in Zijn verheerlijking in hemelse majesteit.
Hij was bekleed met een lang wit kleed, het priesterkleed, en wandelde tussen de zeven kandelaren. Zo wordt Hij dus aan Johannes getoond als de priester van het hemelse heiligdom, Die leeft om altijd voor Zijn kerk te bidden.
Johannes ziet ook, hoe dat lange witte kleed omgord is met een gouden gordel, het symbool van de koning. Hij is immers niet alleen de Hogepriester van onze belijdenis, maar tevens de eeuwige Koning van Zijn kerk, Die heerst met majesteit.
Hèm is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
„Zijn hoofd en Zijn haar was wit als witte wol, gelijk sneeuw", want reinheid en heiligheid zijn in Hem verenigd. Zijn ogen waren gelijk een vlam vuurs. Vuur ontsteekt licht en zo is Hij de Alwetende, de Kenner der harten, Wiens oog het duister mensenhart doorboort en kent. , , 7'j n voeten war - .ï blinkend koper gelij en gloeiden «Is in een oven." Met die voeten vertreedt Hij Zijn vijanden ter aarde en zal Hij Zijn tegenstanders verpletteren.
„Zijn stem was als een stem van vele wateren en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard, want Hij bezit de heerschappij om Zich ten volle te handhaven tegen al het woeden der vijanden.
Overweldigd door deze majesteit valt Johannes als dood aan de voeten van Jezus neer.
We lezen in de tekst: „en toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijne voeten". Die hemelse majesteit kan immers ons sterfelijk oog niet verdragen. Johannes had Jezus aanschouwd toen Hij als mens op aarde was. Hij had Hem gezien toen Hij als een dode hing aan het vloekhout des kruises. Hij had Hem aangestaard op de paasavond, toen Hij als de opgestane Middelaar Zijn discipelen verscheen. Doch dit was teveel.
Hetgeen hij hier in een visioen aanschouwde, verpletterde hem als het ware. Immers hoe zal een sterfelijk, zondig mens de heerlijkheid Gods zien en leven?
Als Gods volk in de weg van ontdekking door het licht des Geestes een blik leert slaan in de spiegel van Gods heilige Wet, dan is dat ook iets zien van Gods majesteit en dan gaan ze uitroepen: „Wee mij, ik verga". Wat zal het dan ook voor de onbekeerde mens inhouden cle verheerlijkte Christus te zien in de dag der dagen, want dan zal alle oog Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben.
Als wij hier in dit leven Hem niet hebben leren zien en kennen door het geloof tot onze zaligheid, dan zullen wij, wanneer wij Hem straks zien, in ontzetting bidden tot de bergen om bedekking, maar dat zal dan tevergeefs zijn.
Daarom, lezers, bezint U toch op de werkelijkheid van leven en sterven, van dood en eeuwigheid.
Johannes viel op een gelukkige plaats, namelijk aan Zijn voeten, doch daarover de volgende keer D.V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1961
Daniel | 8 Pagina's