Gebrekkige Bijbelvertalingen.
In het jaarboek 1960 „Die Bibel in der Welt" heeft Ds. R. Steiner een artikel geschreven over gebrekkige bijbelvertalingen. Wanneer zendelingen gedeelten van de Bijbel moesten overbrengen in een taal, die tot dusver nooit geschreven was, zijn er, hoe goed bedoeld ook, in dit vertalingswerk fouten geslopen, die tot groot misverstand konden leiden.
Uit onze eigen Nederlandse taal weten we dat er allerlei woorden zijn, die ongeveer hetzelfde betekenen (synoniemen) die echter niet altijd in dezelfde zin kunnen worden gebruikt. Er zijn in onze taal ook woorden die tweeërlei betekenis hebben b.v.: vergeven, vergiffenis; maar vergeven kan ook vergiftigen betekenen!
Voor vreemden die onze taal leren, kunnen hierdoor grote vergissingen ontstaan. Trouwens, in iedere taal vindt men dat; U moet onze dominees maar eens vragen, die in Amerika en Canada preekbeurten in het Engels moeten vervullen, hoe moeilijk het is om zich juist uit te drukken. Dan is er wel eens correctie nodig van hen, die in de taal door en door thuis zijn
Toen een eeuw geleden de zendelingen geheel alleen op vertalingswerk van stukken uit de Bijbel waren aangewezen en daarbij de hulp moesten inroepen van inboorlingen, waren ze helemaal niet zeker dat die het begrepen. De primitieve talen zijn n.1. zeer woord-arm; vaak wordt hetzelfde woord voor verschillende zaken, zij het met een ietwat andere klemtoon, gebruikt. Voor bepaalde dingen zijn er geen woorden, zodat men tot een omschrijving moest komen, waarvan later bleek, dat dit er helemaal naast was en soms een tegengestelde betekenis had.
Het Belgische Evangelische weekblad „De Kruisbanier" heeft uit het artikel van Dr. Steiner enkele merkwaardige en ook wel grappige vergissingen opgesomd, waardoor de mensen iets heel anders verstonden dan de zendeling had willen zeggen. Dit was tè ernstiger, omdat het niet ging om een toespraak, dus niet om een mensen-woord, maar om de tekst van Gods Woord zelf. Enkele van die voorbeelden of liever gezegd „vergissingen" uit de laatste eeuw willen we hier noemen.
In Centraal-Afrika in Ngbandi, vertaalde een zendeling Matth. 38 : 3 (het ingaan in Gods Koninkrijk) met: Gaat en zet u op een stok". Dit verschil ontstond doordat een woord verkeerd beklemtoond werd. Het woord „wedergeboorte" was vertaald in die zin, dat de mensen twee kinderen ter wereld moesten brengen om het Koninkrijk Gods in te gaan In een taal van West-Afrika hadden de zendelingen de geschiedenis van Martha en Maria uit Lucas 10 woordelijk vertaald. De zin, dat Maria aan de voeten des Heeren was gezeten, was aldus verstaan: Maria zat op de schoot des Heeren".
In Liberia hebben de mensen een tijdlang in het „Onze Vader" gebeden (leid ons niet in verzoeking) .betrap ons niet wanneer we zondigen".
Daarbij ontstond bij de inlandse Christenen de mening, dat men rustig zondigen kon, als men maar niet op heterdaad betrapt werd.
Een vertaler in West-Afrika nam voor het woord Genade een uitdrukking, die men gebruikte om lieden te vervloeken. Hij had n.1. de genade verklaard als een grote geestelijke kracht, die mensen van Boven werd geschonken Op zichzelf was dit goed bedoeld, maar bij zulke volken is een dergelijke kracht eerder gevaarlijk dan goed. Het woord dat de zendeling dan ook gebruikte was bij de meesten zó taboe, dat ze het alleen durfden uit te spreken als anderen het niet hoorden, want voor hen was het een begrip van tovenarij. Inplaats van de genade Gods, verkondigde de zendeling onwetend de zwarte magie en de werking der vervloeking^
Een Afrikaanse huisjongen vroeg eens aan zijn meester, waarom hij aan zijn hond het voedsel op een wit bord gaf. Zijn meester antwoordde heel verwonderd: Waarom zou ik niet? " Daarop zei de jongen, dat dit toch in de Heilige Schrift verboden was, want in het „goede Boek" stond in Matth. 7:6: eef het „witte" niet aan de honden. De vertalers hadden n.1. gemeend, dat ze het woord heilig het best door wit of blank konden weergeven.
In Oost-Afrika hebben de zendelingen in de liturgie meer dan 50 jaar gezegd: „De Heer is met uwen geest". Deze zegenspreuk werd echter door de ingeborenen zó verstaan: „De Heer is met uwen geest, want wij moeten die niet hebben". De vertaler had er niet aan gedacht dat het bezittelijk voornaamwoord verschillend is, of men het inclusief of exclusief gebruikt, d.w.z. of men zichzelf daarbij insluit of uitsluit.
In een der talen van Indonesië las men het begin van Psalm 42 aldus: „Gelijk een hert schreeuwt naar het smerige water ". Hoe kwam men aan die uitdrukking? In die taal heeft men verschillende woorden voor water, al naar de toestand waarin het zich bevindt. De vertaler ging met zijn helper naar een bron, waar fris water opborrelde, want dat woord voor water moest hij hebben. Maar de helper zag wat takjes, bladeren en ander vuil daarin drijven en dacht dat de zendeling daarop wees, dus gaf hij dat woord voor vuil water.
In een andere Indiaanse taal van Mexico had een vertaler geprobeerd Johannes 1 : 14 te vertalen: . .en het Woord was vlees.. vol genade en waarheid", maar het woord genade bestond niet en hij wilde het uitdrukken met een omschrijving als „een levende gave". Zijn helper bracht hem op een bevredigende uitdrukking maar er stond nu vol van kip en waarheid. Daar de meesten van zijn stam onder elkander dikwijls kippen uitwisselden, had de helper dit prachtige voorbeeld voor een levende gave gevonden.
Een zendeling veronderstelde dat zijn helper hem het juiste woord voor zalig had gegeven in de Zaligsprekingen van Mattheüs 5. Men ging van een Spaans woord uit dat gezegend, gelukkig betekende, maar in de Indiaanse taai luidde de Zaligspreking nu: gelukkig in het kansspel zijn de armen van geest, enz.
Ten slotte nog een voorbeeld uit het hoge noorden. De Eskimo's lazen in Mattheüs 24 : 7 „Want het ene volk zal opstaan tegen het andere volk" aldus: het ene paar sneeuwschoenen tegen hert andere paar", want het verschil tussen volk en sneeuwschoenen ligt hierin, dat in het woord van 17 letters er ergens slechts één letter verschillend is.
Er zouden nog veel meer voorbeelden te noemen zijn; gelukkig zijn al deze fouten door taalgeleerden ontdekt en verbeterd. De Bijbelgenootschappen zenden n.l. naar alle landstreken uitnemende taalgeleerden heen. De meeste stammen: hebben bovendien al zoveel ontwikkelde Christenen, dat zij de vertalers goed kunnen helpen en op de juiste wijze inlichten, zodat het tenslotte een vertaling wordt die zeer nauw verbonden is met de oorspronkelijke tekst van de H. Schrift. We kunnen nu wel eens glimlachen om al die vergissingen die gemaakt zijn, maar Gods Geest heeft ondanks het gebrekkige van deze vertalingen, ze toch willen gebruiken om de mensen met het Evangelie bekend te maken en ze tot bekering te brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1961
Daniel | 8 Pagina's