Vragenbus
B. te O. vraagt, of men de val „zalig" mag noemen, omdat Adam God voor de val niet als Vader kende.
Antwoord: Ik weet, dat sommige mensen willen spreken van een „zalige" val. Naar mijn mening is het echter goddeloos om zo te spreken. In de val van de mens heeft die mens immers Gods deugden aangerand en zichzelf het rechtvaardig oordeel Gods onderworpen, ja heel de schepping onder de vloek gebracht. Is dat „zalig" te noemen?
Ook is het niet waar, dat Adam vóór de val God niet als Zijn Vader gekend zou hebben. Adam was immers de „zoon" van God, zoals hij in Gods Woord genoemd wordt en hij leefde in de dadelijke gemeenschap met God.
Wel is het waar, dat God naar Zijn eeuwig welbehagen Zich door de diepte van onze val hen heeft willen verheerlijken en daartoe Zijn eniggeboren Zoon heeft overgegeven.
De val was echter een rampzalige val en een ieder, die door ontdekkende genade in de diepte van zijn val wordt ingeleid, zal dat in diepe smart voor God leren bekennen.
M. te R. vraagt naar de betekenis van Matth. 24 : 28: Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden."
Antwoord: In dit hoofdstuk spreekt de Heere Jezus over de verwoesting van Jeruzalem, die in het jaar 70 zou plaatsvinden en over het laatste oordeel.
En dan zegt de Heere Jezus: „Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden." Het is een bekend Joods spreekwoord, clat de Heere Jezus hier bezigt.
Sommige verklaarders menen, dat Christus dit woord sprak met het oog op de verwoesting van Jeruzalem, waarover Hij in dit hoofdstuk immers handelt. Het
dode lichaam, het aas dus, zou dan Jeruzalem zijn en de arenden, die op dit aas afkomen om het op te eten, de Romeinen.
Andere verklaarders, en daarbij ben ik eerder geneigd mij aan te sluiten, brengen deze tekst in verband met de directe voorafgaande verzen, want de Heere Jezus spreekt over de valse Christenen die zullen opstaan.
In dat verband bezien, bedoelt de Heere Jezus het zo, dat zoals de arenden op het aas, op het dode lichaam afkomen, dat zo de gelovigen zich zullen vergaderen daar, waar Christus en Zijn borgwerk oprecht gepredikt wordt, gelijk ook in het laatste oordeel de gelovigen tot Christus vergaderd zullen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1961
Daniel | 8 Pagina's