Bakens verzetten ?
3.
De duitse dichter Fr. Hebbel zegt ergens: „De jeugd wordt vaak verweten, dat ze gelooft dat de wereld pas met haar begint. Dat is waar! Maar de ouderen geloven nog vaker, dat de wereld met hen zal ophouden te bestaan. Wat is erger? "
Er zijn mensen, die de traditie zonder nadenken a.h.w. klakkeloos naapen; „je gaat naar de kerk en je gelooft omdat iedereen dat doet."
Deze mensen hebben schijnbaar geen beginselen nodig, en ze zijn slechts bereid om iets te veranderen wanneer het door iets beters vervangen kan worden. Waaruit bestaat dikwijls dat „iets beters"?
Weer anderen willen de traditie met wortel en tak uitroeien, maar wie deze erfenis der voorouders geheel wil verwijderen, zaagt de tak door waarop hij of zij zit.
De traditie mag niet verheerlijkt maar evenmin verwaarloosd worden. Het gaat er om, dat jong en oud er steeds (kritisch) mee bezig zijn. Goethe heeft gezegd: „Wat je van je vaderen geërfd hebt, verwerf het, om het te bezitten." Het is niet van zelfsprekend, clat U 's zondags 2 x naar de kerk gaat, bij een gemeente van Christus behoort, de Bijbel mag lezen enz.
Wie dit alles tóch vanzelfsprekend vindt, weet niet wat „genade" betekent en slaapt in een schatkamer. °)
U speelt met vuur wanneer U na het Bijbellezen aan tafel onmiddellijk weer overgaat tot cle orde van de dag en daarin vergeet te beseffen clat God ook tot U gesproken heeft om van U een persoonlijk antwoord te ontvangen. U bent verantwoordelijk!
U beledigt God wanneer de krant voor U meer gespreksstof oplevert dan Zijn Woord. U is Gereformeerd om gereformeerd te worden!
Vergeet U niet, dat Jezus Christus in naam van de kerkelijke traditie gekruisigd is. Hij, clie aan Zijn Volk verkondigde dat traditie-dienst nog geen Godsdienst is! Hij, Die alle afgodsbeelden der traditie verbrijzelde en hen, die door cle mensen gezien wilden worden, „geveinsden" noemde.
Hoeveel dingen doet U of laat U na, alléén omdat andere mensen clie goed of slecht vinden. „Wat zullen cle mensen er wel van zeggen? " U hebt echter allereerst te maken met Hem, clie ook tot U zegt: „Ik ben de HEERE, uw God", Die U daaraan elke zondagmorgen door Zijn Verbondswet herinnert en U daarop aanspreekt. Hij wil niet clat U van cle goedkeuring van de andere mensen afhankelijk bent als een opiumschuiver van de papaver. De samenleving verandert nu in 5 jaar tijds méér, dan vroeger in 50 jaren. Vroeger was ze dus statisch, nu is ze dynamisch.
In een statische samenleving (vroeger) heeft de oudere generatie doorgaans een hoog aanzien en wordt zij geacht — op grond van haar levenservaring — de wijsheid in pacht te hebben. „De ouden zeiden, dat....". Dat gene, wat vorige generaties aan kennis en kunde verworven hadden, was — althans op z'n minst wat cle hoofdzaken betreft — voor cle komende generatie weer volledig bruiker O baar.
De jongeren probeerden zich zo snel en volledig mogelijk aan te passen aan cle oudere generatie. Nog slechts een 75 jaren geleden kleedden en gedroegen middelbare scholieren zich als volwassenen. In een dynamische samenleving (1961) breken nieuwe levensvormen en - gewoonten zich snel baan; cle jongere generatie wenst eigen wegen te bewandelen en zoekt naar andere oplossingen, omdat cle kennis en kunde van de ouderen vaak niet afgestemd zijn op deze snel veranderende samenleving. De kinderen brengen uit de buitenwereld (school, leeftijdsgenoten etc.) nieuwe ideeën en opvattingen in het gezin en geven deze door aan de ouders. Het gezin — waarover later meer — is veel meer dan vroeger komen open te liggen voor invloeden van buiten af.
De jongere generatie heeft nu een hoog aanzien gekregen. De ouderen richten zich in menig opzicht naar cle jeugd. Er is bij hen vaak een diepgeworteld verlangen om in levenshouding, gedragingen en uiterlijke verschijning zo lang mogelijk jong te blijven; ja, het zich — met behulp van cosmetica, kleding e.d. — jonger willen voordoen dan men is. Dit schijnt voor velen een plicht te worden, die overigens vaak aanleiding geeft tot krampachtigheid.
Wat denkt U nu van de mededelingen: „Zó ziet uw dochter U graag, zo jeugdig" (japonnen-advertentie) en „niet extravagant en absurd, wel fris, jong en vooral jeugdig" (zomermantel-annonce) ? Vele sterfbedscènes wijzen op het feit, dat het oud zijn door velen geestelijk niet verwerkt maar verdrongen wordt. De dood wordt in de huidige samenleving trouwens zoveel mogelijk weggewerkt. „Sterven" doe je in een ziekenhuis-kamer en de begraafplaats moet zo goed mogelijk gecamoufleerd worden. Dit zelf-bedrog hangt nauw samen met het geen raad weten met het echte leven in de gemeenschap Gods, waarin de dood slechts een doorgang is ten eeuwigen leven. Bent U al bereid om zó te leven en om zó te sterven?
De sociologie constateert de breuk, clie er allerwege bestaat tussen datgene, wat in het verleden tot stand is gebracht, en het nieuwe.
Het nieuwe heeft voorrang en dit nieuwe wordt via cle reclame en de mode voortdurend verdrongen door het nóg nieuwere en het nieuwste.
Het woord „ouderwets" is vaak een scheldwoord. Omdat al het nieuwe geestelijk moeilijk verwerkt kan worden, dreigt het leven van menigeen ondiep te worden.
U doet er echter goed aan in kleding, opvattingen enz. niet te zweren bij het oude, alléén omdat het oud is, en evenmin dient U zich te vergapen aan het nieuwe, omdat het niet ouderwets is. Met andere woorden: U moet niet zweren bij uw voorouders óf U vergapen aan cle goden van deze tijd. In beide gevallen laat U uw leven immers richten door mensenwerk en niet door het Woord en het werk van de H. Geest; onttrekt U uw leven aan Gods heerschappij.
Wanneer U de oude schrijvers nog nooit gelezen hebt en getoetst heeft aan het Woord Gods en wanneer U zichzelf — tegenover uw kinderen — er toch aan vastklampt, dan rijdt U evenzeer op een verkeerd spoor als uw kinderen, die de door hen nooit gelezen oude schrijvers zonder meer overboord werpen.
Bovendien heeft de Heere Zijn Geest niet alléén aan de Kerk der 17e of 18e eeuw beloofd (Hand. 2 : 17) !
Een zwaarwichtig klagen over geesteloze tijden wordt niet gewerkt door cle Geest, Die doet smeken: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt" (Jes. 64 : 1).
De oudere èn de jongere generatie moeten in deze tijd met elkaar beide een Psalmgedeelte gaan nazeggen.
De ouderen: Gedenk niet aan de zonden
mijner jeugd noch aan mijn overtredingen; gedenk aan mij naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o Heere.
De jongeren: Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord.
Wanneer U zó gezamenlijk over uw Bijbel heenbuigt, dan zult U elkaar door genade vinden in het dal van ootmoed en de ander uitnemender achten dan U zelf. Dan zullen ouderen en jongeren elk op hun wijze ingaan op de vragen van deze tijd. Ze mogen dan echter van elkaar weten, dat ze hun antwoorden niet ontlenen aan de tijd (het heden of het verleden) maar.... aan het Woord Gods dat blijft tot in eeuwigheid. Het Woord dat oud en toch nieuw is door het werk van de H. Geest in mensenharten.
Het Oude Testament eindigt met de treffende slottekst: „Hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen en het hart der kinderen tot hun vaders; opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla."
Deze belofte is — evenals het hele Woord van God — wel oud maar nog niet verouderd. U denkt misschien: „Ja, dat is zo!" Hoe weet U dat?
*) G.S.I.-rapport „Jeugd en Gezin in het rampgebied Schouwen-Duiveland": „Ook uit andere hier niet genoemde verschijnselen valt de vraag af te leiden of het godsdienstig leven in de gezinnen niet meer een traditie en vorm is dan een waarachtig beleven"!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1961
Daniel | 8 Pagina's