Meditatie
„En het geschiedde op de weg, ah zij reisden, dat één tot Hem zeide: eere, ik zal U volgen waar Gij ooh heengaat. En Jezus zeide tot hem: e vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niets, waar Hij het hoofd nederlegge'" (Lucas 9 : 57, 5H)
In de tekst, die hierboven is afgeschreven, lezen wij van een schriftgeleerde, die zo onder de indruk is gekomen van de persoon en de prediking van de Heere Jezus, dat hij tot Hem zegt: Heere ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat." Deze schriftgeleerde wordt niet geroepen door de Heere om Hem te volgen, doch hij biedt zichzelf aan.
We zouden zeggen: „Wat een bereidwilligheid"!
Hoe laks kunnen wij dan wel zijn, ook dan als wij steeds uit Gods Woord vermaand worden Hem te volgen.
Laten we echter voorzichtig zijn. Deze schriftgeleerde biedt zich wel aan om Jezus te volgen, maar hij weet niet, wat hij zegt.
Hij spreekt: „Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat". Overal wil hij dus volgen. Zou er nu werkelijk één mens zijn, die Jezus uit eigen beweging volgt en dan zelfs onbeperkt; overal, waar Hij heengaat?
Het staat wel in Gods Woord, dat deze man het wil, maar er staat nergens in datzelfde woord, dat dit willen echt en oprecht is.
Toch wijst de Heere deze man niet af, maar evenmin neemt Hij hem aan. Hij gaat alleen hem er op wijzen, wat er wel aan verbonden is als men Jezus volgt. Veel mensen ook in onze dagen, bieden evenals deze schriftgeleerde, Jezus aan Hem te volgen. En zonder te vragen zelfs, volgt men Hem!
Dat dit onmogelijk is, komt niet bij hen op. De noodzakelijke trekkende liefde des Vaders tot het volgen van Jezus is hun vreemd. Het zal moeten waar worden in ons leven: „Gij hebt mij gezocht", want anders kan van een echt volgen van Jezus geen sprake zijn.
De Heere Jezus zegt tegen deze schriftgeleerde: „Als gij Mij wilt volgen, bedenk dan, dat Ik niets heb, waar Ik het hoofd op kan nederleggen".
Wij moeten dit niet letterlijk nemen, want Jezus zal meer dan eens bij zijn vrienden overnacht hebben op een behoorlijk bed.
Maar de Heere Jezus bedoelt er mee te zeggen, dat Zijn leven een leven is van rusteloze spanning en van veel ontberingen.
En nu wil de Heere Jezus deze man niet afschrikken, maar hem er wel aan ontdekken, dat hij verder wil springen dan hij kan. De Heere Jezus gaat er op wijzen, wat er zoal aan het volgen van Hem verbonden is.
Het is dan ook opmerkelijk, dat we hierna niets meer van deze man vernemen.
Blijkbaar is hij toch teruggeschrokken. Daarom mijn leze^, als wij in eigen kracht de Heere Jezus gaan volgen, zoals deze man dat wilde, zal er niets van terecht komen.
Hier moet een Goddelijk willen en werken tot stand gebracht worden in het hart van de zondaar.
Doch door dat werk van Gods genade in het hart, wordt het dan ook de hartelijke keuze van al Gods kinderen:
„Heere, ik wil U nederig volgent, Waar Uw hand mij herienleidt."
Is dat reeds in waarheid de taal van Uw hart geworden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1961
Daniel | 8 Pagina's