Dosr Mijnen Geest
(Zacharia 4 : 6)
De Heere heeft voormaals op menigerlei wijze tot de vaderen gesproken.
Hij deed dit zoWel door mondelinge aanspraken, denk aan Abraham, als door dromen, gelijk als bij Jacob, ook wel door gezichten of visioenen, zoals dit in het boek Zacharia duidelijk naar voren komt.
Cp klare wijze toont de Heero in het visioen van de gouden kandelaar, hoe Hij zelfs in de donkerste nachten over Zijn erfdeel waakt.
De kandelaar was in de tempel te Jeruzalem geen onbekende zaak, doch moest steeds door de hand van de priester brandende gehouden worden.
Maar nu in dit gezicht wordt ons getoond wat de Heere Zelf zou doen. Hij, de Getrouwe en Onveranderlijke Verbondsgod zou Zelf de lampen brandende houden.
Al waren dan de oliehoudende olijfbomen door de handen van de vijand verwoest en ontbraken de priesters om hun werkzaamheden aan de kandelaar te verrichten, zodat de omstandigheden waarin het volk verkeerde wel uitermate hachelijk waren maar toch, geen nood want de Heere zal zorgen en werken. Neen, niet door mensenkracht of geweld, maar door „Mijnen Geest" spreekt de Heere, zal het geschieden.
Tot grote verbazing ziet de profeet hoe nu naast die kandelaar twee olijfbomen stonden, die de olie deden druipen in de kruik, die zich nu boven de kandelaar bevond. O, merk toch hoe God, in weerwil van de vreselijke vijand Zelf de kandelaar brandende houdt. Onophoudelijk druppelde de olie uit de kruik door de 7 pijpen in de bakjes van de 7 lampen.
De profeet ziet dat alles en toch hij begrijpt de Goddelijke bedoeling ervan niet. Doch, dat niet weten deed hem ootmoedig tot de Heere om uitlegging vragen.
Mijne vrienden, bemerkt ge wel, dat de profeet het niet uit ging knobbelen met zijn verstand om er toch maar een oplossing voor te krijgen, maar hij kreeg in waarheid de Heere nodig of Deze het aan zijn hart wilde verklaren.
Mijn jeugdige vrienden, clat ook gij bij het lezen en bespreken van 's Heeren Woord maar voortdurend behoefte rnoogt hebben aan de uitlegging van die Goddelijke Geest.
Voor Zacharia lag in dit visioen een boodschap, clie hij moest overbrengen aan Zerubbabel de vorst uit Davids huis onder wiens leiding men begonnen was Babel te verlaten en cle tempel te herbouwen. Doch hoe scheen hun zaak nu verloren te zijn en dreigden ze veeleer een spel voor de vijand te worden.
De moed zou hun ontzinken, doch de Heere, Hij geeft de moede kracht.
O, wat zou het er droevig uitzien als cle herbouw van stad en tempel afhing van dc kracht van een handje vol amechtige Joden.
Maar gelukkig, wat naar menselijke berekening niet kan, zal de Heere door Zijn Geest laten geschieden.
De Heere Zelf zal de kandelaar als zijnde Zijn kerk, de olijfolie des H. Geestes geven, opdat daardoor de lampen van Zijn kerk brandende zouden blijven.
Dit mag cle troost zijn voor des Heeren kerk door alle eenwen Daardoor zal Hij Zijn gemeente in stand houden, temidden van allerlei geesten, die uit de afgrond opkomen. Dit mag de kracht zijn voor al de bedrukte kinderen Gods, dat de Heere Zijn begonnen werk niet alleen in het leven houdt, maar ook zal voleindigen. Alle eigen krachten moeten zij leren verliezen om alleen door die dierbare H. Geest, die het uit Christus neemt en hun Zijn weldaden komt mee te delen, bediend te worden. Dat werk zal voleindigd worden en wanneer de laatste steen op clat geestelijke bouwwerk zal gelegd worden, zal dit gepaard gaan met de uitroep: „Genade, genade zij denzelve".
Die Geest mocht ook Uwe harten, mijne lezers, bewerken. Ja, ge mocht er om leren bidden, opdat uit de werkplaats van Gods welbehagen in Uw hart door vernieuwende genade, het fundament voor het nieuwe leven, zijnde de vereniging met Christus, door wedergeboorte en geloof, gelegd mocht worden en ge door waarachtige bevinding kennen leerdet, dat, niet door eigen kracht, uit diezelfde werkplaats ook de sluitsteen zal voortkomen.
Zo is de tempelbouw der waarachtige
bekering Gods eigen werk en Christus, als de meerdere Zerubbabel de bouwmeester. Dan alleen verkrijgt God de eer en arme zondaren de zaligheid. Zulks werke de Heere in onze zonen en dochteren Immers, staat onze tijd niet in het teken van ontzettende afbraak? Hoe dreigen de gevaren, in 't bijzonder voor onze jonge mensen, om hen van Gods Woord en ordinantiën af te trekken.
Doch geve de Heere gebed, opdat wij zien mogen hetgeen de dichter zingt in Ps. 87 : 4 (oude rijm):
God zal Sion bouwen Met Zijn hand krachtig.
Hoe noodzakelijk is die bouwing door Gods Geest. Die Geest bouwt niet op een zandgrond van veronderstelde wedergeboorte, waardoor men dan een vermoedelijke hemelburger wordt. Doch die Geest vernieuwt en wederbaart tot een nieuw schepsel. Door die Geest worden wij afgesneden van Adam en door het zaligmakende geloof ingeplant in Christus. Neen, dan worden wij niet anders, maar eens Anderen, namelijk
Christus. Jonge mensen, let daarop! Denk er toch aan, dat eens ieders werk beproefd zal worden in die grote dag aller dagen. Niet onze Christelijkheid kan onze grondslag zijn, maar Christus en Diens verdiensten. De Heere beware U voor de geest der oppervlakkigheid, breke al Uw eigen krachten af, opdat ge door de bediening van die Geest als geestelijke stenen gebouwd mocht worden tot een heilige tempel Gods in de Geest.
Wijlen ds. A. Verhagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1961
Daniel | 8 Pagina's