JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Aanslag op de jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aanslag op de jeugd

6 minuten leestijd

„Geef mij de jeugd, en de toekomst is mijn." Wie deze leuze voor het eerst heeft uitgesproken, weet ik niet, maar het is in elk geval iemand geweest, die zijn ogen open had. De waarheid hiervan ligt immers voor de hand. De jonge mensen van vandaag zijn de volwassenen van morgen; zij worden geroepen op hun beurt een nieuw geslacht op te voeden. En hoe zullen zij dat doen, anders dan overeenkomstig hun levensbeschouwing?

Misschien denkt deze of gene: is dit nu niet een beetje overdreven, te spreken over „Aanslag op de jeugd"? Wat merk je daar nu van? Is het allemaal wel zo erg? Je kunt er niets van zien of horen. Dat laatste is het nu juist. Het gevaar is niet zo hevig, als je het levensgroot vóór je ziet. Dan is er meestal nog wel gelegenheid om maatregelen te nemen, teneinde dat gevaar af te weren. Maar als die aanslag nu eens onzichtbaar en onhoorbaar is, hoe zul je je er dan tegen wapenen?

Gewoonlijk hebben we met onszelf nogal wat op. We beoordelen onszelf nogal gunstig en hebben de neiging om in allerlei omstandigheden te zeggen: „Dat zal mij niet gebeuren; Ik pas wel op!" Maar dan is het toch goed, ons het Bijbelwoord in herinnering te brengen: „Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle". En ook: „Bewaar Uw hart boven alles, wat te bewaren is." Dan staat er ook nog geschreven: „Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij het houdt naar Uw Woord." Dat is toch wel in alle omstandigheden nodig, omdat dat het enige betrouwbare richtsnoer is.

Dit blijkt uit talloze voorbeelden, waarvan wij slechts enkele noemen. Lot, die de vlakte van Sodom kiest met alle gevolgen van dien. Dina, die slechts uitging om de dochteren des lands te bezien.

Daniël en zijn vrienden, al blijkt daar hoe de liefde tot 's Heeren wet zegeviert. Maar hoeveel van die jongens zullen daar bij hun vorming tot dienaren van het hof te Babel gezegd hebben: „Wat geeft dat nou, om eens iets te eten waarvan je niet eens zeker weet, óf het wel onrein is? Is dat nou zo erg? " Wanneer wij deze voorbeelden nader zouden uitwerken, zouden we zeker tot de ontdekking komen, dat ze heel duidelijk bewijzen, dat de aanval met allerlei wapens en op verschillende fronten wordt ingezet.

Mogelijk vraagt iemand zich af, of dit nu wel actueel is. Wat heb je er nu aan voorbeelden aan te halen uit een tijd, die tweeduizend jaren of langer achter ons ligt?

Die vraag is met tientallen wedervragen te beantwoorden. Is de strijd dan vandaag-de-dag minder hevig, of heb je er nog nooit last van gehad? Je behoeft er toch heus zelf niet op uit te zijn, om de strijd te ontmoeten. Die kan zich openbaren op alle levensterreinen. Het kan soms op school gebeuren, dat we dingen te horen krijgen, waarvan vaststaat, dat ze met Gods Woord strijden. Wat te doen? Zwijgen? Of een ander maar laten lasteren? Maar wat dan, als je er wat van zegt? Dan wordt de spot met je gedreven, je wordt voor achterlijk versleten, ze laten je links liggen. Is dat zo'n pretje?

Hoe gaat het in de gesprekken in de koffiepauze? Nooit eens uitgelachen, als je zei, dat een mens bekeerd moet worden, omdat Gods Woord dat leert?

Heb je je nooit gegeneerd, als je voor benepen en conservatief werd uitgemaakt, omdat je 's zondags twee-of driemaal naar de kerk gaat, inplaats van naar een bioscoop of voetbalveld?

Wat denken we van een lidmaatschap van schoolclub of personeelsvereniging? Durf je geen: Neen! te zeggen, uit valse schaamte? Dan maar — nou ja, het is maar één keer per jaar, dat is toch zo erg niet? — maar een feestavond met toneel of cabaret?

Ben je misschien ook aangestoken door de welvaart: zoveel mogelijk verdienen, desnoods in een bedrijf of op een kantoor, waar je geestelijk wordt geknauwd?

Het is een groot voorrecht, dat wij niet onder nog zwaarder druk leven.

In Oost-Duitsland is het naamgevingsfeest in de plaats van de doop gesteld. Ook voor de belijdenis is een caricatuur in de plaats gekomen. Doe je niet mee? Buig je niet voor die namaak-God? Dan is de middelbare school voor je gesloten! Dat gaat een goede betrekking je voorbij. Capaciteiten of niet: als je niet buigt voor de afgod, is een minimum-bestaan je nog niet gegund.

Gaat het nu niet erg ver, deze dingen erbij te halen? Er weet toch geen mens, wat ons te wachten staat?

We vleien ons zo graag met de gedachte, dat het wel zal meevallen. Maar het is een groot gevaar, je ogen voor de werkelijkheid te sluiten.

Het is heus om de jeugd begonnen, inzonderheid tegen de tijd van de wederkomst van de Heere Jezus. Hij spreekt in Lukas 17 van de tekenen der tijden. In Lukas 18 : 8 zegt Hij dan: Doch de Zoon des mensen, als hij komt, zal hij ook geloof vinden op cle aarde? " De gelijkenis in Lukas 18, de eerste zes verzen, gaat dus ook over de tijd, die onmiddellijk aan de wederkomst voorafgaat. In de gelijkenis gaat het om een weduwe, die om haar recht vraagt. Zij krijgt het eerst niet, maar zij houdt aan, en eindelijk ontvangt zij genoegdoening. In het Oude Testament is ook sprake van een weduwe. Die had een schuldeiser. Maar deze man was het om haar zoons te doen (2 Kon. 4) .

Zou het clan de weduwe, waarover de Heere spreekt, ook niet om haar kinderen, haar meisjes en jongens, te doen zijn? Zou zij voor het behoud van haar kinderen niet vechten, als zij ziet, dat die kinderen worden belaagd?

Hieruit blijkt dus, dat de jeugd nimmer met rust wordt gelaten. De strijd zal almaar heviger worden. Het wordt er niet gemakkelijker op.

Zullen we dan maar niet net doen als de jongste zoon uit de gelijkenis? Is het dan niet veel gemakkelijker, je van alles maar niets aan te trekken? Zullen we dan ook maar niet van de ene dag in de andere leven? Wat kun je er tegen doen? Het is alles even triest, even somber, even naargeestig en angstwekkend.

Op deze vragen heeft de Heere Jezus Zelf het antwoord gegeven: Al mag dan die goddeloze rechter doen alsof er geen God en geen eeuwigheid is, God is Rechter, Die beslist. Het mag dan wel eens lijken, of dc Heere vertoeft te komen, maar Hij komt. Hij komt om de aard' te richten. Hij zal ook richten de mensenmoorder van den beginne, die tot het laatste toe de jeugd blijft aanvallen.

En clan blijft toch ook altijd het voorrecht, dat wij in Zijn Naam zijn gedoopt? En we weten het, de doop geeft op zichzelf niets; maar de Heere heeft ons door Zijn sacrament van de wereld afgescheiden en roept het ons door onze doop toe, dat bij Hem ontkoming is. Gods Woord spreekt er van, dat niemand de door Zijn bloed gekochten uit Zijn hand, of uit de hand van Zijn Vader zal rukken. Alleen wie het ware, zaligmakend geloof heeft ontvangen, blijft staande. Als de Heere Jezus weder komt, zal hij ook geloof, het ware, zaligmakende geloof vinden, bij U en bij mij?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961

Daniel | 8 Pagina's

Aanslag op de jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961

Daniel | 8 Pagina's