JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergse Catechismus

7 minuten leestijd

(28).

Na Dordt.

Zo was dan op de Synode van Dordrecht de Heidelbergse Catechismus door de vertegenwoordigers van de ganse Gereformeerde kerk uit binnen-en buitenland eenstemmig goedgekeurd. Hoe hoog men wel met dit boek was ingenomen, blijkt wel uit de overschatting in vele ontboezemingen, die bewaard zijn gebleven. Men sprak van „een goddelijk, door cle Geest des Heeren ingeblazen geschrift." Men schreef het dikwijls hetzelfde gezag toe als de Heilige Schrift, clie „die een regel en richtsnoer der leer is in zoverre zij verklaard wordt volgens de zin, die in de Catechismus voorgesteld is." Een ander beweerde: „Men moet de Heilige Schrift naar aanwijzing van cle Heidelbergse Catechismus uitleggen. De Catechismus is een kleine Bijbel, ja het pit en merg van de Bijbel en door Goddelijke ingeving geschreven."

We zouden zo nog even door kunnen gaan. Er wordt hier een autoriteit aan de Catechismus toegekend, die het niet bezit en ook niet bezitten mag. Gods Woord gaat boven alles. Nu moet men niet uit het oog verliezen, dat dergelijke uitspraken geen uitspraken van de kerk waren, maar van predikanten. Paltzische godgeleerden moesten erkennen, dat de Nederlanders hen verre in eerbied voor hun Catechismus overtroffen.

Gelukkig zijn ook andere uitspraken bewaard gebleven. De algemene Staten noemden hem slechts „een voorschrift der enigheid, dat volgens de inhoud der Goddelijke boeken te verstaan en te verklaren is en waarmee het ook volkomen overeenstemt." De opstellers van de Con-tra-remonstrantie betuigden, dat „de Catechismus in waardij geenszins met het Goddelijk Woord gelijk te stellen is. Indien in cle Catechismus of de belijdenis onzer kerk iets is, dat niet overeenstemt met de woorden Gods, niemand van ons is zo onverstandig, clie niet zou toestaan, dat Gods Woord de enige regelmaat is, waaraan alle leringen moeten beproefd worden." Dit zijn dan min of meer officiële uitspraken.

Dominee Balthmar Lydius schreef in 1620: „We houden onze geloofsbelijdenis en Catechismus voor korte begrippen der Heilige Schriftuur en dat de Schriftuur daarin door de Schriftuur, volgens de gelijkvormigheid des geloofs, verklaard wordt. Ondertussen noemen wij deze formulieren geenszins, gelijk onze vaders bij vergroting wel gesproken hebben, geloofszegels, de grondslag en het richtsnoer des geloofs, maar wij oordelen, dat ze voor schriften, die naar dit richtsnoer gemaakt zijn, moeten gehouden worden, totdat het tegendeel uit Gods Woord betoogd zij."

In diezelfde geest spraken ook de onze bekende oude schrijvers uit de 17e en 18e eeuw. Trigland b.v. liet zich aldus uit: „De rechtzinnigen houden hun belijdenis niet voor een regel en richtsnoer des geloofs, waarnaar men aangaande iemands rechtzinnigheid of onrechtzinnigheid oordelen moet, want daarvoor nemen zij alleen het Woord van God aan, dat in de Schriften der profeten en apostelen begrepen is, maar zij hielden hun geloofsbelijdenis samen met de Heidelbergse in de Nederlanden aangenomen Catechismus en houden ze nog voor een richtsnoer, om te onderscheiden of iemand de leer van cle Hervormde kerken in de Nederlanden aankleeft, en derhalve voor een herder of leraar van de één of andere kerk kan en moet erkend worden. En dewijd de Nederlandse kerk en haar herders en leraars deze hun leer met Gods Woord oordelen overeenkomstig te zijn, zo houden zij, doch alleenlijk in deze veronderstelling, de belijdenis ervan voor een kenmerk dei' rechtzinnigheid of van zuiverheid van het geloof; steeds genegen ervan af te zien, indien iemand hen van het tegendeel overtuigen kan."

Petrus de Witte, een Leidse predikant, drukte zich als volgt uit: „Wij houden de Catechismus niet voor een regel, naar welke de publieke leringen moeten gericht zijn, want daarvoor erkennen wij alleen de Schriftuur, maar hij is een schriftmatig formulier, hetwelk, als wij aannemen en onderschrijven, zo betuigen wij, dat wij in een gezond gevoelen staan met alle orthodoxen en rechtizinnigen. 't Is een ijdele vrees, dat men de Catechismus immer voor een canoniek boek zou houden, want op cle preekstoel wordt anders geleerd en zelfs in de

O Catechismus worden wij daartegen gewapend.

Met het bovenstaande komen overeen uitspraken van Voetius, Brakel en Smytegeld. Allen ijverden tegen cle beschuldiging, dat in de Nederlandse kerk een canoniek gezag aan de Catechismus zou worden toegeschreven, doch betuigen met mond en pen hun hoge ingenomenheid met dit geschrift, als zijnde: „een gulden kleinood, een juweel, een schat voor allen die wijs willen worden tot zaligheid en een pronkstuk der kerk." „Het kan niet anders, of de Catechismus moet een grote achting en waarde verkrijgen in onze geest, naardien hij in alles overeenkomt met de geopenbaarde godsdienst van Jezus Christus, troost en heiligheid, geloof en liefde, zeer nauw met elkander in de behandelingen der Waarheid verenigd."

We zouden ons echter bedriegen, indien wij waanden, dat na cle Synode van Dordrecht alle vijanden zouden ver-

stommen en niemand het meer zou hebben durven wagen, zijn gezag aan te tasten. Daar de Catechismus de geloofswaarheden van de Bijbel vervat, kon het niet anders, of hij moest in elke aanval tegen die waarheden worden betrokken. Met een enkel woord zullen we er van gewagen.

Daar waren allereerst de roomsen. In die tijd verscheen „De Gereformeerde Duimdraaier." Twee Hollandse linnenwevers houden een gesprek met elkaar. De een pocht, dat hij de kunst verstaat om het verwarde weefsel van linnen draden in de beste orde te brengen; de ander legt hem de Heidelbergse Catechismus voor, om aan deze zijn kunst te tonen en enige daarin voorkomende vragen met de geloofsregel der Heilige Schrift samen te knopen en te verenigen. Ze nemen de waard, bij wie ze zitten te drinken, tot getuige van hun onderhandeling. De waardin mengt zich mede in hun spel en tenslotte loopt het uit op bespotting en verachting van de Catechismus, waarvan de leerstellingen volgens hen, geenszins met het Woord van God kunnen verenigd worden.

Overigens is het bekend, dat de roomse kerk de Catechismus veroordeeld en op de lijst van verboden boeken gezet heeft. De remonstranten gingen ook na de Synode door tegen de Catechismus te fulmineren, doch vonden dappere tegenstand, o.a. van Voetius en Willem Teellinck. De laatste schreef: „Gelijk zij (de jezuïten en remonstranten) ook hebben begonnen de catechisatie ende de oefeningen van de jonge jeugd door vragen ende door antwoorden, in de gronden van haar dwalingen tegen ons (van ons die aanlerende, ende daar wij die laten vallen als op-rapenden) overal in te voeren zo zeer als zij kunnen, zonderlinge daartoe ziende, dat zulks in al haar scholen groot en klein, met alle naarstigheid geschieden mocht, daarin zij ook haarzelven nu zo verkloeken, dat zij gans zeer de jonge harten zoeken te vervullen met een weerzin en helse verbittering tegen de waarheid en tegen ons en met een blinde ijver tot haar dwalingen, waardoor zij dan ook velen zo vast zetten met een vreselijke hardnekkigheid in de dwalingen tegen de waarheid, dat, wat er ook gebeure, om omtrent de luiden (die zo in haar jeugd gecatechiseerd en van die geesten bewrocht zijn geweest) wat goeds te betrachten tot verscherping van de waarheid, daar niets op te winnen is."

De vijanden waren niet altijd andersdenkenden, men vond ze ook in de boezem der vaderlandse kerk, zoals Coerbach: „Ofschoon enige stellingen daarin (n.l. in de Catechismus) voorkomen, die onwaar, onmogelijk en buiten de Schrift zijn, zo is echter dit boekje door de leraars der hervormde godsdienst in de Nederlanden in zulk een hoogachting en geloofswaardigheid, dat zij zelve ten uiterste bezweren en verklaren, rechtzinnig, schriftmatig en waar te zijn en willen ook, dat ieder lid der gemeente het daarvoor houden zal, zonder enige tegenspraak onder straf van uitsluiting, al ware het ook, dat iemand beter wist of dacht."

Ook waren er, die zich niet in alle delen met de Catechismus konden verenigen; of hem te streng of te vrijzinnig vonden; of er denkbeelden aan ontleenden, die nimmer in de geest der opstellers waren opgekomen. Men ziet dus: strijd genoeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961

Daniel | 8 Pagina's

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961

Daniel | 8 Pagina's