„Een grote stem, in het holle van de nacht"
„Aföör Paulus riep met grote stem, zeggende: oe u zeiven geen kwaad; want wij zijn allen hier. (Hand. 16 : 28)
Wat de Heere doet om een zondaar tot waarachtige bekering te brengen wordt in deze geschiedenis duidelijk getoond. Zie eens hoe de verheerlijkte Zaligmaker van uit de hemel Zijn duurgekochte} bruid brengt aan Zijn voeten; dat stemt ons tot aanbidding en bewondering. Maar ook de wegen die 's Heeren knechten moeten doorleven, om als middel in Zijn hand te worden gebruikt gaan onze berekening verre te boven. Dat had Paulus nooit kunnen denken dat hij daarom in de gevangenis moest komen, om in het holle van de nacht zijn stem te moeten verheffen om een verslagen mens daar het evangelie der zaligheid te verkondigen. Het zal voor beiden een onvergetelijke nacht in heel hun leven gebleven zijn. Die eeuwige liefde Gods, om door middel van de wonderlijkste aardbeving die ooit op aarde is waargenomen, geen verwoesting, maar behoudenis te werken voor zulk een harde en verstokte zondaar. Wat zal dat geweest zijn toen in die nacht de deuren der gevangenis openvlogen, de ketenen rinkelend neervielen uit de gescheurde muren, de stokbewaarder wakker werd en de deuren zag openstaan en naar zijn mening al de gevangenen gevloden waren. O wat een gewaarwording voor hem, die er met zijn leven aansprakelijk voor was, als een van do gevangenen gevlucht was. In de angst zijner ziel trekt hij het zwaard en zal er zich mede te kort doen. Maar Paulus dat ziende, riep met een grote stem: „Doe u zeiven geen kwaad, want wij zijn allen hier!"
Is niet het voornemen van die stokbewaarder een teken van de tijd waarin hij leefde? Het leven werd weinig geteld, en in dat opzicht schijnt die heidense opvatting in onze eeuw terug te keren. Lezen wij bijna niet dagelijks in de bladen van mannen, die als hun zaken verkeerd lopen, als lafhartigen hun post in het grote leven verlaten en zich de revolver tegen de slapen drukken? Vrouwen, die teleurgesteld worden, grijpen niet zelden naar het dodelijk vergif, want dan (zo men meent) zijn wij van alles af. Zelfs onder de jeugd zien wij dat vreselijke, omdat de waarde van het leven niet gekend wordt. Is niet het leven het kostbaarste bezit? Is het niet de voorbereidingstijd voor de eeuwigheid? De tijd, waarin een diepgevallen mens nog met God kan verzoend worden? De tijd waarin de stem nog gehoord wordt, dat er redding en verlossing is in Jezus' dierbaar borgbloed! Er is in het graf toch geen bezinning meer, en waar de boom valt, daar zal hij blijven liggen. Denk eens, als Judas eens opstond, en al de zelfmoordenaren, zouden zij ons niet verhalen hoe veel gewetenswroegingen zij in de eeuwigheid lijden? Is het niet de roeping van Gods knechten, geduriglijk haar stem te verheffen om de mensen toe te roepen: „doe u zelf geen kwaad!" Moet niet de waarde van het leven gepredikt worden en heilmaren gehoord worden dat er verzoening is in Jezus Christus? Gelukkige ongelukkige stokbewaarder, nadat hij licht geëist had, sprong hij in en werd zeer bevende en viel voor Paulus en Silas neder aan de voeten. Wat zalig invallen mijn lezersl Denk eens aan Judas die viel achterover, van Jezus af, maar de stokbewaarder viel in, als gewrocht door de Heilige Geest. Neen, de mens wil niet invallen vanwege zijn vijandschap en eigengerechtigheid, maar Gods lieve Geest leert dat invallen, en hoort dan wat uit de diepste grond van deze stokbewaarder gehoord wordt: „Lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig worde? " Wat zal dat geweest zijn voor de knechten des Heeren! Diezelfde harde, verstokte stokbewaarder, die hun voeten zo verzekerd had in cle stok, waardoor verwondingen waren ontstaan, nu zó aan hun voeten aan te treffen! Die stem van een schuldig en ongelukkig mens te vernemen, en dan claarü Heilig, driewerf heilig zijn 's Heeren wegen! Mijn lezer, kent u daar ook iets van? Zal het niet nodig zijn als zulk een verlegen en verslagen mens aan 's Heeren voeten terecht te komen?
O, wat kreeg toen het leven een waarde voor die verslagene van hart. Maar nu is er ook plaats voor dat dierbaar evan-
gelie! Hoe werd hem Jezus Christus gepredikt als de enige en volkomen Zaligmaker! En dat het bevel van te geloven, een schenking des Heeren in het hart van deze verslagen stokbewaarder werd. Want dat is het vrije evangelie, dat God schenkt, wat Hij gebiedt. Nu was er plaats in zijn hart gemaakt voor de Heere en Zijn knechten. Ook zijn huis ging voor hen open, en wat zal het voor hem geweest zijn om hun striemen te wassen.
In het kort leerde hij iets van de drie stukken die nodig zijn om bevindelijk te kennen, namelijk ellende, verlossing, dankbaarheid. En als wij bedenken hoe menigmaal er gepreekt wordt in schone gebouwen, met vele hoorders, en hier hebben een kerker als kerk, met één hoorder, clie door Gods genade van uit de dood tot het leven gebracht werd, dan mocht het gebed vermenigvuldigd worden, dat de Heere de hof Zijner kerk mocht doorwaaien, opdat ook die geestelijke vruchten mochten aanschouwd worden. Lere de Heere door Zijn genade ons de tijd des levens kostelijk te achten, opdat wij in deze indroeve en indrukkeloze dagen, de waarde van het leven leerden kennen om dat heil, dat de stokbewaarder ontving ook te mogen deelachtig worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961
Daniel | 8 Pagina's