Vragenbus
Af. te D. vraagt wat de betekenis is van Ezechiël 8 : 14, waar we lezen: En Hij bracht mij tot de deur der poort van het huis des Heeren, die naar het noorden is, en ziet, daar zaten vrouwen, bewenende de Thammuz."
Antwoord: Het gaat hier dus dus over de betekenis van de Thammuz.
In genoemd hoofdstuk worden aan Ezechiël, die immers bij de weggevoerden in Babel verkeerde, in een visioen de heidense gruwelen getoond, die door de in Jeruzalem overgebleven Joden rond en in de tempel worden bedreven.
Bij deze heidenhe gruwelen, die in Israël onder de nog in het land gelaten Joden werden bedreven, behoorde ook het bewenen van de Thammuz.
Deze Thammuz was een heidense koren god, die in geheel Voor-Azië werd vereerd.
Eigenlijk was deze afgod een vergoddelijking van het natuurleven, dat altijd weer uit de graankorrel uitspruit.
En terwijl nu de mannen op de akkers het rijpe koren maaien, bewenen de vrouwen het droeve lot van de jeugdige korengod, die nu immers stervende onder de sikkels van de maaiers moet afdalen in de onderwereld om daar de worsteling aan te vangen met de machten der duisternis en des doods.
Dit bewenen van de Thammuz ging met verschillende zedenloze practijken gepaard en dit alles vond plaats in de tempel, het huis des Heeren.
Vraag: B. te Z. vraagt het volgende: „Het zeer tragisch einde van het leven van Johannes de Doper is voor mij tot nu toe een onbegrijpelijke gebeurtenis. Gezien de aankondiging van zijn geboorte door de engel en de zeer belangrijke taak, die hij als wegbereider van Christus vervuld heeft, is zoals gezegd, dit abrupte levenseinde voor mij een raadsel."
Zoals uit de rest van de brief blijkt, heeft de vraagsteller zelf al iets aangevoeld van het antwoord.
Immers, in de nacht van Israël, in het donkere leven van plunderende krijgsknechten, van afzettende tollenaars, van schijnheilige Farizeërs ging als een maan het licht op van Johannes de Doper, de wegbereider van de komende Christus. Zes maanden lichtte deze maan aan de donkere hemel.
Maar nu is de dag aangebroken, nu is de Zon Zelf opgegaan, nu gaat immers Christus optreden.
Wat heeft Johannes nu nog te doen? Soms zie je, terwijl de zon al helder schijnt, de maan nog als een bleke schijf aan de hemel staan. Ge let niet op haar. ge geeft niet om haar, ge hebt haar niet meer nodig ten licht. Wie in het zonlicht wandelt, kan het maanlicht missen.
Zo is het dus ook hier. Velen in Israël bleven nog aan Johannes hangen. Er is later zelfs een aparte sekte ontstaan van Johannes-discipelen, die tot op de huidige dag nog in het Oosten gevonden wordt.
Daarom, opdat de mensen niet aan Jo-
hannes zouden blijven hangen, neemt God hier Johannes weg, eerst door gevangenschap, later door de dood.
Hij moet hier in praktijk brengen, wat hij zelf gepredikt had: „Hij moet wassen, maar ik moet minder worden." Het plotseling afbreken van johannes' arbeid hangt dus samen met zijn bijzondere taak als wegbereider van de komende Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1961
Daniel | 8 Pagina's