Funktionreen de gezinnen tegenwoordig beter dan vroeger?
RONDKIJK
Onlangs heeft uw rondkijker een (christelijk) congres meegemaakt, waar in een der lezingen bovenstaande vraag aan de orde werd gesteld. De spreker kwam in zijn betoog hierop neer, dat er in de gezinnen vroeger min of meer een sort dictatorschap bestond wat dan hoofdzakelijk berustte bij de vader, die alles alleen bedisselde, zonder moeder de vrouw er in te kennen; die alléén beslissingen nam en de kinderen ondergeschikt maakte aan zijn bedrijf — het boerenbedrijf dan — wat zijn trots was. De redenaar achtte het een voorrecht dat de emancipatie der vrouw gekomen was, waai'door meer ruimte en vrijheid in de gezinnen was gebracht en ook dat de kinderen niet meer zo huiselijk gebonden waren. Hij trachtte dit zelfs met de Bijbel goed te praten, en concludeerde dat in de gezinnen van thans alles veel beter funktionneerde dan vroeger.
Toen wij dit aanhoorden vonden wij er een geschikt onderwerp in, om er in deze rubriek eens wat dieper op in te gaan.
Er zal aan de gezinshouding van vroeger heus wel eens wat gemankeerd hebben, wij menen echter, dat deze, veelal gezien de tegenwoordige, tot een voorbeeld kunnen worden gesteld. De Bijbel leert ons, dat de man het hoofd is en niet de vrouw; ge kunt dat zo prachtig omschreven vinden in het huwelijksformulier.
Sara noemde haar man haren heer. Als het in een huwelijk goed ligt dan is er tussen man en vrouw geen baas boven baas — vroeger niet en nu niet — maar de man is het hoofd en in het gezin de verantwoordelijke persoon. Dat is Bijbels.
De vader bekleedt dus in het gezin een zeker gezag en het is goed, dat daar met respect wordt tegen op gezien. Dit wil heus niet zeggen dat de vader bij het nemen van beslissingen niet met moeder overlegt en soms de kinderen raadpleegt; dit kan zelfs tot een zeer goede harmonie leiden.
Af te keuren is zeker, dat in vroegere jaren, (50 tot 80 jaar geleden) de kinderen werden afgebeuld om in eigen bedrijf of bij anderen wat te verdienen. "We moeten er echter wel rekening mee houden, dat het toen een ontzettend arme tijd was en het gehele gezin moest meewerken om de schrale kost te verdienen. Maar wat kon er dan soms een vreugde in de gezinnen zijn en een dankbaarheid aan God, dat er dagelijks eten op tafel kwam en nien enigszins behoorlijk gekleed kon gaan. Als vader dan aan het hoofd van de tafel zat, met de Statenbijbel voor zich, wat kon hij dan zijn hart voor de Heere uitstorten, 't zij in de vraag om leniging van de noden of in dankbaarheid voor de geschonken uitreddingen. Dat is nu wel niet in alle gezinnen zo geweest, maar men leefde toch veel meer onder het gezag van Gods Woord en daarmee in gebondenheid aan elkander.
Over het algemeen genomen ligt het nu wel anders. Wat die hooggeroemde emancipatie betreft en de vrijheden die er zijn, dit heeft ongebondenheid teweeg gebracht en losgeslagen gezinnen. De huidige welvaart brengt mee, dat de kinderen wanneer ze van de lagere school komen niet direct aan 't werk moeten om geld thuis te brengen; ze kunnen verder studeren op ulo, h.b.s. óf technisch, om vooruit te komen in de wereld. Heeft men geen geld om hoger onderwijs te volgen, dan is daarvoor wel een beurs te vinden. Op zichzelf is daar niets tegen, maar in vele gezinnen brengt het toch allerlei konsekwenties met zich mee. De kinderen komen in onze tijd veel meer in aanraking met de moderne wereld dan vroeger, ze zien soms met minachting op hun ouders neer, omdat het toch zulke ouderwetse, minder ontwikkelde lieden zijn. Dan is er geen sprake van: „gij zult uw ouders neêdrig eren" — integendeel: het leidt tot ondermijning van het ouderlijk gezag.
Wat is er een takt nodig om de opgroeiende kinderen onder beslag van Gods Woord en daarmee ook onder het ouderlijk gezag te houden en zorg te dragen dat het gezin niet uit elkaar slaat. Niet telkens b.v. avondjes uit voor dit en voor dat; opletten met welken vrienden en vriendinnen wordt omgegaan en vooral toe te zien dat zoveel mogelijk het gezin gelijktijdig aan tafel zit om de maaltijden te nuttigen, waarmee allen onder de huisgodsdienst, onder het bidden, lezen en danken betrokken worden. Hoe vaak heeft dat gezegende vruchten afgeworpen! Het is wel gebeurd dat kinderen, die in hun later leven tot zonde werden verleid aan het gebed van vader en moeder aan tafel dachten waardoor ze van boze daden werden weerhouden.
Neen, we willen geenszins het gezinsleven van vroeger verheerlijken — er zal vaak wat aan gemankeerd hebben, maar zéker is, dat het thans in de geprezen „openheid" veel moeilijker is om de gezinnen naar eis van Gods Woord in juiste banen te houden.
Het goed funktionneren van het gezin is alleen dan mogelijk, wanneer er in alle opzichten in gebondenheid aan Gods Woord en Wet wordt geleefd. Dan is er ook onderlinge liefde en respect voor elkaar en zéker een dienen van het ouderlijk gezag. En waar zulk een liefde woont, daar gebiedt de Heere Zijn zegen.
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1961
Daniel | 8 Pagina's