De Joden voor het Rechthuis
(Joh. 18 : 28)
Zij waagden 't niet, het Rechthuis te betreden: De wet verklaarde, wie dat deed, onrein, 't Was Pascha, 's morgens vroeg en zij vermeden Angstvallig elk cantact met die Romein.
Wat gaf het dan, wat zij met Jezus deden, Ais zij maar Mozes' dienaars mochten zijn? Voor Jezus golden wet noch recht noch zeden: Gods grote Parel wierpen zij voor 't zwijn.
„Heer, laat ons 'toch Uw Gave niet vertreden, Uw bloed verachten onder vrome schijn.
Wij hebben voor U geen gerechtigheden; Uw wet verklaart ons schuldig en onrein.
Slechts Gij, Die voor Pilatus hebt geleden, Maakt door Uw bloed van alle zonde rein."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1961
Daniel | 8 Pagina's