Voor onze militairen
Deze week las ik het door de Synodale Commissie uitgegeven „Handboekje voor onze militairen" weer eens door en naar aanleiding daarvan wil ik hier een paar opmerkingen maken.
Dit boekje is bestemd voor onze jongens die in militaire dienst gaan en is voor hen dan ook onmisbaar. Terecht lees ik er dan ook in dat het in geen enkele veld jaszak mag ontbreken.
Niet alleen voor de jongens in dienst is het nuttig kennis te nemen van de inhouden, ook voor de ouders van deze jongens staan er waardevolle gegevens in. Ik raad dan ook alle ouders aan dit boekje eens te lezen. U zult dan punten tegenkomen waaraan U beslist niet hebt gedacht. Eén van deze punten is het volgende.
Er wordt aangeraden te gaan praten met de kerkeraad voordat de jongeman in dienst gaat. Dit zal meestal wel gebeuren. Maar wordt er ook voldoende op aangedrongen dat de kerkeraad waar de jongen heengaat in kennis wordt gesteld van zijn komst? De jongens zelf dienen dit te vragen maar de ouders kunnen hierin ook veel doen.
Dring er bij uw zoon op aan dat hij vraagt de kerkeraad in zijn toekomstige standplaats in kennis te willen stellen van zijn komst. Nu is er niet in elke garnizoenplaats een gereformeerde gemeente maar misschien is er in de naaste omgeving wel een. Eventueel kunt U zelf des noods schrijven naar één van de vele adressen die in het boekje voorkomen.
Die verschillende vermogens van de ziel van de mens worden ook genoemd in de samenvatting van de wet, als de Heere Jezus zegt: „Gij zult liefhebben de Heere Uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand."
H. te B. stelt een vraag over de wijzen uit het Oosten. We lezen van die wijzen in Matth. 2 : 11 „en nedervallende hebben zij het Kindeke aangebeden." Nu is de vraag of die wijzen kwamen om de Heere Jezus als God te aanbidden.
Antwoord: Inderdaad, alleen God mag maar 1 worden ^fengébeden. De Heere Jezus heeft Zelf tegen de duivel gezegd tijdens de verzoeking: „De Heere Uw God zult gij aanbidden en Hem alleen Velen van U zullen zeggen dat dit toch altijd gebeurt. Helaas blijkt dit in de praktijk niet zo te zijn.
In het garnizoen hier ter plaatse kwamen in 1960 20 jongens op die tot onze gemeenten, uiteraard uit alle delen van het land, behoorden. Van drie ontving de kerkeraad bericht van hun komst, terwijl één vader een brief schreef aan de legerpredikant met het verzoek zijn zoon in contact te brengen met onze gemeente. Van de overige 16 werd geen bericht ontvangen.
Nu wordt er gezegd dat de jongens zelf wel contact zullen zoeken met de kerk maar veelal is dit onmogelijk voor hen, dit direkt te doen omdat zij de eerste weken (meestal plm. 3) de kazerne niet mogen verlaten.
In veel garnizoenen is het gebruikelijk dat er, de eerste zaterdag dat de nieuwe lichting er is, namens de Geestelijke Verzorging een begroetingssamenkomst wordt gehouden waarbij alle kerken vertegenwoordigd kunnen zijn.
't Zou prettig zijn voor de jongens, wanneer ook van ons steeds enkelen daarbij zouden zijn.
Daarom dring ik er speciaal op aan dat er tijdig bericht bij de betreffende kerkeraden is. 't Eerste contact en juist dit eerste is zo belangrijk. Dat kan nog voor de eerste zondag plaats vinden. Daarbij kan dan onder meer het kerkgaan worden geregeld,
't Komt mij voor dat wij hierin nog niet voldoende onze verantwoordelijkheid beseffen. Maar al te vaak wordt er een
dienen." En Petrus bij Cornelius en de engel op Patmos wezen beiden de aanbidding af.
Maar de Heere Jezus was waarachtig God.
Toen Gods Zoon in Bethlehem geboren werd, is God niet veranderd in een mens. Neen, toen bleef de Zone Gods, wat Hij van eeuwigheid was, namelijk waarachtig God, de eeuwige Zoon des Vaders en daarbij werd hij waarachtig mens, alleen zonder zonde.
Dus Christus was een Goddelijk Persoon, de tweede Persoon in het Goddelijk wezen, doch met een menselijke natuur.
Daarom aanbaden de Wijzen uit het Oosten Hem als Goddelijk Persoon. Zeafwachtende houding aangenomen terwijl het als een plicht moet worden beschouwd het toezicht over de jongens aan anderen over te dragen.
Laten daarom alle ouders en kerkeraden meewerken om de jongens bij het leggen van het eerste contact in de nieuwe gemeente te helpen.
Jullie, jongens, vraag ik eveneens alles te doen wat in je vermogen ligt kennis te maken met onze gemeenten in of kort bij je standplaats. Dan kan het niet meer voorkomen dat één van jullie na verloop van vijf weken nog niet weet dat er ter plaatse een gemeente voor ons is en waar het kerkgebouw staat,
't Is toch een voorrecht als je je kunt stellen onder de zuivere bediening van Gods Woord, 't Leven kan zo kort zijn, niemand weet zijn einde. Wat wij wel weten is dat we bekeerd moeten worden en dat wij eenmaal de Heere rekenschap moeten geven van heel ons leven ook van onze tijd in militaire dienst doorgebracht. Dat in jullie hart daartoe mag leven de bede:
Leer mij, o Heer, den weg door U bepaald; Dan zal ih dien ten einde toe bewaren; Geef mij verstand, met goddiijk licht bestraald; Dan zal mijn oog op uwe wetten staren; Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt; Dan zal zich 't hart met mijne daden paren. Militair.
ker, veel van de verborgenheid van Zijn Persoon was hun nog verborgen maar toch hebben zij verstaan, dat Hij meer dan gewoon mens was.
In hen werd reeds bij aanvang vervuld, zoals Jesaja geprofeteerd had, dat Christus niet alleen de vervallen stammen Israëls zou oprichten, maar dat Hij ook gegeven was tot een licht der heidenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1961
Daniel | 8 Pagina's