JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods ongekende gang

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods ongekende gang

4 minuten leestijd

William Cowper 1731-1800)

Telkens wanneer een nieuw jaar is begonnen, staan we met de vraag, die nooit is te beantwoorden: „Wat zal het jaar brengen; wat verbergt de toekomst in haar schoot? " Hoe graag zouden we het gordijn, dat voor de toekomst hangt, willen wegschuiven, om te zien wat ons wacht. Maar wanneer dit ons werd gegeven, wat zou ons leven dan zijn? Indien velerhande tegenspoeden ons zouden te wachten staan, dan zou er haast geen leven mogelijk zijn: we zouden ons niet opgewassen voelen tegen de stroom, die steeds tegen zou zijn. En wanneer er niets dan voorspoed ons stond te wachten , dan zouden we wellicht in brooddronkenheid onze wegen gaan, zonder Iemand nodig te hebben om ons bij te staan.

Daarom is het zo gelukkig dat we niet weten wat de morgen ons zal brengen en het jaar voor ons in zijn schoot heeft. Er is een groot houvast in ons leven, wanneer we er van bewust zijn, dat wij ons leven niet te besturen hebben, maar dat de Heere, naar Zijn wijze raad, al onze gangen en wegen leidt. Dan kan het gebeuren, dat donkere wegen tot ons nut zijn geweest, en dat wat wij ten kwade dachten ten goede is uitgekomen.

Hierover spreekt de Schrift heel duidelijk; voorbeelden zijn er voor het grijpen.

In het pocketboek „Tenzij Gij mij zegent", een bloemlezing door J. W. Schulte Nordholt, komt een gedicht voor „Licht schijnend uit de duisternis" van William Cowper. Deze dichter werd in 1731 geboren te Berkhampstead in Engeland en hij is de grondlegger geweest van de nieuwe nationale dichtkunst in Engeland, door de letterkunde in dat land los te maken van franse invloeden. Door de samensteller van de bloemlezing is het gedicht, dat hier een plaats vindt, in onze taal overgezet.

God gaat zijn ongekende gang vol donk're majesteit, die in de zee zijn voetstap plant en op de wolken rijdt.

God, de almachtige, die de diepten der zee doorgrondt en op de vleugelen van de wind wandelt, bestuurt alles naar Zijn welgevallen; Zijn gang in de wereld is ongekend, voor de mens verborgen.

Uit grondeloze diepten put Hij licht, en vreugde uit pijn. Hij voert volmaakt zijn plannen uit, zijn wil is souverein.

Omdat Hij de Souvereine God is, kan Hij volmaakt werken; de plannen van de mensen kunnen best helemaal anders uitvallen dan gedacht werd, maar bij de Heere móet alles gelukken. Licht laat Hij ontstaan waar het grondeloos duister was en uit pijnlijke wegen, die Hij met iemand houdt, straalt straks de vreugde.

Geliefden Gods, schept nieuwe moed de wolken die gij vreest, zijn zwaar van regen, overvloed van zegen die geneest.

Wat kunnen er donkere wolken komen opzetten: straks plenst de plasregen neer, maar dan zal het blijken, dat hetgeen we vreesden niets anders was dan overvloedige zegening. Deze wetenschap kan ons nieuwe moed doen scheppen.

Zoudt gij verstaan, waar Hij u leidt? Vertrouw Hem waar Hij gaat; zijn duistere voorzienigheid verhult zijn mild gelaat.

Wij weten niet waarheen de Heere onze wegen zal leiden, maar wij moeten in vertrouwen Hem volgen. Het voorzienig bestel van God kan o zo duister zijn, maar van achter die vermeende duisternis zal Zijn vriendelijk aangezicht schijnen. In Psalm 25 (berijming 1773) lezen we:

Milde handen, vriendlijk' ogen Zijn bij U van eeuwigheid.

Dan gaat Cowper verder en zegt:

Wat Hij bedoelt dat rijpt tot zin, wordt klaar van uur tot uur. De knop is bitter, is begin de bloem wordt licht en puur.

De onnaspeurlijke bedoeling Gods in de handeling met de mensenkinderen en met de volken der aarde, zal bij de uitkomst zin hebben: hiernamaals zullen wij het verstaan. Van uur tot uur zal het duidelijker worden wat God bedoelt; na verloop van tijd zullen wij zien wat de uiteindelijke bedoeling is geweest. Een prachtige, zuivere bloem is eerst een knop geweest, met weinig sieraad; het begin van een vrucht is een knop, die niet te eten is, maar bitter zal smaken. Zo kan ook in ons leven het begin zeer bitter zijn, maar na dat bittere begin zal een bloem te voorschijn komen, die

pralen zal in schone luister en belofte zal geven van heerlijke vrucht.

Hoe blind vanuit zichzelve is het menselijk gezicht. Godzelf vertaalt de duisternis in eindlijk eeuwig licht.

Als een mens vanuit zichzelf zijn leven moet overzien en de toekomst moet inblikken, wat zal hij dan gewaar worden, dat hij blind is en niet verstaat waarom zijn wegen zo in duisternis zijn gehuld. Maar straks gaat God die duisternis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1961

Daniel | 8 Pagina's

Gods ongekende gang

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1961

Daniel | 8 Pagina's