JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods bemoeienis met alle volken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods bemoeienis met alle volken

4 minuten leestijd

Dat er zending is en moet zijn, danken we niet aan de aktiviteit van zendelingen, maar aan de bemoeienissen van God, Die Zijn schepping nooit in de steek heeft gelaten en clat ook nimmer zal doen. Er loopt een zeer duidelijke lijn tussen Gen. 1 en de opzettelijke zendingsopdracht in Matth. 28. Door het spreken van God dankt de schepping haar ontstaan; door het spreken van God de Heilige Geest in het hart kan de herschepping tot stand komen. De band tussen God de Schepper en de wereld is het Woord: door het Woord des Heeren zijn cle hemelen gemaakt (Ps. 33). Dat „maken" van God is aan bepaalde ordeningen onderworpen; het is niet zonder plan en ook niet verward, maar er ziin bepaalde scheppingsdagen en over het geheel van dat machtige gebeuren klinkt telkens het woord „goed". Dat woord is niet zoals wij dat opvatten in onze samenleving, maar het betekent: beantwoorden aan de wil en wens van de Schepper. De hele wereld, met al wat er in is, wordt bestemd voor de mens en moet uitlopen tot de verheerlijking van de almachtige Maker. Wanneer de mens geschapen is, komt het scheppend handelen van God tot rust, als een zinvol voorspel van Hebreeën 4: „Er blijft dan een rust over voor het volk Gods (de herschepping)."

De mens, waarvoor de Heere een woning heeft gemaakt en ingericht, is op een andere manier het werk van Gods handen dan de andere schepselen. Al wat in de wereld is moet onderworpen zijn aan de mens, het pronkstuk van cle schepping. We kunnen zeggen dat God Zijn schepping regeert via de mens. Die mens heeft, met ziin medemensen, niet anders te doen dan de Heere boven zich te erkennen, de orde van de schepping te aanvaarden en alzo de rust Gods te beleven in het doen van de grote werken Gods.

De mens, die in zo'n schone betrekking met God staat, leeft in een wereld zonder goden, maar zo gauw de mens zich tegen God gaat verklaren, wordt hij uitgeleverd aan een wereld vol goden en duistere machten. De slang gaat het werk van God nabootsen en begint óók te spreken, zoals de Heere deed bij de schepping, maar zodra aan dit spreken gehoor wordt geschonken, wordt het schone in de schepping uit zijn verband genikt en er is geen rust meer. Schaamte en een armzalige naaktheid openbaren zich. Man en vrouw verbergen zich voor elkander (schorten) en dan gaan ze zich verbergen voor God. Die verberging kan echter niet blijven, omdat God het verlorene gaat opzoeken. En clan blijkt de verstoorde samenleving: de man schuift cle schuld cp de vrouw, de vrouw op de slang en indirekt op God. De ontkenning van schuld doet de naaste kwaad en leidt tot lastering van God.

De vloek van God treft de schepping en allerhande ellende is cle mens onderworpen. De weg naar het leven wordt afgesloten en als ballingen moeten de gevallen mensen de wereld door.

En hoe staat het dan aan de zijde van God? „De mens is geworden als Onzer Eén, " klinkt de stem cles Heeren. De mens zal in ziin gewaande goddelijkheid, door satan voorgespiegeld, volharden; hij zal met hoog verheven schilden zich tegenover zijn Schepper stellen.

Maar dan komt het antwoord van God, Die Ziin schepping niet aan zich zelve overlaat. Er zal een Verlosser te Sion komen en die Verlosser zal voortkomen uit een bepaald volk, het volk Israël. Tot dit einde wordt Abraham geroepen en aan hem wordt een belofte gedaan.

Het is zeer opmerkelijk, dat Gen. 12 waar Abraham geroepen wordt, voorafgegaan wordt door Gen. 11, waar gehandeld wordt van de torenbouw te Babel. Daar vinden we het streven naar machtsopenbaring, verlangen naar roem en beveiliging, maar deze wereld van opstand tegen God valt in stukken uiteen. De eenheid van spraak verandert in een verwarring der geesten en er is geen mogelijkheid meer om een sterke eenheid te formeren. In Babel wordt gesproken van een naam te maken, maar in Ur der Chaldeën spreekt

God: lk zal u zegenen en uw naam groot maken; tegenover de verstrooiing van Babel staat de belofte des Heeren: In u zullen alle geslachten des aaardrijks gezegend worden. Abraham als beginpunt van Israël ontsluit een vergezicht van Gods bemoeienis met de volken, met alle geslachten van de aardbodem. Het is of langzaam de poorten open gaan tot het heil voor alle naties, zodat straks Johannes zal kunnen zien (Openb. 21): Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten! Zie, de Filistijn en de Tyriër met de Moor, deze is aldaar geborenl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1961

Daniel | 8 Pagina's

Gods bemoeienis met alle volken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1961

Daniel | 8 Pagina's