JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergse Catechismus

7 minuten leestijd

(24)

Oudste uitgaven in Nederland

Als de Heidelbergse Catechismus in ons land zijn intrede doet door Petrus Datheen (1566), woedt de geloofsvervolging onder de Landvoogdes Margarettha van Parma hier in volle kracht. Geen boek scheen al spoedig in het oog der Inquisitie zo gevaarlijk als de Heidelbergse Catechismus; dat „boek vol fenijns ende van eenen serpentschen aert." Vandaar dat de schout en zijn rakkers, wanneer zij verdachte ketterse woningen doorzochten naar ketterse geschriften, ze in het bijzonder er op moesten letten, of „er geen kettersche boecken Lutheri, Bullingeri oftq wel den palatijnschen catechisme en dat Nieuwe Testament verborgen waren."

Was het dus reeds zeer gevaarlijk, naast andere Hervormingsgeschriften een exemplaar van de Catechismus hier of daar in een verborgen hoek van zijn huis te hebben, nog veel gevaarlijker was het, het boekje uit te geven. Vandaar dat de oudste uitgaven van de door Datheen vertaalde Catechismus, steeds in het buitenland werden gedrukt, zoals in Emden, Frankendaal, Londen en andere plaatsen en daarna hier heimelijk ingevoerd.

Een enkele keer is het voorgekomen, zoals in 1566 hier in ons land „onder het cruys", dat een dappere boekdrukker het waagde, het leerboekje uit te geven, zonder echter zijn naam of woonplaats op het titelblad te vermelden.

In 1567 deed dat ook Harman Schenckel te Delft. Het volgende jaar werd hij hiervoor met de dood gestraft.

De eerste die, voor zover bekend is, het waagde zijn naam als drukker op het titelblad te vermelden, was de Leidse boekdrukker Jan Paedts Jacobszoon, die hem in één band, naar Datheens vertaling met zijn psalmen en het Nieuwe Testament uitgaf.

Wat voor een kostbare schat de Heidelbergse Catechismus in die dagen van vervolging voor de gelukkige bezitter was, blijkt uit de vele getuigenissen der om het geloof gekerkerden voor hun geestelijke en wereldlijke rechters en de verdedigingen van zijn inhoud tegen priesters en monniken, die hen in de gevangenissen bezochten om hen tot afval te bewegen.

In de oudste Nederlandse uitgaven van de Catechismus is in de hoofdzaak geen verschil. Het blijkt echter wel, dat men bij het overzien dan eens de Duitse, dan weer de Latijnse Catechismus heeft gevolgd; en daar de Duitse uitgaven zelf verschillende lezingen hebben, zoals we vroeger gezien hebben, zo is het niet te verwonderen, dat men die ook in de Nederlandse overzettingen aantreft. Zo leest men in de Leidse uitgave in het antwoord op de 18e vraag: „Onze Heere Jezus Christus, die ons tot een volkomen verlossing en gerechtigheid geschonken is, " in plaats van „die ons van Gode tot wijsheid, rechtvaardigmaking, heiligmaking en tot een volkomen verlossing geschonken is, " zoals men in de oorspronkelijke Latijnse tekst vindt. In vraag 16 vindt men: „waarachtig en oprecht mens" in plaats van „waarachtig en rechtvaardig mens; " in het antwoord op vraag 53: „dat Hij te samen met de Vader en de Zoon een eeuwig God zij, " en niet: „met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God zij; " in sommige uitgaven wordt in het 33e antwoord het woord „natuurlijk" weggelaten. Soms wordt het woord Avondmaal met Nachtmaal verwisseld.

In 1580 verscheen er te Antwerpen met de Psalmberijming van Marnix van St. Aldegonde en verbeterde en met nieuwe schriftuurplaatsen verrijkte uitgaaf van de Catechismus van Datheen door Caspar van der Heijden. Hoewel de synode van Rotterdam (1581) zich erover beklaagde, „dat achter het psalmboek van St. Aldegonde een Catechismus gemaakt was door Caspar van der Heijden, hetwelk streed tegen de gehele kerkorde, " en besloot „hem daarover te vermanen, " zo blijkt het echter niet, dat men hem hierover lastig gevallen heeft, integendeel, zijn verbeteringen werden algemeen goedgekeurd. De hierbovengenoemde afwijkingen werden door van der Heijden hersteld.

Catechismusverklaringen

Reeds vroeg gevoelde men in de Nederlandse Hervormde kerk behoefte aan verklaringen van de Catechismus. Op de Synode te Dordrecht (1574) werd de vraag gesteld, „of het niet goet en ware, dat men goede homilias op den Catechismus sehreve? " Waarop geantwoord werd, „dat men die zal laten blijven, dan dat het goet ware, dat de dienaers ordentelijck bij gebeurte in classicale vergaderingen een vrage twee of drie uijt de cateehismo cortelijck uijtlegden, opdat se also onder malcanderen haar oeffenen en scherpen mochten, om den catechismum ordentelick, grondelick en stichtelick voor de gemeente te verclaren." Dezelfde vraag werd op de Synode van Middelburg (1581) met deze woorden herhaald: „oft niet goet en ware eeninge uijtlegginge op den catechismus bij forme van corte predicatiën ofte anders voor den aencomelingen te maecken? " Hierop werd „ja" geantwoord en de zorg voor een dergelijk werk werd opgedragen aan Jeremias Bastingius.

Deze oudste catechismusverkarling in Nederland werd door Bastingius in het Latijn geschreven en in 1588 uitgegeven. Door ds. Hendrik van den Corput werd het boek in 1591 in het Hollands vertaald en uitgegeven. In een voorwoord schrijft v. d. Corput: „Zijn werck behoeft van mij niet geprezen te worden. liet is aen den daghe; hij heeft dat ten oordeele der kercke gestelt en 't werck zal zefve zijnen meester prifsen. Hij is de eerste, die den text der catechisme also met schrifture te bevestigen ende met verklaringen gemeyn ende bekent te maken sich onderwonden heeft. De Duitsers noemden hem „eene volledige verklaring van den Heidelbergschen Catechismus, in welke vele fraaije aanmerkingen voorkomen."

Het bevat niet slechts een duidelijke uiteenzetting van de Gereformeerde leer, maar tevens een schat van praktikale lessen en opmerkingen, die van veel mensen-en hartenkennis getuigen. Overigens is het boek, wat de vorm betreft, geheel in de smaak van die tijd en evenmin als andere oude verklaringen, van breedvoerigheid vrij te pleiten.

We hebben wat uitvoerig over deze eerste Catechismusverklaring in ons land geschreven, omdat het de eerste was. Van andere, spoedig op deze eerste uitgave volgenden, willen we dat niet doen. In de meeste uitgaven worden de pijlen vooral gericht op de roomsen, iets wat in die tijd zeer begrijpelijk is. Anderen zijn vooral gericht tegen het stelsel der Arminianen, zodat vele werken uit die eerste tijd meer polemische twistgeschriften zijn dan Catechismusverklaringen.

Zeer algemeen was de Nederlandse vertaling van de Catechismusverklaring in 54 predikaties van Balthazar Copius in gebruik. Meer zullen we er niet opnoe-

men. In het algemeen kan men het volgende stellen: Hoe verder men zich van het eerste tijdperk der Hervorming verwijdert, hoe meer cle godgeleerde geschriften wel in geleerdheid en scherpzinnigheid winnen, maar ook in kinderlijke eenvoudigheid en innigheid des geloofs afnemen. In clie eerste dagen waren het uitstortingen des harten, Iater redeneringen des verstands; vroeger was het de Bijbel en de Bijbel alleen, clie cle geleerden tot kinderkens maakten; later was het Aristoteles en andere spitsvoudige schrijvers, die de kinderkens tot geleerden vormden. Hoe eenvoudig en aangrijpend zijn die belijdenissen en die brieven en clie liederen, uit de diepte des harten opgeweld; hoe droog, dor, levenloos en zielloos zijn de latere folianten en quartijnen over de verborgenheden des geloofs; wat ruiste clie Catechismus liefelijk in de oren van kinderen en volwassenen in het geloof, hoe geheel was hij ingericht naar cle behoeften van het hart en het verstand, hij was een „bron van troost en hoop, " en wat klonken die ijzeren commentaren hard, wat waren hun tonen schril, wat namen zij vaak alle indruk weg, die de blote lezing van het eenvoudige boekske maakte; wat beroerden ze vaak het gemoed en bezwangerden het met haat jegens hen, clie men vroeger broeders noemde. Neen, het was het doel zeker niet van cle vrome keurvorst; zijn kleinood als een twistappel in de wereld te werpen, maar cle spanning te verslappen; en toch, het werd een fakkel, clie de kerk in brand stak, een zwaard in cle handen der twistenden.

De werken van de mannen der nadere Reformatie steken er hoog bovenuit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1961

Daniel | 8 Pagina's

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1961

Daniel | 8 Pagina's