JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als een ploeger

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als een ploeger

4 minuten leestijd

Droom is 't leven, anders niet; 't Glijdt voorbij gelijk een vliet, Die langs steile boorden schiet, Zonder ooit te keren. (Jan Luyken)

Zo vaak zien wij het niet meer: paarden, die de ploeg trekken door het land. Voor de paardekneeht was ploegen een zwaar werk. De hele dag moest hij lopen door de verse voor, die de ploegschaar had gesneden in de vette grond. Het liep niet zo gemakkelijk; als het nat was, gleden zijn laarzen uit, of hij struikelde bijkans over de grote brokken grond, die in de voor vielen. En dan moest hij uitzien naar zijn paarden, of ze goed liepen, want de voor moest recht zijn. Een schande zou het wezen, wanneer de voren allerlei kronkels vertoonden. Ook de paarden hadden de haver wel verdiend. Zij trokken uit alle macht de ploeg door de zware klei. De neusgaten van de dieren sperden open en als het wat koud was stonden ze te dampen vanwege het zweet op hun harige huid.

Op het einde van de akker mochten ze even uitblazen, de knecht en zijn paarden, om straks weer opnieuw te werken; er waren nog voren genoeg te leggen. Zie ze daar staan, de paarden met hangende koppen. De knecht keek de pasgeploegde voor langs, om te zien hoe het zaakje er bij lag. Daar keken de paarden niet naar. Daar waren het ook dieren voor, die niet eens begrepen waarom ze van het ene naar het andere eind telkens maar weer moesten trekken.

Er is weer een voor getrokken in ons leven, nu we staan aan het einde van het jaar. We kijken achter ons en zien de afgelegde weg, net als de ploeger. Ligt onze voor recht, of waren er veel kronkels gemaakt in het leven dat voorbij is gegaan? Hoe is het werken gegaan? Viel de aarde goed onder de ploegschaar, of was het lopen moeilijk? Struikelden we bijkans? Kwam nu en dan een striemende regen in ons gezicht, of kwam een hagelbui ons prikken in 't gelaat?

Het zal zo verschillend geweest zijn. Maar achter ons kijken doen we. En we staan er versteld van, dat het jaar zó vlug is heengesneld. Het vorige jaar merkten we dat reeds op, en het schijnt, dat dit jaar nog vlugger ging. Of is het misschien verbeelding? Hebben we het zo druk gehad, dat we geen erg hadden in het voortsnellen van de uren en dagen en maanden?

We kijken achterom: daar ligt de afgelegde weg! En we rusten een weinig, om tot bezinning te komen. Of is het rusten er niet meer bij? Ploegen we niet meer met paarden, maar met een tractor? Dan gaat alles mechanisch; dan laten we ons leven; we horen niet eens het krijsen meer van de meeuwen, die om onze ploeg zwermen: het aanhoudend geraas van de motor stompt onze oren af. Er is geen tijd om even te pozen aan het eind van de voor. De tractor is onvermoeid en voort maar. Het wordt een wedstrijd wie het meeste grond in voren omlegt. Haast, haast! Die motor van onze gejaagde tijd blijft maar grommen en op het geluid reppen wij ons zo veel we maar kunnen. Geen stilstand, geen rust, geen stilte. Neen, geen stilte, want als we die horen, worden we bang. Stilte is niet meer van deze tijd. Als er stilte is, dan gaan we nadenken en nadenken moet niet meer in deze tijd.

Niet meer stilstaan aan het eind van het jaar. De plannen liggen al klaar voor het volgende. Niet even rusten en de paarden eens een klopje geven op de hals, om weer moed te geven voor de verdere moeizame weg die nog volgen moet.

We leven in een tijd van rumoer van grommende machines en zo is ons leven ook als een machine geworden. De calorieën voor ons voedsel worden wel scheikundig berekend; er staan mannetjes gereed om de weegschaal van lonen en prijzen in evenwicht te houden; de grenzen worden gesloten of geopend naardat voor de welvaart van node is. Nergens geen zorgen meer voor. Ook niet voor het ogenblik, dat onze levensvoor niet meer ten einde mag getrokken worden; dat we onderweg blijven liggen omdat onze tijd voorbij was. Kijk maar eens naar de afgelegde weg. En zeg maar: tot hiertoe heeft de Heere, ja, spreek het maar vrijuit: de Heere heeft ons tot hiertoe nog willen laten leven. Het mocht eens een wonder worden. Als dat het werd, dan zouden we het nieuwe jaar niet mechanisch durven gaan leven. Dan gingen we de stilte minnen om telkens opnieuw ons te bezinnen hoe het leven verder moest en hoe het eenmaal zou eindigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1960

Daniel | 8 Pagina's

Als een ploeger

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1960

Daniel | 8 Pagina's