JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van der Palms vergane glorie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van der Palms vergane glorie

8 minuten leestijd

Dr. A. de Groot: „Leven en arbeid van J. H. van der Palm." H. Veenman en Zonen N.V., Wageningen (1960). 272 blz., ing. ƒ 15.—.

Een vraag die met betrekking tot een nieuwe studie vaak gesteld wordt is, of deze studie een bepaalde leemte vult, of ze — zoals men het gewoonlijk noemt — voorziet in een behoefte. We willen deze vraag ook stellen voor het boek dat we hierboven noemden. Was er behoefte aan een studie over Van der Palm? Vult deze vrij uitvoerige beschouwing een bepaalde leemte in ons kennen van 't verleden van ons land? Alleen het boek in kwestie zélf kan hierop antwoorden. En doet dat duidelijk! Wie het wat aarzelend begint te lezen, voelt steeds, hoe meer hij verder komt, zijn aarzeling verdwijnen. Het is een werk dat zich met veel genoegen lezen laat, een proefschrift — als zodanig heeft het boek eerst dienst gedaan — waarvoor men zeer beslist waardering hebben moet.

Vanwaar die aarzeling aanvankelijk? Die aarzeling ontstond uit vragen die men zich kan stellen, en ongemerkt ook stelt, vcor men aan de lektuur begint. Heeft Van der Palm ons nog wel wat te zeggen? En was hij werkelijk wel zo belangrijk dat het nog de moeite loont zich in zijn leven en zijn werkzaamheden te verdiepen? De eerste vraag is men geneigd ontkennend te beantwoorden — ook na de lezing van dit boek. Een Van der Palm heeft ons mets positiefs meer te vertellen — we meenden dat alreeds te weten, en De Groots uiteenzetting kan ons in deze mening enkel maar versterken. Wat nog niet zeggen wil dat dat daarom zich met hem bemoeien zinloos energie verspillen zou betekenen: 't Verleden leert ons altijd iets, is het niet positief, dan negatief! Was Van der Palm een heel belangrijk iemand? Zijn tijdgenoten meenden het. Maar wij? Wij denken daar heel anders over. Het is niet moeilijk tijdgenoten van hem aan te wijzen die — terwijl ze nog geen biograaf in onze tijd gevonden hebben — waardevoller werk geleverd hebben èn ook als karakters meer waardering waard zijn dan de man die ons hier bezig houdt. Om er maar enkele te noemen — die, toevallig net als Van der Palm een rol hebben gespeeld in Zeeland en daarna in Holland mannen van betekenis geworden zijn — Laurens Pieter van de Spiegel — ouder tijdgenoot van Van der Palm — of zijn geleerde vriend Te Water, later ambtgenoot van Van der Palm aan Leidens universiteit. De naam van Van de Spiegel wordt ook nu nog met respekt genoemd. Te Waters geschiedkundig werk — hij was meer enkel een geleerde — is nog altijd van belang. Met Van der Palm is dat zo anders. Maar mag men daarom iemand kwalijk nemen dat hij Van der Palm als onderwerp gekozen heeft om op te promoveren? Dat zou toch al te onrechtvaardig zijn. Tenslotte is een schrijver vrij in 't kiezen van zijn onderwerp. En Van der Palm is iemand die — al kan men in welhaast geen enkel opzicht iets belangrijks of waardeerbaars in hem vinden — uit ons verleden moeilijk weg te redeneren valt. Hij heeft zijn plaats in ons verleden, zelfs nog op meer dan één gebied. Op welke wijze hij die plaats heeft ingenomen, laat deze studie ons opnieuw, en duidelijker dan dit vroeger ooit gedaan is, zien.

We kunnen niet bij ieder onderdeel van dit geschrift uitvoerig stilstaan. Een overzicht van de voornaamste punten moet voldoende zijn. Als jeugdig predikant en patriot in Maartensdijk maakt Van der Palm op ons geen grote indruk. Wanneer de kansen voor de patriotten keren vlucht hij uit zijn gemeente en zijn ambt. Hij weigert bovendien terug te keren, omdat hij de moed niet heeft om te erkennen: „Ik ben mis geweest!" Maar dan komt hij in Middelburg bij Van de Perre, en.... hij heeft een leventje! Zodra de revolutie in het land is, staat hij weer vooraan. Daarna wordt hij professor aan de akademie waar hij zelf heeft gestudeerd, in Leiden. Maar weer is het het politieke leven dat hem opeist, zeven jaren lang. Zijn weinige verdiensten liggen wel in deze tijd: Met name voor het onderwijs heeft hij heel wat gedaan. Onder Lodewijk Napoleon is hij opnieuw in Leiden en hij blijft er ook na 1813, onder koning Willem. Beide vorsten heeft hij meer dan vleiend toegesproken, de oude patriot. Hij blijft in Leiden, tot zijn dood. Dus Van der Palm een man van wetenschap? Hij heeft de wetenschap geen stap vooruitgebracht! Doorgeven doet hij wél, alleen maar doorgeven, popularizeren wat de werkelijke wetenschapsbeoefenaars voor hem gevonden hebben. Het lijkt heel zielig, maar Van der Palm bevindt zich bij dit alles wél. Is hij niet algemeen gewild als redenaar? Bewondert men niet overal zijn spreektalent? Verslindt men niet zijn „Salomo"? Is zijn „Gedenkschrift" niet een meesterstuk van taal en stijl? Zo kan men doorgaan. Maar wat zegt óns dit nog? Zijn boeken zijn voor ons langdradig, wij vinden hem heel vaak een zeur. En welbeschouwd komt men ook hier weer zijn karakterloosheid tegen. In zijn „Gedenkschrift" zwijgt hij over wat hem niet te pas komt. Bij wat men dan zijn „wetenschappelijke" werk moet noemen, bewandelt hij met overleg de ver van gulden middenweg. Het oude durft hij niet geheel verlaten, het nieuwe durft hij ook niet erg goed aan. Hij is afkerig van 't rechtzinnige dogmatische systeem, is zeer verdraagzaam, en spreekt bij voorkeur over de voorzienigheid en over 's mensen deugd. Deugd en godsdienst geven hem gemoedsrust. Vooral op die gemoedsrust is hij erg gesteld. Als die verstoord wordt, kan hij zelfs zijn deftigheid vergeten en.... zich als een innerlijk geslepen en venijnig mens doen kennen! Hij is wel deugdzaam, maar men moet niet aan hem komen: Voor zelfverloochenaar is hij niet in de wieg gelegd! Angstvallig wakend voor zijn reputatie, steeds heel nauwkeurig wetend wat hij wel en wat hij niet moet zeggen om zijn glorie te bewaren, bewandelt Van der Palm zijn levensweg met grote zelfgenoegzaamheid. Een zelfgenoegzaamheid die weerzinwekkend is.

De grote nuchterheid en eerlijkheid waarmee dit alles wordt beschreven, moet men wel zien als dé verdienste van dit boek. Men kan natuurlijk zeggen: „Dat is niet meer dan schrijvers plicht." Maar 't is nu eenmaal zo dat ieder schrijver door bepaalde nuanceringen een beeld uit het verleden gunstiger kan tekenen dan het geweest is, zonder dat hij daarbij nog beslist oneerlijk wordt. Zo menig schrijver deed dit zonder erg! Hier wordt dit echter niet gedaan. De schrijver heeft geen held als onderwerp gekozen en van zijn onderwerp ook zeer beslist geen held gemaakt. Op alle onderdelen van het leven en het werk van Van der Palm laat hij heel rustig alle aandacht vallen en

probeert dan werkelijk hem eerlijk recht te doen. Men kan niet zeggen dat de reputatie van het onderwerp daarbij wat wint. Dat ze er ernstig door geschaad wordt, evenmin. Wat er van Van der Palm bekend was, het gangbaar oordeel over hem, wordt hier alleen maar onderstreept. En daarbij wordt het fundament waarop dat oordeel rustte, deugdelijk verstevigd. De schrijver heeft geraadpleegd wat er maar te vinden was, en.... dat was veel. Zo kan hij overal bewijzen wat hij zegt. Citaten uit de vele werken die zijn onderwerp geschreven heeft — en die men praktisch niet meer leest — verfraaien het geheel. Die werken worden trouwens één voor één besproken. En: Van der Palm wordt in zijn tijd geplaatst! Zo is dit boek veel rijker dan een overzicht vermoeden laat. Het leert ons Van der Palm niet kennen, nee, het doet ons hem ontmoeten, ontmoeten in zijn tijd. Wel zucht men aan het eind van die ontmoeting. Want, alles wel beschouwd, hoe arm was eigenlijk dit leven toch, met al zijn vlug vergane roem! Maar dat men dan zo'n zucht met volle overtuiging slaken kan, dat is te danken aan de schrijver van dit boek.

In één ding kunnen we niet met de schrijver mee. Hij zegt herhaaldelijk dat men het Van der Palm niet kwalijk nemen moet dat hij de Franse revolutie toegejuicht heeft en entoesiast de zogenaamde vrijheidsboom heeft helpen planten. Wij menen dat men hem dat heel erg kwalijk nemen moet. En als kristen én als Nederlander had hij zich hiervoor te schamen. Hij hééft er zich ook voor geschaamd, maar.... niet om redenen die wij juist hadden willen zien.

Aan taal en aan korrektie van dit boek ontbreekt het een en ander. Verdediging „der nieuwe toestand" (blz. 44 r. 7) is geen Nederlands. „Bemoeing" (blz. 61 r. 10, en elders) is al even slecht gespeld als (achttien blz. verder r. 5) „bemoeiing". Ook „ontplooing" en „verfraaing" treft men aan.

Het boek is keurig uitgegeven. Papier en druk zijn goed. De illustraties — twee portretten en een bladzij uit het handschrift van 't „Gedenkschrift" — eveneens. Maar het geheel zou uiterlijk meer indruk maken, als dit werk gebonden in de handel was gebracht. En dat had toch voor deze prijs ook wel gekund.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1960

Daniel | 8 Pagina's

Van der Palms vergane glorie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1960

Daniel | 8 Pagina's