JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergse Catechismus

7 minuten leestijd

(22).

De dood van de keurvorst.

Frederik III, de keurvorst van de Paltz, heeft het nog mogen beleven, dat zijn Catechismus het leerboek werd van al zijn onderdanen van elke leeftijd en stand, zowel mannen als vrouwen en kinderen. Hij heeft het leerboek nog gezien in kerken en scholen, aan het hof en in de nederigste stulp. Hij heeft het nog meegemaakt, dat het troostboek in andere talen werd overgezet en ook elders, zelfs in ver verwijderde oorden, tot nut en zegen werd. Dertien jaar mocht hij de voltooiing van zijn Catechismus overleven. Die jaren werden in geen geval in rust doorgebracht, o neen, hij stond steeds in het harnas met zijn schilddragers Olevianus en Ursinus aan zijn zijde, gereed om elke aanval tegen de Catechismus en tegen de Gereformeerde leer die naar de godzaligheid is, te weerstaan. Hij waakte, werkte en bad en niets was hem te kostbaar om een offer te brengen aan de belangen der door hem in de Paltz gestichte kerk, ter verdediging van de voor hem zo heih'ge zaak.

Diep smartte het hem, dat hij in 1575, door zwakte verhinderd, de keurvorstendag niet meer bij kon wonen om daar nog eenmaal de belangen der Gereformeerde religie voor te staan. Bovendien had hij er heel veel verdriet van, dat hij zijn zoon Lodewijk, die de Lutherse leer beleed en hem steeds vermeed, niet meer kon onderhouden over hetgeen hem het innigst ter harte ging, de bewaring van zijn land en zijn leer, die voor hem de enig ware was.

Van dag tot dag werd de keurvorst nu zwakker. 13 oktober ontbood hij Tossanus en ontving hem met de woorden: „Mijn lijfarts heb ik, heer doctor, gelijk gij ziet in mijn nabijheid, maar ook heb ik u als mijn zielearts laten roepen, wijl ik sedert mijn krachten mij meer en meer begeven — en ik gevoel dat ik spoedig zal inslapen — geneesmiddelen voor de ziel behoef. Ik voor mij heb lang genoeg geleefd, want ik zie, dat goede raad weinig meer geacht wordt. Dikwijls heb ik mijn genadige heer, keizer Maximilaan II, vermaand, hem zelfs de Bijbel in de Spaanse taal geschonken toen hij bij mij was. Ik heb hem dikwerf geschreven, dat wij eenmaal Gode rekenschap zullen moeten geven. Mocht het Gode behagen, dat ik ook thans mijn genadige heer kon spreken, ik zou hoop hebben iets goeds bij hem uit te werken. Het smart mij ook recht in het hart, dat men nog in en onder het brood het lichaam van Christus ziet en van dat ge loof het heil der ziel afhankelijk maakt, wijl toch de ganse Heilige Schrift ons naar boven, naar de hemel wijst. Wat mij betreft, ik weet dat het vergankelijke verderven en vergaan moet en dat Christus ons weder tot heerlijkheid wil opwekken en ons lichaam Zijn onverderfelijk lichaam zal gelijkvormig maken." Op 21 oktober woonde hij nog een preek tot het einde toe bij over Romeinen 3, doch 's avonds kreeg hij koorts en er volgde een onrustige nacht.

De 25e oktober werd Tossanus opnieuw ontboden. Hij vond de keurvorstin en de artsen bij het bed van de zieke. De ogenblikken van verademing werden die dag gewijd aan de overdenking van de lijdensgeschiedenis (Joh. 17, Ps. 71, Rom. 8). De stervende openbaarde toen een onafgebroken blijdschap des geloofs en herhaalde telkens, wat voor troost hem de lezing en overdenking van het Woord van God verschafte. Hij verheerlijkte de ondoorgrondelijke genade Gods, hem arme zondaar bewezen en betuigde door woorden en gebaren, hoe hij zijn ganse vertrouwen op de genade van Christus stelde. Later liet hij zich, als hij weer een rustig ogenblik had, het begin van psalm 32 voorlezen en verklaren.

In die dagen gevoelde hij zich zeer gelukkig over de goede tijdingen, die hij van de toestand der Hervorming in Nederland ontving. Zijn zoon Casimir, die wist hoezeer zijn vader met alle buitenlandse geloofsgenoten sympathiseerde» bracht die goede boodschap terstond aan het ziekbed van zijn vader, wiens levenslicht daardoor wat opflikkerde. Onder de kennelijke tekenen van geestelijke vreugde overdacht hij dan eens het getrouw en aller aanneming waardig woord uit 1 Timotheus, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben; dan weer het gebed van de vrome koning Iliskia, Jeremia 30 en het woord des Heeren uit Matth. 25: „Komt gij gezegende Mijns Vaders!"

Zichtbaar nam het verlangen van de stervende naar het hemelse brood toe. Het was hem in de dagen zijner gezondheid het liefste op zijn levenspad geweest, in de laatste uren zijns levens verwijderde hij het geen ogenblik van zich.

Zo brak de 26e oktober aan. Zijn krachten namen zichtbaar af. De stervende kon niets meer gebruiken. Zijn spijs was uitsluitend het gebed en de psalmen, in het bijzonder psalm 31. Nu hief hij de lofzang van Simeon aan: „Nu laat Gij Heere, uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord!" Even later zei hij: „Ik heb lang genoeg voor de kerk geleefd. Nu ga ik tot een beter leven over. Wat ik voor de kerk kon doen, dat heb ik gedaan, al is het dan ook weinig. De almachtige God zal haar geen wees laten. Niet vruchteloos zullen mijn smekingen en tranen zijn, zo vaak in dit vertrek in eenzaamheid voor mijn opvolger en de kerk ontboezemd en gestort. Mijn stervensuur is lang genoeg op de gebeden der vrome christenen vertraagd. Het is tijd, dat ik afbreke en de Heiland in Zijn rust volge."

Zo sprak hij en verlangde opnieuw het 17e hoofdstuk van het Evangelie van Johannes te horen. Reeds lag hij te zieltogen, toen zijn gemalin hem vroeg, of

hij hetgeen Tossanus tot hem zei, wel verstond en kon bevestigen? Nog eenmaal spande hij zijn laatste krachten in om duidelijk te antwoorden: „Ja, waarlijk." Dit waren zijn laatste woorden. Ootmoedig en onder plechtige verzekering van zijn vast geloof, ging hij na een sluimering van zes uur zacht en vreedzaam de eeuwigheid in. In tegenwoordigheid zijner gemalin, van prins Casimir en zijn voornaamste raadsheren was hij ingeslapen.

De dankbare kerk hield hem in gedachtenis als één harer heerlijkste sieraden, grootste kampvechters en onwankelbaarste zuilen; de Palz als één zijner uitstekendste regenten. „Met hem verloor de Palz één zijner edelste en grootste vor-sten, " schreef een geschiedschrijver van dit rijk. Zo veel geestelijke kracht, zo'n groot vertrouwen op God, werden zeldzaam ten beste eens lands in de persoon van de vorst verenigd. Zelfs de fanatiekste sekten onder zijn tijdgenoten achtten hem hoog en de hevige Lutheraan Osiander noemt hem wel een Calvinistische afgedwaalde, maar toch een voortreffelijk en menslievend vorst.

Zijn zoon en opvolger Lodewijk had niet aan het sterfbed van zijn vader gestaan. Tevergeefs had de zieke naar hem verlangd, hij was niet gekomen. Zoals deze zoon zijn vader jarenlang was ontvloden, zo ontvluchtte hij hem ook in zijn uiterste. Hij, die zijn vader liefhad, vreesde diens smekingen en tranen, omdat ze hem wellicht zouden doen wankelen in zijn trouw aan de leer, die hij voor de enige waarachtige hield. Zo warm het hart van de vader geklopt had voor de Calvinistische, zo warm sloeg dat van de zoon voor de Lutherse leer. Zijn opvoeding, zijn omgang, zijn raadslieden, zijn echtgenote, alles had zich verenigd om hem tot een even hevig kampvechter voor Luther te vormen, als zijn vader er een van Calvijn was geweest.

Eerst veertien dagen na de dood van zijn vader verscheen Lodewijk te Heidelberg, zwanger van plannen tot verdelging der Gereformeerde leer. Hoe zou het met de Catechismus gaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1960

Daniel | 8 Pagina's

De Heidelbergse Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1960

Daniel | 8 Pagina's