Theodorus van der Groe
(I).
Inleiding
Alexander Comrie, wiens leven en werk we in voorgaande artikelen besproken hebben, en Theodorus van der Groe, voor wie we thans de aandacht vragen, zijn de laatste figuren van formaat in de Nadere Reformatie geweest. Van der Groe, die oud is geworden en dus veel invloed heeft gehad, wordt dan ook om zijn profetische geest, wel „cle laatste ziener" genoemd. In bepaalde streken van ons land kan men zelfs het rijmpje horen: „Van der Groe doet het hekje toe." Als men daarmee bedoelt, clat met Van der Groe de beweging der Nadere Reformatie uitgebloeid was, dan kunnen we het daarmee eens zijn, doch als men het wil doen voorkomen, alsof in Van der Groe het laatste licht in ons land zou zijn gedoofd, dan moeten we daartegen protest aantekenen. Dienaren van het Woord, hoe hoog verlicht ook, vallen weg, maar „naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest" wijkt Christus nimmermeer van Zijn Kerk.
Dat overigens na de eeuwwisseling (1800) een donkere tijd voor cle Kerk is aangebroken, Van der Groe heeft het voorspeld en cle uitkomst heeft het bewezen.
De levensloop van Theodorus van der Groe is spoedig verteld, want naar het uiterlijk geoordeeld, kwamen daar weinig schokkende dingen in voor.
Theodorus van der Groe aanschouwde het levenslicht in de pastorie van Zwammerdam, waar zijn vader, Ludovicus van der Groe, enige jaren predikant was. (Zwammerdam was ook cle eerste gemeente van Abraham Hellenbroek; deze stond er van 1683 tot 1691).
De geboortedatum van Van der Groe is niet precies bekend, bij gebrek aan een burgerlijke stand in die dagen. Uit de doopregisters evenwel blijkt, dat hij in het (thans zo schitterend gerestaureerde) kerkje van Zwammerdam door zijn vader werd gedoopt op 16 december 1705. Over de jeugd van Theodorus kunnen we geen enkele bijzonderheid mededelen. Het enige clat we weten is clat hij, evenals zijn broer Simon Ludovicus, in Leiden theologie heeft gestudeerd. Reeds op 31 jan. 1729, nog slechts 23 jaar oud, legde hij het z.g.n. praeparatoir examen af en was hij dus beroepbaar. Ruim een half jaar moest hij wachten tot een gemeente haar keuze op hem liet vallen, maar op 14 aug. 1729 ontving hij het beroep naar de kleine gemeente Rijnsaterwoude, clat hij onder dankzegging aanvaardde. Door uitstel van het peremptoir examen kon hij echter pas op 19 maart 1730 intrede doen.
Tien jaar heeft zijn verblijf en arbeid in het kleine Zuid-Hollandse dorp geduurd. Hij werkte er met lust en liefde, gewaardeerd door zijn gemeenteleden. Hier heeft ook de bekering van zijn zuster, Eva van der Groe, wier bekeringsgeschiedenis zo bekend geworden is uit een door haarzelf geschreven boekje, plaats gehad. W w
In 1740 volgde het beroep naar Kralingen, waar Van der Groe op 10 juli van dat jaar werd bevestigd. Daar ontplooide hij zich ten volle als man van de Nadere Reformatie, die in vele boete-en biddagspredikaties opriep tot berouw en bekering, maar die, goed Voetiaans, ook ijverde voor de eigen rechten der Kerk. Dit laatste bracht hem in conflikt met de beroemde volksprediker Petrus Hofstede te Rotterdam, die overigens even goed Gereformeerd was als Van der Groe zelf. Er ontstond een vinnige polemiek (= pennestrijd) waarbij van weerszijden grove woorden vielen. Het doet ons leed te moeten constateren, dat Van der Groe zich hieraan minstens zo erg schuldig maakte als zijn tegenstanders. Hij heeft zich daardoor tamelijk gehaat gemaakt en voor vele beoordelaars is dit beeld van Van der Groe bepalend gebleven.
De Catechismusverklaring en de verschillende prekenbundels, die Van der Groe het licht heeft doen zien, zijn voor het grootste deel uit zijn ambtspraktijk te Kralingen ontstaan. Op deze werken komen we in een volgend artikel terug. Na 44 jaar de gemeente Kralingen te hebben gediend, is Van der Groe aldaar op 24 juni 1784 ontslapen. Hij moest wel tot het laatst toe gezond van lichaam en helder van geest zijn gebleven, daar hij met zijn 79 jaren nog gewoon dienstdoend predikant was!
Welk een stempel hij op cle gemeente had gedrukt, blijkt wel uit het feit, clat in 1888, dus ruim een eeuw na zijn dood, Ds. H. van Selms die te Kralingen werd beroepen, door een oud vrouwtje werd toegevoegd: „Ventje, ventje, hoe durf jij het wagen op cle kansel van die godzalige Van der Groe te staan!" Van der Groe zelf, die een bescheiden en nederig mens was, zou een dergelijke verering van zijn persoon bepaald afgewezen hebben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1960
Daniel | 8 Pagina's