JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ALEXANDER COMRIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALEXANDER COMRIE

6 minuten leestijd

(VIII)

Waardering

Niet zozeer door zijn dogmatische en polemische geschriften, als wel door zijn werken van stichtelijke aard, leeft de naam van Comrie als „oude schrijver" voort. Had hij niet enkele bundels preken nagelaten, het zou hem vergaan zijn als Voetius, Witsius, en zovele anderen, die tot de Nadere Reformatie behoren, maar toch onder ons te weinig bekend zijn, doordat hun werk een meer wetenschappelijke inslag heeft.

Doch niet alzo Comrie. Naast verschillende wetenschappelijke werken van zijn hand staan enkele praktische werken, die zijn naam onder de liefhebbers der Waarheid bemind hebben gemaakt. Vele mensen, die nooit het „Examen van Tolerantie" of de „Brief over de rechtvaardigmaking" in handen hebben gehad, zullen bijv. „Het ABC des Geloofs" en de „Eigenschappen des Geloofs" in hun kast hebben staan (en hopelijk ook gelezen hebben!)

Of die bekendheid ook geldt ten aanzien van de „Catechismus" waag ik te betwijfelen. Voor zover mij bekend worden de Catecliismuspreken van Comrie in de leesdiensten weinig of niet gelezen. Misschien doordat deze Catechismusverklaring niet verder gaat dan Zondag 7, misschien ook doordat de preken zo lang zijn. Ze zijn echter het lezen óverwaard, zowel in theologisch als in praktisch opzicht.

De grote verdienste van Comrie ligt m.i. hierin, dat in een eeuw, waarin enerzijds het Rationalisme, en anderzijds het Mysticisme opkwam, de waarheid van de Reformatie bij hem zo zuiver is bewaard gebleven. Hij had de strijd te voeren op twee fronten: naar „links" tegen moderne inzichten, waarin oude dwalingen het hoofd opstaken; naar „rechts", waar bij de ware vromen allerlei onschriftuurlijke ideeën veld wonnen. Zijn theologische bekwaamheid was zelfs bij zijn felste tegenstanders onverdacht, terwijl zijn kennis van het bevindelijke leven hem geliefd maakte bij de ware gelovigen.

Het spreekt haast vanzelf, dat ook Comrie's werk niet volmaakt is. Hij was een kind van zijn tijd en heeft geschreven in de taal van zijn tijd, die soms wat gewrongen aandoet, misschien omdat hij geen Nederlander was. Naar onze smaak is hij soms wat langdradig, waardoor hij ons, mensen van de gejaagde en verzakelijkte 20ste eeuw minder aanspreekt. Dit, wat de vorm betreft.

Naar de inhoud is het werk van Comrie ook niet geheel vlekkeloos. Hij had een enigszins afwijkende opvatting van de praedestinatie en als gevolg daarvan een eigenaardige voorstelling van de menswording van Christus. Dit verschil is echter te ingewikkeld en eigenlijk te onbelangrijk om hier uitvoerig besproken te worden. Een ander bezwaar is zijn filosofische inslag, waardoor hij de neiging had, alles in schema's in te delen en het een uit het ander af te leiden, een methode, die in de zielzorg schadelijk kan zijn.

Dat alles neemt niet weg, dat we Comrie beschouwen als één der grootsten onder de mannen van de Nadere Reformatie. We mogen van een „oude schrijver" ook niet eisen, dat hij dingen zou gezegd hebben, die wij graag willen horen. M.i. maakt Dr. A. G. Honig zich hieraan schuldig in zijn (overigens voortreffelijke) dissertatie over Comrie, als hij het betreurt, dat Comrie niet heeft geleerd „dat de kinderen der gelovigen gedoopt moeten worden in de veronderstelling, dat de wedergeboorte bij hen voorafgegaan is." Het is toch al te dwaas, een bepaalde opvatting van Kuyper bevestigd te willen zien bij Comrie, die een eeuw eerder geleefd heeft!

Invloed

Aan het eind van deze artikelenreeks gekomen rest ons de vraag naar Comrie's invloed. Dat is altijd een moeilijk te beantwoorden vraag, daar het werk van de Heilige Geest zich niet laat narekenen aan de hand van statistieken.

Laten we beginnen met Comrie's invloed in de gemeente die hij 38 jaar als herder en leraar heeft gediend: Woubrugge. Gelukkig is het daar niet zoals in Midwolda, waar alleen de naam van een straat nog aan Sehortinghuis herinnert. Ook in Woubrugge heeft men een straat naar Comrie genoemd, doch ook op een andere wijze leeft zijn naam er voort. Ondanks het modernisme en de Doleantie van de vorige eeuw is er in de vaderlandse kerk ter plaatse nog een Gereformeerde kern, waarin de werken van Comrie en die van andere „oude schrijvers" gekend en gelezen worden. Nog geen kwarteeuw geleden werd de Herv. Kerk in Woubrugge achtereenvolgens gediend door ds. J. T. Doornenbal en door ds. D. v. d. Ent Braat. (Eerstge

noemde predikant schreef indertijd een zeer lezenswaardig boekje over „Alexander Comrie.")

In de bewogen dagen van Afscheiding en Doleantie greep het Gereformeerde volk in en buiten de Herv. Kerk opnieuw naar Comrie's werken. Ook verschillende theologen begonnen zich in zijn werk te verdiepen. Dr. A. Kuyper schreef een serie artikelen over hem voor een Engels blad, „The Catholia Presbyterian"; Dr. A. G. Honig koos hem tot onderwerp voor zijn dissertatie; Dr. H. Bavinck citeerde hem vele malen in zijn „Gereformeerde Dogmatiek." Merkwaardigerwijze heeft Comrie in de kring der Ger. Kerken meer gezag gehad dan andere „oude schrijvers". M.i. is daar een reden voor aan te wijzen (wie het beter weet, mag het zeggen) namelijk Comrie's onderscheiding van de habitus en de actus van het geloof, waarover we in een vorig artikel hebben gehandeld. Het is hier niet de plaats om daar nader op in te gaan.

Naar ik meen, is Comrie's invloed ook in de kringen van de Ger. Gem. duidelijk merkbaar. Wijlen Ds. G. H. Kersten beriep zich gaarne op Comrie, getuige zijn „Gereformeerde Dogmatiek." Dat Comrie door zijn praktikale geschriften velen persoonlijk tot zegen is geweest, staat wel vast, doch dit valt buiten onze gezichtskring.

We hopen, dat we door deze artikelen velen hebben aangespoord, zich in Comrie's werk te gaan verdiepen. Aan deze wens willen we echter een waarschuwing verbinden, van niemand minder dan van Comrie zelf. Ze is te vinden in de preek over 1 Joh. 5 : 4, voorkomend in de „Eigenschappen des Geloofs." In verband met het zelfonderzoek merkt Comrie dan onder meer het volgende op:

Het is toch wonderlijk dat godsdienstige mensen nu en dan uren kunnen doorbrengen met het lezen van Gods Woord en andere goede schrijvers en nochtans bijna nooit twee minuten of een half kwartier in het onderzoek en beproeven van zichzelf.

„Hier is nodig een zeer ernstige worsteling en aanhouden bij God in smekingen en gebeden, opdat God de ogen wou ontdekken en Zijn licht en waarheid zenden, om zich in dat werk daarnaar te gedragen en bezig te houden. Want het moet gedurig gaan niet naar de kentekenen, die deze en die, hetzij een leraar of anderen geven, waarin cle allerbeste zich kunnen vergissen, maar naar de Wet en naar het getuigenis, en indien ze niet daarnaar spreken, het zal zijn, dat ze geen dageraad zullen hebben."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1960

Daniel | 8 Pagina's

ALEXANDER COMRIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1960

Daniel | 8 Pagina's