DANKDAG
I.
Gif hoort het roepen van de jonge raven, de velden worden door Uw zon verhit, en lelies pralen in welriekend wit .... Gij houdt niet op om mens en beest 'te laven.
Hoe zullen wij gaan danken voor de gaven, als w' alles eigenen tot 'ons bezit? Hoe zal hij danken, die tot God niet bidt, en zelf beschikt door wijsheid en door slaven?
Geef Gij, o Heere, ons een dankbaar hart; wij hebben steeds maar naar ons toegebeden; wij wilden voorspoed, niet de minste smart.
Vergeef ons allen d' ongerechtigheden: wij bleven onder zegeningen hard .... en toch zift Gij niet in 't gericht getreden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1960
Daniel | 8 Pagina's