Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf.
Het heeft toch een beetje geholpen, dat ik de vorige keer op jullie gebromd heb, want ik kreeg al spoedig brieven van nieuwelingen. Kijk, dat vind ik fijn en ik hoop dat jullie nu allemaal mee blijven doen tot de laatste opgave toe. Sommigen hebben wel eens een zetje nodig, nu dat zetje heb ik dan de vorige keer gegeven. In de toekomst is dat nu niet meer nodig. Ik wil jullie zo graag bij elkaar houden, jongelui; vooral in deze tijd is het nodig dat we een eenheid vormen. Reeds te veel jongens en meisjes hebben onze gemeenten de rug toegekeerd. Jongelui, verloochen je opvoeding nooit, blijf trouw aan de kerk van je ouders. Bezoek trouw de catechisaties en de verenigingen. Zoek de Heere en je zult Hem zeker vinden. Eén van jullie en mijn vrienden schreef: „Ik vind onze bladzijde helemaal niet te flauw, dat moet U echt niet denken." Ik ben blij, dat er zo over gedacht wordt, want dan weet ik dat dit werk ook niet tevergeefs is.
Het is te begrijpen dat er ieder jaar afvallen. Zij zijn zeventien geworden en doen dus niet meer mee. Nu moeten we het opschrift van acht tot zestien natuurlijk niet zo letterlijk nemen. De ouderen moeten maar denken dat er bovenstaat van acht tot zestig. De bedoeling van deze bladzijde is echter om onze jeugd gelegenheid te geven zich te uiten om te laten zien, dat onze jongens en meisjes er bij horen en dat wij als ouderen graag naar hen luisteren of iets van hen lezen. Daarom mag ik steeds weer zeggen: Kom op met je problemen, met je liefhebberijen, met je opstellen en gedichten, want wij vertrouwen jullie.
De tweede twintig namen:1. Willem van Oranje 2. Balthasar Gerards 3. Elisabeth 4. de graaf van Leicester 5. Willem Lodewijk 6. Oldenbarneveldt 7. Breda 8. Lochem 9. Parma 10. de graaf van Mansfeld 11. Philips Willem 12. Duinkerken 13. Nieuwpoort 14. Frederik Hendrik 15. Dordrecht 16. Remonstranten 17. Hoogerbeets 18. Hugo de Groot 19. Loevestein 20. Contra - Remonstranten
Hadden jullie ze gevonden? Had je ze niet allemaal? Dat is ook niet zo erg, dat kun je nog wel inhalen. Als je voor 16 Arminianen, voor 17 Ledenberg en voor 20 Gomaristen gezegd hebt is dat natuurlijk ook goed.
Nog even een opmerking over de eerste 20: e woonplaats van Jerobeam had ik gevraagd. De meesten hebben Sichem gezegd (1 Kon. 12 : 25) dat is natuurlijk goed. Enkelen noemden het zomerverblijf Thirza, dat waarschijnlijk in de buurt van Samaria lag (1 Kon. 14 : 17). Ook deze naam is vanzelfsprekend prima.
De plaats waar we wonen.
Hier is eindelijk weer eens een opstel over onze woonplaats. Ik heb er niet één in voorraad, dus als er één binnenkomt gaat het direct mee. Waar blijven de anderen, we zijn Nederland nog niet door!
Teuge
Waar ligt Teuge? Ik kan me best voorstellen, dat jullie je dit afvragen, want het is maar een dorpje van ongeveer duizend inwoners. Jullie weten toch Apeldoorn en Deventer wel te liggen? Welnu, het ligt tussen die beide plaatsen. De naam Teuge hebben ze twee betekenissen geschonken, n.l. Een plaats waar men vissen optrekt. Om dit te doen zal men naar de IJsel of het Griftkanaal moeten gaan. Er loopt wel een brede wetering door Teuge, maar deze is waarschijnlijk pas gegraven na het ontstaan van de naam Teuge. De tweede betekenis is afgeleid van het Friese woord „Ajuch, " dit betekent weide. Dit komt wel wat overeen, omdat ze hier land-, tuin-, ooftbouw en veeteelt uitoefenen. De landbouw wordt wel het meest uitgeoefend. We hebben hier zandgrond, dus het voornaamste dat verbouwd wordt is wel rogge, aardappelen en voedergewassen voor de koeien. De tuinbouw wint ook hoe langer hoe meer veld op Teuge, terwijl de ooftbouw steeds minder wordt. Een bloeiende boomgaard is een pracht gezicht, maar ook als de vruchten beginnen te rijpen en te kleuren is het een lust om te zien. Hier is ook veel veeteelt. Zowel pluimvee als koeien. De meeste koeien zijn roodbont, maar zo hier en daar zijn wel eens zwartbonten verdwaald.
Wij hebben ook een vliegveld. Wel niet van jagers, raketten en verkeersvliegtuigen, maar sport-en zweeftoestellen. Dit vliegveld kennen jullie ouders misschien wel, want hier heeft de koningin met haar kinderen na de oorlog het eerst de voeten op Nederlandse grond gezet. Door de plaats Teuge lopen een auto-en een spoorweg. Ze zijn beide zeer druk, dus uitkijken geldt ook in Teuge.
Teuge bezit ook een Ambonezenkamp met ongeveer 450 bewoners. Verder zijn hier twee kerken, maar geen Gereformeerde Gemeente. Wij kerken in Terwolde-de Vecht. Deze gemeente is geinstitueerd in 1906 en in 1953 is het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Het is jammer dat onze gemeente vakant is, maar ik hoop, dat hier verandering in komt. De gemeente telt ongeveer 170 leden en 165 doopleden. We hebben ook een eigen school met 50 leerlingen. Het is wel niet veel, maar ze mag nog bestaan en wel onder de naam Ebenhaëzer — tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen. Mag ik er nog bijvoegen: En moge de Heere ons ook verder geleiden. Maarten de Voorde.
Goed zo, Maarten; wij weten nu ook iets van jouw dorp. Bedankt voor je opstel, dat staat er even gauw in.
De landman
Wie een flinke boer wil wezen, Komt van jongs af reeds bij 't werk. Moet geen hitt' of koude vrezen Maakt in weer en wind zich sterk. Ploegen, eggen, poten, zaaien Graven, spitten, snoeien, maaien En wat landman meer begeert Dient van jongsaf reeds geleerd.
Tevens dient hij op te merken 'd Eigenschappen der natuur. Wat de natheid uit kan werken En het schroeiend zonnevuur. Lage landen, dorre heiden Hoge gronden, natte weiden Harde klei, het mulle zand Moet hij kennen met verstand.
Maar, en boven alle dingen Moet hij kennen God de Heer"! Want de beste zegeningen Dalen slechts van boven neer. Al de schatten dezer aarde Hebben zonder God geen waarde. Zo de Heere geen zegen biedt, Baten kunst en kennis niet.
Dit gedicht, dat zo mooi van toepassing is op het weer van dit jaar, kreeg ik van Thijs Wiegel uit Dirksland. Ik denk, dat vooral de boeren de laatste regel wel heel goed beseffen.
Uit de natuur.
De fazant
Een fazant is een prachtige vogel en houdt zich meestal op in bos of velden. Hij slaapt meestal in een boom. De haan heeft zeer mooie veren en prachtige kopversierselen. Sommige hanen hebben een witte kring om de hals. Dit zijn uit Polen geïmporteerde exemplaren. De hen legt haar eieren veelal in een bouwland. Deze eieren zijn iets kleiner dan kippeneieren en groenachtig van kleur. Jonge fazanten zijn erg teer en dus ook moeilijk te fokken. Ze zijn bruinachtig en hebben lange benen. Een uitstekend voedsel voor jonge fazanten is miereieren. In de herfst verwisselen ze van veren, dit wordt ruien genoemd. De veren echter houden dezelfde kleur. Er bestaan ook hele witte fazanten met een zwart vlekje op de kop. Dit vlekje is iets groter dan een speldekop. Deze fazant is waarschijnlijk voortgekomen uit een kruising van een fazant en een kip. Er zijn ook zilver-en goudfazanten. De zilverfazanten hebben zwarte borst-, rug-en kopveren en witte staart-en kuifveren. De gouclfazanten hebben een rode borst, rug en kop met een grote gele kuif en staart.
Een echte jager schiet nooit een fazant in de loop maar in de vlucht. Doordat er veel op hen gejaagd wordt, en dat is wel nodig ook, want ze zijn vooral voor de boeren erg schadelijk, zijn ze erg schuw. Ze komen nog veel voor en dat is gelukkig, want zoals ik al zei: ze zijn prachtig.
Betsie van Schothorst — Achterveld
Jongelui, tot over veertien dagen D.V.
Prins Bernhardlaan 27 - Dirksland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1960
Daniel | 8 Pagina's