JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bij de Remonstranten in de leer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij de Remonstranten in de leer

11 minuten leestijd

Ds. D. Tjalsma: „Leven en strijd van Jacobus Arminius", („Oriëntatie", Referaten-reeks uit Remonstrantse kring, Deel XII/XIII) Lochem, 1960, 95 blz., ing. ƒ 4.50. Prof. G. J. Sirks: „Arminius' pleidooi voor de vrede der kerk", („Oriëntatie", Deel XI), Lochem, 1960, 74 blz. ing. ƒ 4.—.

„Verklaring van Jacobus Arminius, afgelegd in de vergadering van de Staten van Holland op 30 oktober 1608", Opnieuw uitgegeven door Dr. G. J. Hoenderdaal, hoogleraar aan het Seminarium der Remonstranten te Leiden, Lochem, 1960, 138 blz., geb. ƒ 4.90. Alles uitgaven van de N. V. Uitgeversmaatschappij „De Tijdstroom".

Het was te verwachten dat bij de herdenking van Arminius' geboortedag — Arminius werd in 1560 te Oudewater geboren — zijn geestelijke nazaten — de Remonstranten — zich niet geheel onbetuigd zouden laten. Dit is dan ook inderdaad het geval geweest. Men hééft Arminius herdacht, o.a. door het uitgeven van een drietal geschriften betreffende zijn persoon en werk.

Als niet-geestverwant van Arminius kan men ten opzichte van deze boekjes twee standpunten innemen. Men kan ze eenvoudig negeren, omdat men bij voorbaat aanneemt dat men het er niet mee eens zal zijn, maar men kan er ook met belangstelling van kennis nemen om te zien of men er wat uit leren kan. Ik geloof dat de laatste houding de juiste is.

Natuurlijk bekijkt een Remonstrant Arminius met andere ogen dan wij. Hij zal veel te loven vinden daar waar wij juist laken moeten. Hij staat op een ander standpunt en móét dus wel anders zien: Ieders blik is geestelijk bepaald! Indien hij echter eerlijk is — historisch juiste feiten geeft en duidelijk ons inzicht geeft in wat hij zeggen wil en werkelijk ook zeggen mag — dan is dat niet zo erg: Wij hebben ónze mening en we kennen ook zijn geestelijk klimaat. Het komt er maar op aan of onze kennis door hem wordt verrijkt en als gevolg daarvan ons inzicht wordt verdiept. Indien dit laatste het geval is, moeten wij ook bij de Remonstranten in de leer gaan. De lezer schrikke niet: het gaat alleen maar om het „hoe"!

Helaas is 't eerste werkje waar we over spreken moeten — dat van Tjalsma — waardeloos. Het spreekt zichzelf herhaalde malen tegen, is historisch uitermate onbetrouwbaar en bij voorkeur vaag. Dit alles omdat schrijver zich niet ingeleefd heeft in de zeventiende eeuwse situatie: gebrek aan kennis van de feiten en aan inzicht in de werkelijke samenhang treft men in ieder hoofdstuk aan. Van de genoemde fouten geef ik hier een enkel voorbeeld.

Hoe is het te rijmen dat de schrijver in zijn eerste hoofdstuk zegt — en zeer terecht! — dat in 't konflikt Arminius - Gomarus de kern gevormd werd door de vraag of de geloofsbelijdenis herzien mocht worden, ja herzien móést worden, omdat er twijfel was gerezen over een belangrijk leerstuk dat in een van haar artikelen was neergelegd én dat hij tevens overal de nadruk legt op de bewering van Arminius dat hij zich hield aan de belijdenis? Hoe is het verder overeen te brengen dat de schrijver overal Arminius als heel oprecht beschrijft, terwijl hij ook herhaaldelijk vertelt dat deze zelf verklaard heeft dat hij wat betreft bepaalde punten zijn gevoelens liever maar verbergen wilde? Historisch absoluut onjuist is de bewering van de schrijver dat artikel 13 van de Unie — over vrijheid van geweten — met artikel 36 der belijdenis — betreffende de taak der overheid in 't weren van afgoderij en valse godsdienst — in konflikt kwam (bladzij 11). Het is toch algemeen bekend dat men gedurende de Republiek bewust de vrijheid van geweten en de godsdienstvrijheid uit elkaar gehouden heeft? Maar schrijver gaat op zijn bewering zonder grond heel rustig door! Nog bonter maakt hij het als hij beweert dat toen Arminius iets los liet over zijn afwijkende gevoelens in de leer der voorbeschikking, hij daarbij steun zou hebben ondervonden van.... Franciscus Junius! Over Junius' gevoelens zegt de schrijver niets. Ook zegt hij niet waarin die steun dan wel bestond. Wij kennen Junius'

biezonder standpunt vrij nauwkeurig. Hij heeft Arminius' gevoelens afgewezen èn nog op zijn sterfbed tegen hem gewaarschuwd!

Tenslotte nog een enkel voorbeeld van de wijze waarop schrijver — door heel vaag of heel in 't algemeen zich uit te drukken — een en ander suggereert. In 't eerste hoofdstuk stelt hij Bullinger eenvoudig naast Castellio. Is dat zo zonder meer wel mogelijk? Op zijn zachtst gezegd moet men dat toch wel wat lichtvaardig noemen. Al even oppervlakkig gaat het toe in hoofdstuk twee. Daar wordt een nauw verband gelegd tussen Ramisme enerzijds en Arminianisme anderszijds. Op grond waarvan? Van enkele niet wezenlijke punten in de leer of trekken in de leerwijze van Ramus die men bij Arminius terug kan vinden. Overtuigend is dat niet!

Er zou nog meer te zeggen zijn. Ik laat het nu hierbij. Men vindt hier niet een helder overzicht van de beroemde kwesties en hun konsekwenties, maar een slap verhaal, eenzijdig lovend, geschreven zonder kennis en derhalve ook geen inzicht gevend. Men spare zich de moeite, werkelijk!

Veel beter is het boekje van Prof. Sirks. Deze schrijft tenminste met gedegen kennis en — wat nog van meer belang is — met begrip. Begrip, ook voor Gomarus en de kontra-Remonstranten! Zijn boekje geeft een overzicht van de oratie door .Arminius in 1606 gehouden „Over 't tot verzoening brengen der godsdienstige onenigheid onder de Christenen." Jammer is dat deze rede hier alleen besproken wordt, wil men, verkort in parafraze weergegeven, en niet ook zelf opnieuw gedrukt. Eigenlijk zou men de rede naast zich moeten hebben, en dan in zijn geheel. Maar ook zo is dit een te waarderen, nuttig boekje. Het geeft ons duidelijk een inzicht in Arminius' gevoelens én is zeer leerzaam wat betreft de konsekwenties van die meningen.

Men ziet Arminius hier niet op zijn ongunstigst. Deze rede was van een meer algemeen belang, dus niet bepaald beperkt tot nederlandse toestanden, al spreken die natuurlijk op de achtergrond wel mee. Dit heeft voor ons het voordeel dat wij hem een heel eind kunnen volgen, in de zin van: met hem meegaan. Immers, waar Arminius het heeft over de eenheid als een heel groot goed en over het afschuwelijke van godsdienstige verdeeldheid, daar zal men hem toch zeker bijvallen. Belangwekkend is wat wordt gezegd over de aard van de godsdienstige onenigheid, de oorzaken en de gevolgen, alsmede over mogelijke middelen voor de genezing, zoals Arminius die ziet. Alleen: de weergave van deze rede is wel erg beknopt. We zeiden 't al: de rede zelf behoort er bij. Intussen is een uitgave als deze wel begrijpelijk. De samenvatting is voor velen prettiger te lezen dan 't geheel. De rede zelf zou minder lezers vinden dan een weergave voor onze tijd als hier geboden wordt.

In de nabetrachting is Prof. Sirks wel wat uitvoerig soms en valt hij ook wel eens een keertje in herhalingen. Wellicht is dat opzettelijk, bij een toch ietwat populair geschrift als dit. Duidelijk zet hij uiteen hoe de gedachten van Arminius tenslotte vaste vorm gekregen hebben in organisatie en in leiding van de Remonstrantse Broederschap. Later is men, verder gaande op de weg die eerst Arminius bewandelde, tot overtuigingen gekomen die Arminius nog wel niet had, maar die vanuit zijn opvattingen toch onafwijsbaar zijn. Arminius heeft voor de twijfel aan het schriftgezag de poort geopend! Schrijvers schriftbeschouwing is voor ons volkomen onaanvaardbaar, maar het is zeer leerzaam hem te horen zeggen dat die voortvloeit uit Arminius' beschouwingen, daarvan de konsekwentie is. Sirks gaat dus welbewust — en dit is heel gelukkig — verder dan zijn onderwerp: Arminius. Dit doet hij ook wanneer hij stilstaat bij 't verband tussen de rede en 't geweten. Volkomen juist, omdat dit zijns inziens in het verlengde ligt van 't onderwerp, bij de beschouwing ervan eigenlijk onmisbaar is. Zo krijgen we tenslotte in een klein bestek een leerzaam beeld van wat een hedendaags, vooraanstaand Remonstrant gelooft én van 't verband van die moderne levensvisie met die van Arminius.

Na lezing van 't historische gedeelte rees bij mij de vraag: Is er iets van bekend hoe tijdgenoten reageerden op de rede? Hiervan zegt schrijver niets.

Het oordeel samenvattend: een eerlijk, openhartig, te waarderen boekje, dit geschriftje van Prof. Sirks. Leerzaam voor wie kritisch leest. En dus: voor wie des - kundig is van harte aanbevolen!

Het laatste nummer van ons te bespreken drietal is bedoeld als „feestgeschenk". Arminius' voornaamste boekje in het Nederlands werd ter gelegenheid van de herdenking, voorzien van

inleiding en kommentaar, herdrukt De inleiding is zakelijk, de kommentaar vrij sober. Prof. Hoenderdaal staat uiteraard op 't standpunt van Arminius bij zijn beoordeling der feiten, maar hij tracht niettemin naar een historisch juiste weergave, waarbij hij er op uit is ook de tegenstanders van Arminius en van de Remonstranten recht te doen. Terecht wijst hij op de onzekerheid en terughoudendheid, op het niet-openbaren van zijn mening bij Arminius. Gomarus heeft uiteindelijk verklaard dat hij niet met Arminius' gevoelen voor Gods rechterstoel verschijnen durfde. Arminius' reaktie daarop heeft geleid tot de verklaring die hier nu weer uitgegeven wordt. Arminius bestrijdt daarin de leer der voorbeschikking. Ook Gomarus heeft zijn mening duidelijk uiteengezet. Maar om de vrede te bewaren mochten beide redevoeringen niet uitgegeven worden. Intussen was de vrede niet meer te bewaren. Men kent het verdere verhaal. Arminius' verhandeling werd uitgegeven na zijn dood, toen een pamflettenoorlog was ontbrand, waarin Gomarus zijn uiteenzetting van 1608 had uitgegeven.

Leest men nu het boekje van Arminius, dan kan men niet ontkomen aan de indruk dat hij toch wel listig is geweest. Hij weigert steeds om voor zijn mening uit te komen en als hij dan tenslotte voorstelt in particuliere samenkomst te zeggen wat hij tegen katechismus en konfessie heeft, eist hij.... dat wat hij zegt geheim moet blijven! Bovendien verklaart hij praktisch niemand te vertrouwen....! Kortom: de houding van Arminius is die van iemand die zich in een moeilijke positie weet: Hij was onmogelijk geworden in de kerk en wilde toch zijn plaats daarin behouden! Arminius en wie hem aanhing weigerden oprecht de konsekwenties van hun nieuwe leringen te trekken; ze waren het niet langer eens met de belijdenisgeschriften die ze ondertekend hadden en daarom wilden ze dat nu de leer der kerk „op losse schroeven werd gezet." Wij zeggen, met de kon tra-Remonstranten: revisie van konfessie en van katechismus was niet nodig, zelfs niet wenselijk, want hun onjuistheid was in de gereformeerde kerk nooit aangetoond. Het zijn altijd dezelfde argumenten voor en tegen. Die argumenten zijn bekend. Arminius kan ons niet overtuigen. Dat is nu eenmaal zo.

Ik vind het sympathiek dat Hoenderdaal erkent dat in de leer der voorbeschikking Arminius aanzienlijk afwijkt van Calvijn. De laatste heeft nadrukkelijk het leggen van verband tussen predestinatie en voorwetenschap van God bestreden. Dat is wat anders dan wat Tjalsma ons wil doen geloven: Dat Arminius goed Calvinist gebleven is

Historisch is het van belang te weten dat de kern van de bekende Remonstrantie letterlijk aan de verklaring van Arminius ontleend is.

Arminius' verklaring is niet overal eenvoudige en zeker voor moderne lezers geen meeslepende lektuur. Het geschiedkundige belang ervan is echter duidelijk. Daarom is het toe te juichen dat het tot een heruitgaaf gekomen is, al valt er op die uitgaaf ook iets aan te merken. Men heeft zich voor dit speciale nummer niet de tijd gegund: Er is een blad met „errata"; het zou niet moeilijk zijn hier nog een tweede blad aan toe te voegen! Zo heeft „barmhericheyt" op blz. 70, de derde regel, kennelijk een t te weinig. Nog lelijker is „aenemrckinghe", blz. 89 regel 9, in plaats van „aenmerckinghe", enzovoort. Zo slordige korrektie past niet bij een „feestgeschenk"!

De uitgeefster heeft deze boekjes keurig uitgegeven. Men vindt in elk Arminius' portret, en wel in ieder boekje weer een ander. Maar blijkbaar zijn twee dingen de betrokkenen ontgaan. Ten eerste dat het afbeelden van een gedeelte van een bladzij uit het handstrift van Arminius — blz. 105 van de „Verklaring" — op dit papier geen zin heeft, omdat dit stuk op dit papier beslist onleesbaar is. Had men een dergelijk gedeelte van het handschrift van Arminius op glad papier gegeven, als foto dus, dan zou de lezer daarvoor dankbaar zijn geweest, terwijl diezelfde afbeelding hem nu niets zegt. Ten tweede: 't was een goed idee dit oude boekje uit te geven in een bandje dat gemaakt is naar dat van een boekwerk uit die tijd. De platten van ons boekje zijn dan ook voor de beminnaars van het boek een lust voor 't oog, maar 't rugje is door de manier waarop de titel aangebracht is in modérne stijl. Wat te betreuren valt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1960

Daniel | 8 Pagina's

Bij de Remonstranten in de leer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1960

Daniel | 8 Pagina's