JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Voor onze Knapenverenigingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor onze Knapenverenigingen

3 minuten leestijd

„Keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren". (1 Samuël 7)

Filistijnen noch Israëlieten hebben veel geleerd van het wonder van de terugkeer der ark: e Filistijnen blijven Israël lastig vallen (vers 3), terwijl de prediking van Samuël (zie hoofdstuk 3, slot, en hoofdstuk 4 : 1) eerst na 20 jaar vrucht gaat dragen: sraël loopt dan — bij wijze van spreken — de Heere achterna met zijn klachten, d.w.z. houdt niet op met klagen. Dat heeft Samuël zeker verblijd; maar omdat juist de afgodendienst oorzaak was, dat de Heere Israël liet verdrukken door de Filistijnen, vraagt Samuël, of ze willen tonen, dat het hun ernst is: e moeten de afgoden wegdoen en dan zal (het is niet twijfelachtig) de Heere hen helpen (vers 3). Israël doet dit (vers 4). Dan zal Samuël, in bijzijn van vertegenwoordigers van het gehele volk, als voorzidder (denk aan Mozes) de Heere vragen. De Israëlieten gieten water uit voor 's Heeren aangezicht, alsof ze willen zeggen: eere, wij zijn helemaal leeg, we hebben niets over; tot Wien zullen wij heengaan, anders dan tot U? Wij hebben anders geen verwachting. Ze doen ook in het openbaar schuldbelijdenis (vers 6). p deze wijze richt (= de rechte weg wijzen) Samuël het volk.

De Filistijnen denken, dat Israël in opstand wil komen. Ze zullen de Israëlieten wel vóór zijn. Vroeger (hfdst. 4 : 3) kon Israël zichzelf wel helpen door middel van de ark, nu vraagt het aan Samuël de Heere te bidden. Deze gaat eerst offeren, daarna pas bidden, want zonder offer was het gebed de Heere niet aangenaam (vers 9). De Heere antwoordt door een groot onweer, dat de Filistijnen hevig verschrikt, zodat de Israëlieten niet anders hebben te doen dan het wanordelijke leger te verslaan (vers 11). Samuël richt dan een gedenkteken op en noemt, dat: ben-Haëzer, d.w.z. tothiertoe heeft de Heei-e geholpen, tot dit ogenblik en op deze volkomen wijze.

De Filistijnen zijn zo vernederd, dat ze niet langer meer als heer en meester kunnen optreden. Ze proberen het telkens weer, maar God houdt hen met Zijn hand tegen (vers 13). De Israëlietische steden in het grensgebied komen met het omliggende land weer onder de heerschappij van Israël terug en de Amorieten, restant van de vroegere bewoners, houden zich rustig. Dat was wel eens anders geweest (zie Richteren 1 : 34).

Aan het slot (vers 15—17) lezen we nog, dat Samuël Israël richtte al de dagen van zijn leven, dus ook, toen Saul al koning was. Dat „richten" is niet alleen rechtspraak uitoefenen, maar betekent ook: het volk recht en gerechtigheid leren, er op wijzen hun levenswandel in het spoor van Gods geboden te richten. Daartoe maakt hij jaarlijks een rondreis door een deel van Israël.

Vragen.

1. Welke klachten zijn God aangenaam?

2. Wie heeft later ook gezegd: Tot Wien zullen wij heengaan? " (zie Johannes 6 : 68).

3. In welke (Lijdens) psalm wordt (figuurlijk) gesproken van het uitstorten van water, als een teken van verbrokenheid?

4. Wanneer hebben de offers hun betekenis verloren? Zie je hier verband met het slot van elk gebed? (lees hierbij eens na Johannes 14 : 6).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1960

Daniel | 8 Pagina's

Voor onze Knapenverenigingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1960

Daniel | 8 Pagina's